Columns met een glimlach

Verhalen en ontboezemingen die ironisch bedoeld zijn

456. Geldelijke transacties

4 reacties

In het jaar 1950 heb ik voor allereerst van mijn leven een geldelijke transactie gepleegd. Ik was een jaar of zes en iedere zaterdagmorgen gaf mijn moeder mij welgeteld één stuiver om iets leuks mee te doen. Eén stuiver zakgeld uit de guldentijd iss ongeveer 2,3 eurocent. Wat deed ik met die stuiver? Naar de snoepwinkel in de Breestraat te Middelburg, op loopafstand. Zie foto met pijl. Keuze genoeg, een zoute drop, een spek, salmiak, een pakje kauwgom met als extra verrassing een plaatje van een filmster.

Op een goede zaterdagmorgen trokken mijn twee vriendjes en ik naar een ander winkeltje vlakbij de Middelburgse Korendijk. Iets verder lopen, maar we hadden gehoord dat ze daar ook losse kattendropjes verkochten. De winkel stond bomvol. Je kon er ook andere dingen kopen dan alleen snoepgoed. Dit winkeltje werd gerund door een stokoud echtpaar. Doe-het-zelf bestond toen nog niet, dus er was "gewoon" een toonbank. Toen we eindelijk aan de beurt waren deed ik als eerste mijn bestelling: "Een stuiver kattendropjes, alstublieft". Het oude mannetje pakte een laddertje en zeulde een grote zware glazen fles vanaf het bovenste schap. Na het vullen van een papieren zakje zette hij de fles weer op de bovenste plank en daalde het laddertje af. "En wat wil jij?" vroeg hij aan mijn vriendje. "Een stuiver kattendropjes" en dus begon de hele ceremonie weer van voren af aan. Voor de zekerheid vroeg het mannetje aan mijn andere vriendje: "Wil jij soms ook een stuiver kattendropjes?". Omdat het antwoord ontkennend was, zette hij de fles weer bovenin en daalde het trapje weer af. "Zeg het maar", waarop mijn andere vriendje de bestelling deed: "Een dubbeltje kattendropjes, altublieft".

Voor de duidelijkheid, de vader van dit vriendje was directeur van de Twentsche Bank. In dat gezin heersten andere financiële normen, dus ook andere zakgeldtarieven.

 

In de loop der jaren ging het bedrag van mijn wekelijkse zakgeld geleidelijk wat omhoog. Ook werd, speciaal voor mij, een spaarbankboekje in het leven geroepen. Ik heb het nog steeds, maar .... er staat geen geld meer op.

 

Rond 1960 verdiende ik in de schoolvakanties voor het eerst mijn eigen centjes. De verrichte arbeid was gebaseerd op agrarische grondslag.

- Een aantal dagen juun (= uien) trekken, òf staand met gebogen rug, òf met de knietjes in de modder; verdienste: f 4,00 per dag.

- Zwarte bessen plukken in de buurt van Zoutelande à f 0,35 per kilogram; meerdere jaren heb ik dit gedaan.

Van alle verdiende centjes samen èn van het gespaarde zakgeld heb ik toen een nieuwe fiets gekocht.

 

Mijn eerste echte baan was op het laboratorium van een grote gloeilampenfabriek in het zuiden van het land. Om een tipje van de sluier op te lichten: de eerste letter van een bekende voetbalclub is tevens de eerste letter van het Eindhovense bedrijf. De maandelijkse salarisuitbetaling ging toen nog per loonzakje. Dat was altijd een hele ceremonie. Lange rijen met witte laboratoriumjassen vormden zich voor het tafeltje waar de loonzakjes uitgedeeld werden. Na uitvoerige legitimatie mocht je je loonzakje in ontvangst nemen. Deze poppenkast duurde niet zo heel erg lang. Heel snel al werd aan het personeel gevraagd om een bankrekening te openen.

Om aan ècht geld te komen moest je dan op bezoek bij dat bankkantoor en moest je aansluiten achter een lange rij mensen die allemaal hetzelfde wilden.

 

We gaan het hebben over buitenlandse valuta. Op vakantie naar het buitenland moest je eerst langs de bank om voor een paar honderd gulden vreemd geld te halen. Belgische francs, Duitse Marken of Franse Francs. Liefst voldoende voor de hele vakantie. Anders moest je in het buitenland op zoek naar een plaatselijke bank.

Vreemd geld na de vakantie weer terug inleveren bracht veel minder op dan verwacht. De bank hanteerde namelijk twee koersen: de "biedkoers" en de "laatkoers". Alles in het nadeel van de klant. Ja, toen ook al !!! Onbehoorlijk gedrag !!!

 

Op een gegeven moment verschenen de Eurocheques. Met deze waardepapieren kon je in heel Europa betalen in een hotel of een restaurant, of je kon hiermee geld halen bij een bank. Ik heb nog een mapje met Eurocheques liggen, daar ben ik best zuinig op.

 

Vanaf omstreeks 1990 maken we gebruik van betaalautomaten. Dat begon heel voorzichtig. Eerst alleen bij de eigen bank, later maakte dat niet meer uit, nog later verschenen ze ook in winkels.

Tijdens onze Donau-fietstocht hebben we voor het eerst Oostenrijkse Schillingen gepind in het stadje Linz an der Donau. Met ons eigen bankpasje !!!

 

En toen werd het 1 januari 2002. Een gedenkwaardige dag. Achter de pinautomaat op de Goese Markt stond een onafzienbare rij burgers die voor het eerst eurobiljetten wilden aanschouwen. Gelukkig was het bij een ander pinautomaat in de stad een stuk minder druk...

