Columns met een glimlach

Verhalen en ontboezemingen die ironisch bedoeld zijn

434. Fabeltjeskrant

2 reacties

Sinds kort weten we het. Figuren uit de Fabeltjeskrant waren destijds gebaseerd op bestaande mensen. Op zichzelf niet zo vreemd. De deelnemende dieren vertoonden alle eigenschappen van echte mensen. In het beginliedje stonden niet voor niets de regels:

Hallo meneer de Uil waar brengt je ons naar toe?
Naar Fabeltjesland?
Eh, ja, naar Fabeltjesland
En lees je ons dan voor uit de Fabeltjeskrant?
Ja, ja, uit de Fabeltjeskrant
Want daarin staat precies vermeld hoe het met de dieren is gesteld
Echt waar?
Echt waar
Echt waar meneer de Uil?
Mmm Want dieren zijn precies als mensen
Met dezelfde mensenwensen
En dezelfde mensenstreken
Dat komt allemaal in de krant van Fabeltjesland
Van Fabeltjesland

In de jaren 1968-1992 mochten we elke avond om klokslag 19.00 uur genieten van de dieren uit het grote dierenbos. Meneer de Uil was de verteller. Sommige dieren kwamen iedere aflevering aan bod, sommigen slechts een enkele keer.

We beginnen met een bloemlezing van een aantal vaste bewoners.



Meneer den Uil (Jacob):
De verteller en degene die aan het eind van de voorstelling alle Nederlandse kindjes probleemloos naar bed weet te praten: "Oogjes dicht en snaveltjes toe", gevolgd door een laatste knipoog.
Het toeval wil dat tussen 1973-1977 het politieke kabinet geleid werd door een andere meneer den Uyl. Het kabinet Joop den Uyl hield zich bezig met de autoloze zondag, de benzinebonnen en de Lockeed affaire van prins Bernhard. De oppositie beschuldigde Joop wel eens van het vertellen van "fabeltjes" in navolging van de verteller van de Fabeltjeskrant.

Juffrouw Ooievaar (Kato):
Een vreselijk mens, ongetrouwd, heeft het hoogste woord, wil altijd gelijk hebben, praat geaffecteerd met een Gooise R, stemt zeer waarschijnlijk VVD. De ongekroonde koningin van het dierenbos.

Zoef de Haas:
De rechterhand van juffrouw Ooievaar. Elk zinnetje wat hij uitspreekt begint met "Zoef zoef". Verder besteedt hij zijn tijd als een beetje doelloos rondrennen in het grote dierenbos. En passant iedereen op z'n fouten wijzend als een soort voorloper van de huidige BOA.

Meneer de Raaf:
Hij is de enige die tegenstand durft te uiten tegen de heerschappij van juffrouw Ooievaar. Hij staat bekend om zijn pakkende teksten en sarcastische oneliners. Kato Ooievaar ergert zich groen en geel aan hem.

Bor de Wolf:
Onzeker manspersoon, twijfelt bij alles wat hij doet, wordt regelmatig getroffen door een burnout en trekt zich dan terug in het "enge bos". Bij ons zou je dan kunnen spreken van een verward persoon. Bor de Wolf is ook de beheerder van het praathuis.

Lowieke de Vos:
Een levensgenieter pur sang, houdt van lekker eten en drinken. "Hatsjiekiedee!!! Dat wordt smikkelen en smullen"

Ed en Willem Bever:
Zeer handig duo, vooral op klusgebied. Helaas met een hinderlijk Rotterdams accent. Het liedje zegt niet voor niets : "Hup, daar is Willem met de waterpomptang". Over een waterpomptang gesproken. Ik gebruik deze altijd om een hardnekkige fles wijn open te draaien of te ontkurken. Bij mij is het dus een "wijnflestang".

Truus de Mier:
Bijgenaamd tuu-tuut-tuut-tuut. Heel zenuwachtig mensje dat heel snel denkt dat ze iets niet kan. Deze dame is zo verschrikkelijk nerveus en ongedurig, ze werkt ook haar complete omgeving op de zenuwen.
Toevallig ken ik uit mijn naaste omgeving een vrouwtje dat opvallende gelijkenis vertoont met juffrouw mier. Haar bijnaam? Tuut-tuut-tuut-tuut. Uit privacy-overwegingen zal ik haar echte naam hier niet vermelden.

