Columns met een glimlach

Verhalen en ontboezemingen die ironisch bedoeld zijn

489. Autorijden langs het water

1 reactie

Column-358 heette: Fietsen langs het water. Ik kan u beloven, dit verhaaltje lijkt er niet op.

 

Toen we afgelopen maandagmorgen over de snelweg A27 naar het zuiden reden, toen zagen we de bui al hangen. Nee, niet die regenbui, die kwam pas 's middags. Maar die overvolle snelweg met rechts een grote rij vrachtwagens en links allemaal zenuwlijders die uit alle macht probeerden om de kilometerteller op 130 te houden. Ja, nu kan dat nog, straks mag dat misschien niet meer.

Om kort te gaan, ik was die overvolle snelweg na een paar kilometer al spuugzat. "We gaan binnendoor" zei ik tegen mijn echtgenote. Ze vond het prima.

Ter hoogte van Lexmond verlieten we de A27 en hebben we de zuidelijke oever van de Lek opgezocht. Je bent de auto's meteen kwijt. Helemaal alleen op de rivierdijk met een prachtig zicht over de rivier. Mooie dorpjes zoals Sluis, Ameide (een prachtig plaatsje, van waaruit een fietspontje naar het tegenoverliggende Jaarsveld vaart), Tienhoven (het kerkje staat als het ware half op de rivierdijk; met enkele scherpe bochten moet je eromheen). Het volgende dorpje heet Waal. Heel vreemd: Waal aan de Lek. Andersom werkt het niet: er ligt geen dorpje Lek aan de Waal. Het kan wèl zo zijn dat de bandijk van de Waal "lek" is. Dan moeten we Hansje Brinker weer inschakelen, die al eerder met zijn duim een gat in de dijk aan de Spaarne bij Spaarndam heeft dichtgehouden.

 

Verder langs de Lek. Met een rustig tempo van hooguit 60 km/uur en met af en toe een tikje op de rem om de verkeersdrempels soepel te kunnen nemen. Wat een verademing in vergelijking tot die zenuwslopende A27. We krijgen nog het dorpje Langerak en meteen daarna het stadje Nieuwpoort, niet te verwarren met het Belgische Nieuwpoort aan de monding van de IJzer, waar in 1600 de Spanjaarden op het Noordzeestrand werden verslagen in de Slag bij Nieuwpoort.

 

Na het buurtschap Gelkenes, van waaruit de autopont naar Schoonhoven vertrekt, krijg je aan de Lekdijk het dorp Groot-Ammers. Hier maakte ik de beslissing om de Lekdijk te verlaten en de Alblasserwaard in te rijden. Tot verrassing van mijn echtgenote, die meende dat ik de dijk nog wel even zou volgen. Maar ik zocht naar een stukje nostalgie. Ik was op zoek naar de watertjes waar ik vroeger vele malen geschaatst heb, voor het laatst in 2009. Een heel smal weggetje voert langs een watertje met de vier beroemde molens van Groot Ammers. Toeristen zul je hier niet zien. Er zijn geen voorzieningen zoals in Kinderdijk. Er passen geen toeristenbussen op dat weggetje. Maar dat eenzame smalle toeristloze weggetje langs de molens aan de Ammersche Boezem maakt de omgeving juist heel authentiek Hollands. Om de paar honderd meter is er een zogenaamde passeerplek. Die éne hadden we hard nodig toen een landbouwvoertuig ons tegemoetkwam. Maar voor de rest waren we helemaal alleen in de polder.

 

Na een tijdje bereikten we het riviertje dat midden door de Alblasserwaard loopt: de Graafstroom. Langs de zuidelijke oever van de Graafstroom reden we in westelijke richting.

We passeerden dorpjes waarvan de helft van Nederland nog nooit gehoord heeft: Ottoland, Vuilendam, Molenaarsgraaf, Gijbeland, Bleskensgraaf.

Herhaaldelijk probeerde de ANWB via grote borden met daarop DOORGAAND VERKEER ons naar links te dwingen, weg van dat leuke watertje. Naar de grote weg die dwars door de Alblasserwaard loopt, of, nog erger, in de richting van snelweg A15 met al die vrachtwagens op de rechterrijbaan en al die zenuwachtige inhalers op de linkerrijbaan. Maar nee, we bleven hardnekkig het voormalige schaatswatertje volgen.

 

Nadat de Graafstroom van naam is veranderd in de Alblas is daar plotseling een café aan de oever. Het bij de liefhebbers welbekende Café de Krom. Ik ben daar persoonlijk meermalen geweest, meestal klunend op m'n schaatsbeschermers. Heel soms "gewoon" met m'n schoenen aan.

 

Binnendoor rijden langs allerlei watertjes. Vroeger deden we dat veel vaker. Maar het bevrijdende gevoel is weer terug. Het mag best wat langer duren. Een lege rivierdijk is honderd keer leuker dan een volle snelweg. En een koffiestop tussendoor in één of ander dorpskroegje maakt de rit nog een stukje aangenamer.

 

Helaas komt er aan de Alblasserwaard ook een eind. Na de Rondweg Dordrecht en wat stukken A16, A17, A59 en A4 waren we nog niet verzadigd. Via de stad Tholen en de Oesterdam deden we de titel van deze column opnieuw eer aan.

 

 

1 reactie

Een mooi reisverslag dat oproept tot meer rijden door onze prachtige, oude Nederlandse polders. En nu maar hopen dat niet te veel mensen jouw verslag lezen want dan wordt 't er natuurlijk al snel weer veel te druk.

Toos van Holstein

20 November 2019 om 12:27

Plaats een reactie

U bent nog niet ingelogd; hierdoor kunt u nog geen reactie plaatsen.
Ga eerst na de inlogpagina. Als u geen ZeelandNet abonnemenent heeft kunt u een gast-account gebruiken.