Columns met een glimlach

Verhalen en ontboezemingen die ironisch bedoeld zijn

448. Autootjes tellen

2 reacties

Na de columns "Bootjes kijken" en "Fotootjes kijken" is er nu het onderwerp "Autootjes tellen"

In 1951 was er op het eiland Walcheren welgeteld één stoplicht. In Middelburg wel te verstaan. Op de hoek van de Blauwe Dijk, Loskade, Stationsstraat en Stationsbrug. Het ANWB verkeersbord, dat in de richting van de brug wees, gaf aan: Nieuwland 3 kilometer, Goes 23 kilometer, Bergen op Zoom 59 kilometer. Voor de zekerheid gaf een klein rood toegevoegd bordje aan dat je ook voor Amsterdam diezelfde richting op moest rijden. Niet over de A58, want die was er toen nog niet. Maar dwars door de dorpen Nieuw- en Sint-Joosland, Lewedorp, 's-Heer-Arensdskerke, dwars door het stadje Goes en zo verder.

 

In die beginjaren '50 brachten mijn vriendje en ik menig woensdagmiddag door bij dat éne stoplicht. Vele uren hebben we doorgebracht in de buurt van juist dat stoplicht. Auto's die stoppen of juist weer optrekken. Een wonder van techniek en beweging. Een nieuw woord is toen ontstaan: we waren de eerste stoplicht-fetisjisten op Walcheren. Als er nu, anno 2019, iemand geobsedeerd urenlang bij een stoplicht staat te "genieten" dan kan hij er zeker van zijn dat hij vroeg of laat opgehaald gaat worden door een bedrijfsautootje van de dichtstbijzijnde psychiatrische inrichting. De geestelijke gezondheid van een stoplichtkijker wordt algemeen in twijfel getrokken: "Busje komt zo"

Na al die jaren heeft Almeloër Herman Finkers mij geïnspireerd tot de volgende dichtregels:

 

Het licht springt op rood

Het licht springt op groen

In Middelburg is altijd wat te doen

 

Als mijn vriendje en ik het stoplicht beu waren (ja, dat kwam voor) dan liepen we de Stationsbrug over. Een paar honderd meter naar links was daar de Hoge Brug die voetgangers over het spoor naar de zuidoostkant van Middelburg bracht. Op de foto is te zien dat ook fietsen over deze brug getild konden worden, gezien de gleuf in het midden. Aan de andere zijde was de Segeerssingel. Door het graven van het Kanaal door Walcheren èn door de aanleg van de spoorlijn was deze singel als enige geïsoleerd van alle andere singels en bolwerken aan de westkant van de Zeeuwse hoofdstad. De stervorm die vele Nederlandse steden typeert was dus op die plek onderbroken. Het uitzicht aan de andere kant van de loopbrug was mooi maar eenvoudig. Behalve wat huizen aan de singel en aan de Segeersweg keek je uit op weiden en landerijen en een enkele boerderij, zover het oog reikte. Heel in de verte zag je de torentjes van Nieuwland en van Ritthem. De huidige wijk Dauwendaele was nog verre toekomstmuziek.

Maar onze aandacht was echter gericht op de stadszijde, op de Kanaalweg, waar àlle auto's die Walcheren naderden of verlieten langsreden, óók die van Vlissingen.

Bovenop de Hoge Brug haalden we onze bloknootjes en potloodjes tevoorschijn. We gingen autootjes tellen !!!

Ikzelf was verantwoordelijk voor het noteren van de autonummers die voorbijkwamen. Ja, toen was ik al gek op getallen. Later kwam me dit uitstekend van pas als wiskundeleraar.