Myra en Martha Hamster:
Twee kwebbelende zussen, waarvan de éne bovendien ook nog vreselijk slist. Eén van de twee is stiekem verkikkerd op één van de gebroeders Bever. Wie op wie blijft onduidelijk. De gezusters Hamster zijn verpleegsters in de ziekenzaal van dokter Meindert het Paard.

Momfer de Mol:
Hij heeft een zuidelijk (Limburgs accent). Hij draagt een zonnebril omdat hij jarenlang ondergronds in de mijnen heeft gewerkt. Licht kan hij niet meer verdragen. Voor een mol is het niet bijzonder om ondergronds te leven. Momfer is rookverslaafd aan zijn sigaren en dat blijkt ook uit het bijbehorende kuchje.

Isadora Paradijsvogel:
Dit is een pseudoniem voor Doortje Spreeuw. Ze is een artieste op leeftijd. Zingen lukt niet meer vanwege haar schorre stem. Dat artiesten een andere naam aannemen gebeurt in het dagelijks leven ook. Greetje Kloet werd plotseling Greetje Kauffeld. Nog een paar voorbeelden: Caro Emerald (Caroline van der Leeuw), Liesbeth List (Elisabeth Driessen), Imca Marina (Hendrikje Bijl).

Meindert het Paard:
Hij is de huisarts van het grote dierenbos. Isadora Paradijsvogel doet haar best om een relatie met hem te beginnen, maar dat wil nog niet erg lukken.

Stoffel de Schildpad:
Alles gaat traag bij hem: praten, bewegen. De gebroeders Bever hebben voor hem een soort voorloper van een scootmobiel gebouwd.

Ome Gerrit de Postduif:
Hij beheert het postkantoor in het grote dierenbos. Hij heeft last van een hardnekkig Amsterdams accent. Bovendien heeft hij een gehoorapparaat dat regelmatig dienst weigert.

Jodocus de Marmot:
Hij heeft de nare eigenschap om steeds maar op z'n nagels te bijten.

Chico Lama:
Hij spuugt voortdurend, net zoals de echte lama's.
Ooit hebben wij in de Antwerpse Zoo een gezinnetje met twee kindertjes het slachtoffer zien worden van een agressief spugende lama. Nietsvermoedend stonden zij voor de kooi te kijken, toen zij getroffen werden door een hoeveelheid speeksel.

Zo, dat waren de Fabeltjeskrant-dieren die het meest in de picture waren.

Ik eindig met een verhaal uit mijn eigen herinnering.
In 1969, het tweede jaar van de Fabeltjeskrant, besloten mijn vrouw en ik een poes in huis te nemen. Het werd een grijsgestreepte kater en we noemden hem Bor. Vernoemd naar de gelijknamige wolf uit de Fabeltjeskrant.
Behalve kattenbrokjes verwenden wij zo af en toe onze lieve poes op orgaanvlees. Zo verkocht onze slager, speciaal voor huisdieren, orgaanvlees, in het bijzonder hart.
Bor werd helemaal wild als ik alleen maar riep: "Bor !!! Hart !!! Hart !!!"
Dat onze kater zo zijn voorkeuren had, dat bleek enkele jaren later toen onze oudste dochter thuis werd geboren.
Ze was slechts enkele minuten op deze wereld toen de vroedvrouw de nageboorte (met een mooi woord "placenta" genoemd) in een metalen bekkentje deponeerde en onder het kraambed schoof.
Even later kwam Bor de trap opsluipen. Had hij iets geroken? Plotseling zagen we hem onder het kraambed aan de inhoud van het bekkentje peuzelen.
De vroedvrouw en ik vonden dat niet zo'n geweldig idee en maakten abrupt een einde aan het feestmaal. Moeder en dochter hadden geen weet van het gebeuren...

Dit was een soort privé-anekdote tot slot, maar toch wel passend in de column over de dieren uit de Fabeltjeskrant.

2 reacties

Wat leuk geschreven,herinneringen komen boven ,was altijd leuk om te kijken

daquinda

13 October 2018 om 07:56

Wel een heel bizarre anekdote, die van kat Bor. En dat ons aller Fabeltjeskrant weer terugkomt? Heerlijk toch. 't Was echt een iconisch programma.

Toos van Holstein

17 October 2018 om 13:04

Plaats een reactie

U bent nog niet ingelogd; hierdoor kunt u nog geen reactie plaatsen.
Ga eerst na de inlogpagina. Als u geen ZeelandNet abonnemenent heeft kunt u een gast-account gebruiken.