Columns met een glimlach

Verhalen en ontboezemingen die ironisch bedoeld zijn

450. Foutjes in de Nederlandse taal

2 reacties

We gaan vandaag een paar foutjes verbeteren.

 

Weet u wat een conservator zoal de hele dag doet? Een conservator is een persoon die verantwoordelijk is voor de conditie van de objecten in een museum. Hij zorgt onder andere voor de juiste luchtvochtigheid. Als hij ziet dat er bezoekers rondlopen in kletsnatte regenjassen, dan springt hij ter plekke uit z'n vel en moet met spoed gereanimeerd worden. De conservator zorgt ook dat er niet teveel licht op de objecten valt. Maar ook weer niet te weinig. Bezoekers moeten de objecten nog wel enigszins kunnen onderscheiden.

Deze functionaris moet verstand van insecten (vooral motten die het op kleding voorzien hebben), bonte knaagkevers, boktorren, houtwurmen, papiervisjes en zwammen.

Hij dient het verschil te kunnen benoemen tussen kunst en kitsch en hij dient alle objecten uitsluitend te beroeren met zijn witte handschoentjes (zie foto).

Waar zou een conservator zijn opleiding hebben genoten. Nou dat is nogal wiedes. Het woord zegt het al: een conservator heeft gestudeerd aan een CONSERVATORIUM. Geen speld tussen te krijgen denkt u? Fout, fout, fout!!! Een conservatorium is een ander woord voor muziekacademie. Als je deze opleiding hebt gevolgd kun je vocaal of instrumentaal uit de voeten.

 

We gaan deze fout in de Nederlandse taal herstellen:

- de opleiding tot conservator heet vanaf nu conservatorium (was voorheen kunstacademie)

- de opleiding tot musicus heet vanaf nu muziekacademie (eventueel concertacademie of concertorium)

 

We nemen een enorme gedachtesprong. We gaan het over bedelaars hebben. Die mensen die, met name in onze grote steden, op een druk punt, op de straat zitten met een kleedje voor hun neus. Via woord of gebaar of via een informatiebordje wordt aan de voorbijgangers duidelijk gemaakt dat zij een bijdrage vragen in hun levensonderhoud.
Je kunt tegenwoordig al contactloos pinnen bij zo'n bedelaar. Klein bedrag, pinnen mag. De bedelaar vraagt: "Wat wilt u doneren?", dit bedrag wordt door hem ingetoetst in de pinautomaat en (onder de € 25) is het voldoende om even je pinpasje langs het apparaat te houden. Is zo gepiept.

Weet u een ander woord voor zo'n bedelaar? Voor iemand die de hele dag aalmoezen vraagt aan de samenleving? Een volledig logisch antwoord zou zijn: een AALMOEZENIER. Logisch toch? Als je om een aalmoes vraagt, dan ben je dus een aalmoezenier.

Alweer fout!!! De term aalmoezenier is voorbehouden aan een meneer die er in de militaire dienst voor zorgt dat het Rooms-katholieke deel van de krijgsmacht geestelijke ondersteuning krijgt.

Toen ik in februari 1964 (het was toen bitter koud) gedwongen toetrad tot de krijgsmacht, hadden we precies één uur per veertien dagen geestelijke verzorging door òf de dominee òf de aalmoezenier. De legerleiding vond deze frequentie blijkbaar ruim voldoende om onze geestelijke gezondheid op peil te houden.

Je mocht kiezen waar je dat uur doorbracht, al naargelang het kerkgenootschap waartoe je behoorde. Sterker nog, je móest kiezen uit één van die twee. Er was geen derde persoon (bijvoorbeeld een atheïst) die de niet kerkelijken een uurtje bezig hield.

De meesten (niet alleen de katholieken) kozen voor de aalmoezenier, kortweg "de aal" genoemd en dit had niets met een glibberige paling te maken. De aalmoezenier was een populair figuur, die goed met mensen om kon gaan en mooi kon vertellen. Hij was een soort Popie Jopie. En de dominee? Die had niet veel aanloop. Het was een enigszins saaie man, waar slechts weinigen op afkwamen. En een imam was er ook niet. In 1964 waren er nog geen moslim-soldaten.

 

We gaan de Nederlandse taal weer een handje helpen:

- de geestelijke verzorger van de Rooms-katholieken heet voortaan militaire kapelaan of dienstpastoor

- een bedelaar mag vanaf nu ook aalmoezenier genoemd worden

 

Ter afsluiting van dit onderwerp nog even een korte anekdote uit de gulden-tijd (niet te verwarren met de Gouden Eeuw). In de jaren '90 zat er in de stationshal van Leiden een aalmoezenière die, speciaal ten behoeve van haar gulle gevers, er een vast tarief op na hield. Bij iedere passant zei ze exact hetzelfde zinnetje: "Rijksdaalder alstublieft"

 

Weer een sprongetje naar een ander onderwerp. We gaan het tot slot hebben over de Sociale media. Ook deze term is taalkundig verkeerd. Hoewel..... het is bijna goed, slechts één letter ontbreekt: een A, helemaal vooraan: ASOCIALE MEDIA moet het zijn.

Ik kan hier vele columns over schrijven. Misschien een volgende keer.

Slechts twee dagelijkse voorbeeldjes ter illustratie:

- Twee vriendinnen strijken neer op het terras op de Goese Markt. Allebei duiken ze in hun tas om hun smartphone omhoog te halen. Even later zijn ze beiden verdiept in hun schermpje. Geen conversatie, niets van dat alles. Zelfs de serveerster moet enkele malen de vraag herhalen wat de dames zouden willen nuttigen.

- Aan een ander tafeltje nemen een moeder en een dochtertje plaats. De moeder neemt meteen haar smartphone ter hand en gaat haar appjes en Facebookjes controleren. Haar dochtertje vraagt om aandacht maar krijgt het niet. De smartphone is vele malen belangrijker dan haar kind.

 

Vanaf heden spreken we dus over Asociale media, iedereen akkoord?

 

Zo, dit waren drie totaal verschillende onderwerpjes. Dit mag met recht een rommel-column genoemd worden.

2 reacties

Prachtige column! 
En wat te denken van die bedelaar die om een krentenboterham vroeg aan een passerende mevrouw.
Hoezo? Gewoon brood is toch ook lekker ?
Klopt mevrouw, maar ik ben vandaag jarig!

Prettig weekend Han... 

Jopie Meerman

09 February 2019 om 12:18

Je hebt weer heerlijk zitten spelen met taal!

Toos van Holstein

13 February 2019 om 11:51

Plaats een reactie

U bent nog niet ingelogd; hierdoor kunt u nog geen reactie plaatsen.
Ga eerst na de inlogpagina. Als u geen ZeelandNet abonnemenent heeft kunt u een gast-account gebruiken.