Mijn vriendje had een andere opdracht. Hij was bedreven in het herkennen van automerken en -types, dus dat noteerde hij allemaal braaf. Aan mij was dat niet besteed, dit had niet mijn interesse. Nog steeds niet trouwens. Tot op de dag van vandaag heb ik niks met auto's. Het volgende is belangrijk: Er moet een gaspedaal zijn, zodat de auto zich in voorwaartse richting kan verplaatsen. Er moet een rempedaal zijn om snelheid te kunnen minderen. En er moet een stuurwiel zijn om van richting te kunnen variëren. Meer wensen heb ik eigenlijk niet. Aangezien mijn huidige Zuidkoreaanse bolide aan al die voorwaarden voldoet ben ik een tevreden mens.

 

Bij het opschrijven van de autonummers moest je het volgende beseffen. In 1951 bestond het autonummer uit één hoofdletter, gevolgd door een aantal cijfers. De hoofdletter had te maken met de provincie waar de auto vandaan kwam.

Tot 1951 golden de volgende beginletters van de nummerborden:

A: Groningen

B: Friesland

D: Drenthe

E: Overijssel

G: Noord-Holland

H: Zuid-Holland

K: Zeeland

L: Utrecht

M: Gelderland

N: Noord-Brabant

P: Limburg

(Flevoland bestond toen nog niet)

 

De meeste auto's die voorbijkwamen hadden een K voorop. Ook de letter N was redelijk ruim vertegenwoordigd. Bij elke andere letter werden we superenthousiast: "Een auto, helemaal uit Drenthe!!!!! Hoe bestaat het?"

Tijdens onze sessie werden we af en toe gestoord door een stoomlocomotief die, precies onder onze zitplaats, grote witte wolken uitblies, zodanig dat we enkele tellen geen auto's konden tellen vanwege het teruggelopen zicht.

Kwamen er veel auto's langs? Nou, soms wel drie (!!!) achter elkaar, maar ook wel eens minutenlang helemaal niks.

Het opschrijven van de autonummers was in 1951 niet in strijd met de Europese Privacywet. Die was er nog niet. Zelfs de Europese Unie moest nog geboren worden. Alles was dus volledig legaal.

 

In de jaren '90 is de Hoge Brug ontmanteld en vervangen door een fiets- voetgangerstunneltje naar de wijk Dauwendaele. Het was ooit de bedoeling om deze brug weer op te bouwen op het terrein van de Stoomtram Goes-Borsele in Goes. Tot op heden is dat niet gebeurd, dus de onderdelen zullen nog ergens "in opslag" liggen.

Voor de zekerheid zijn mijn vrouw en ik afgelopen zondag nog even daadwerkelijk wezen kijken op dit Goese emplacement. Maar nee, nog steeds geen spoor van de Hoge Brug uit Middelburg.

 

Heel jammer, want dit bouwwerk roept bij mij kostbare jeugdherinneringen op...

 

2 reacties

Mooi verhaal Han..
In reed de K4. Volgens mij van dhr.v.d. Stel...Er waren meer voertuigen waarop TH stond, die gingen over het water...

 

Jopie Meerman

26 January 2019 om 13:13

Een mooi persoonlijk verhaal over onze recente Zeeuwse mobiliteitsgeschiedenis. Ook dank nog voor je opmerking bij mijn blog van vorige week over Huis 's-Hertogenbosch. Het verhaal van het torentje daar ken ik. Ik ben er vorig jaar zelfs nog in geweest. Maar ja, zoals jij ook al spijtig constateert, geen schip meer te bekennen. Dat die toegangsvaart naar Middelburg is verdwenen, tja, dat is gewoon hoe ontwikkelingen verlopen. Maar er zou ter plekke van het oude kanaal veel meer aandacht moeten worden besteed aan die rijke geschiedenis ervan. Zeker nu de Gouden Eeuw dit en volgend jaar gaat worden gevierd.

Toos van Holstein

30 January 2019 om 11:27

Plaats een reactie

U bent nog niet ingelogd; hierdoor kunt u nog geen reactie plaatsen.
Ga eerst na de inlogpagina. Als u geen ZeelandNet abonnemenent heeft kunt u een gast-account gebruiken.