 

Het was ons al opgevallen dat er uit de pinautomaat nooit briefjes van € 100 tevoorschijn komen, hoe groot het gevraagde bedrag ook is. Tot we een paar jaar later op vakantie in Oostenrijk waren. In Oostenrijk geld pinnen is ronduit verrassend. Boven de 100 euro verschijnt er een heus briefje van 100 euro uit de gleuf. En als je dit briefje inlevert bij de ijscoman dan geeft hij zonder blikken of blozen 98 euro wisselgeld terug.

 

Nog twee opvallende zaken tot slot.

- Het valt op dat er steeds minder met contant geld betaald wordt. Bij de groentekraam op de markt, in de frietkraam, bij de visboer. Klein bedrag, pinnen mag.

- De invoering van het contactloos pinnen is niet geheel zonder risico. Als iemand zijn pasje verliest dan kan de oneerlijke vinder een aantal keren voor maximaal € 25 per keer boodschappen doen. Gelukkig niet onbeperkt. Na een aantal transacties (een stuk of zes) wordt de pincode gevraagd. Dus je maximale verlies kan zomaar € 150 bedragen. Nog een voordeel dat je zo af en toe toch je pincode moet intoetsen: het risico om je 4-cijferige code te vergeten ligt op de loer.

 

Zo, dat was het dan. Tussen één (gulden)stuiver zakgeld en het contactloos pinnen gaapt een gat van bijna 70 jaar !!!

 

 

4 reacties

Volgens mij heb ik er een keer een blogje over geschreen, Han. Met mijn stuiver ging ik nar een winkeltje in de Dalemsestraat waar in de etalage een prachtige bruine-witte speelgoed hond stond. En in een snoepje wat je kocht kon het winnende lotje zitten, ik betaalde, deed het snoepje open  en wat gebeurt; ik won! Ik pakte de hond aan en , ik vergeet dat nooit meer, de mevrouw zei: je moet nog wel betalen! Ik was gelukkig niet te erg geintimideerd, ik had immers geen stuiver meer, en zei toen, dat deed ik al, anders had ik mijn snoepje niet gekregen. Maar die streek heeft me wel het vertrouwen in de mensheid doen verliezen, ik ging nooit meer bij haar iets kopen !
En wat betreft pinnen van bankbiljetten: in de algarve kregen we 40 x 5 euro als we 200 wilden. Uiteindelijk ging het net zo snel op!
Mooi stukje trouwens,pure nostalgie!

Jopie Meerman

21 March 2019 om 15:38

Mooi om alles zo op een rijtje te zien staan. We hebben in ons leven echt een geldelijke revolutie meegemaakt. Daaraan zie je maar weer hoe makkelijk we ons aanpassen aan veranderende manieren van doen. Maar al betaalt de jeugd dan tegenwoordig bijna alles met een pas, zelfs bedragen van een paar dubbeltjes, ik hecht toch nog heel erg aan het contante.

Toos van Holstein

27 March 2019 om 11:20

Beste Guus, 

 

Je column doet mij weer denken aan het Winkeltje van Sinkel dat ze dreef op de hoek van de Puttershoeksestraat in Schiedam. Die verkocht letterlijk van snoep tot kruidenierswaren en melk, en van sokken tot potten en pannen. Opa was in die jaren de marskramer die met een hele grote kist op zijn rug en riemen over zijn schouders lopend allerlei zaken op boerderijen leverde in de omtrek.

1 Ding in je artikel wil ik toch wel recht zetten. Vreemde valuta wisselen was binnen de bank heel veel werk. De bied en laat koers had een grotere marge naarmate de valuta incouranter werd. Maar , banken zagen het als dienstverlening naar particulieren naast wat ze voor bedrijven deden. Dit was min of meer een service dienst, waarbij in die jaren de "winst"per transactie niet echt opwoog tegen het werk wat je er aan had. Bovendien kregen bedrijven vaak tarieven die heel dicht tegen de middenkoers aan lagen, en was dat giraal geld. Dus geen geld waarvan je een voorraad moest aanhouden tegen 0% rente, maar dat je direct kon inwisselen bij een centrale bank tegen dollaars.

WillemII

09 September 2019 om 09:11

Beste Guus, 

 

Je column doet mij weer denken aan het Winkeltje van Sinkel dat ze dreef op de hoek van de Puttershoeksestraat in Schiedam. Die verkocht letterlijk van snoep tot kruidenierswaren en melk, en van sokken tot potten en pannen. Opa was in die jaren de marskramer die met een hele grote kist op zijn rug en riemen over zijn schouders lopend allerlei zaken op boerderijen leverde in de omtrek.

1 Ding in je artikel wil ik toch wel recht zetten. Vreemde valuta wisselen was binnen de bank heel veel werk. De bied en laat koers had een grotere marge naarmate de valuta incouranter werd. Maar , banken zagen het als dienstverlening naar particulieren naast wat ze voor bedrijven deden. Dit was min of meer een service dienst, waarbij in die jaren de "winst"per transactie niet echt opwoog tegen het werk wat je er aan had. Bovendien kregen bedrijven vaak tarieven die heel dicht tegen de middenkoers aan lagen, en was dat giraal geld. Dus geen geld waarvan je een voorraad moest aanhouden tegen 0% rente, maar dat je direct kon inwisselen bij een centrale bank tegen dollaars.

WillemII

09 September 2019 om 09:11

Plaats een reactie

U bent nog niet ingelogd; hierdoor kunt u nog geen reactie plaatsen.
Ga eerst na de inlogpagina. Als u geen ZeelandNet abonnemenent heeft kunt u een gast-account gebruiken.