Columns met een glimlach

Verhalen en ontboezemingen die ironisch bedoeld zijn

367. Nostalgie

3 reacties

Als je veel over vroeger schrijft, dan zegt dat mogelijk iets over je eigen leeftijd. Een beetje afwisseling kan geen kwaad. Af en toe een actueel onderwerp en af en toe oude beelden uit het verleden.

Vandaag gaat het over de tijd toen Schouwen-Duiveland nog een echt eiland was en nog niet met dammen of bruggen verbonden was.
Toen er nog een veerdienst was tussen Katscheveer (jazeker met sch geschreven) en Zierikzee. Toen het huidige sterrenrestaurant nog fungeerde als wachtruimte voor deze boot naar Zierikzee. Toen de Koningin Emma, na één uur varen, via het havenkanaal aankwam in het centrum van Zierikzee.
Omdat een groot deel van onze familie op Schouwen woonde, hebben wij die overtocht vele malen gemaakt.

De Koningin Emma was een "zijlader". Dat betekent dat het altijd een heel gedoe was om de aanwezige auto's fatsoenlijk aan boord te krijgen. Deze auto's moesten begeleid worden door het bootpersoneel om een zo economisch mogelijk plekje op het achterdek te krijgen. Er moesten zoveel mogelijk auto's mee. Passen en meten, een paar centimeter achteruit, ietsje vooruit. Er werd wel eens gevloekt, er volgde wel eens een krasje of een deukje.
Het veer Zijpe-Anna Jacobapolder was moderner, dit was een roll-on-rol-off systeem, voor die tijd erg revolutionair. Een Zierikzees familielid van ons (ze had nog maar juist haar rijbewijs) koos altijd voor Zijpe, ook als ze naar Walcheren kwam. Ze had het niet zo op dat vierkante centimeter werk op de boot naar Katscheveer. Het aantal extra kilometers, via Bergen op Zoom, nam ze op de koop toe.

Vanaf 1950 fietste ik altijd met mijn vader van Middelburg naar Katscheveer terwijl mijn moeder met mijn jongere broertje de trein en de bus namen.
De fietstocht van pakweg 25 kilometer voerde via Nieuwland, Lewedorp en verder binnendoor naar Oud-Sabbinge en Wolphaartsdijk. Na dat laatste dorp kwam al heel snel het grote vierkante witte gebouw in zicht: het wachtlokaal van de boot was al van verre zichtbaar. Na aankomst van de bus uit Goes was ons gezinnetje weer compleet.

Op een zaterdag vóór Pinksteren fietsten we ook deze route. Het was begin jaren '50. Walcheren was toen al in trek bij Duitse toeristen en dat bleek. Bij afwezigheid van rijksweg 58 moesten alle auto's door de dorpen en via de Middelburgse Stationsbrug verder naar de kust van Walcheren. Op die bewuste zaterdag liepen de secundaire wegen helemaal vol. We fietsten langs een file met voornamelijk Duitse auto's. Deze enorme rij reikte vanaf Middelburg tot aan Lewedorp. De Oosterburen hadden geen enkel idee waarom ze in Lewedorp, nota bene meer dan 10 kilometer van Middelburg, stilstonden. Een enkeling draaide het raampje open: "Was ist los?" Mijn vader sprak enkele woorden Duits: "Eine Brücke" was zijn uitleg.

Het laatste kwartier van de vaartocht verliep door het lange havenkanaal van Zierikzee. De terugvaart naar Katscheveer moest het eerste stuk achteruitvarend afgelegd worden. Het kanaal was te smal om te keren. Pas buitengaats kon er weer vooruitgevaren worden. Het jongetje dat op de foto bij het Zierikzeese havenhoofd pontificaal poseert met de wegvarende boot op de achtergrond, heeft u vast wel herkend. Inderdaad, dat ben ik.

T/m 1957 heeft het veer tussen Katscheveer en Zierikzee-Centrum dienst gedaan.
In 1958 voer de boot een kortere afstand tussen Katscheveer en De Val. Wat een afknapper. In plaats van aan te komen in het gezellige centrum van Zierikzee was het eindpunt een òngezellige haven op 2 kilometer van de stad verwijderd, zodat het laatste stukje alsnog per bus moest worden afgelegd.
In 1961 werd de afstand nog korter door de aanleg van de Zandkreekdam: Kats-De Val was toen het traject.
In 1965 maakte de opening van de Zeelandbrug definitief een einde aan de veerdienst.

Eén van onze familieleden op Schouwen was mijn oma. Ze woonde tezamen met haar ongetrouwde dochter in een piepklein huisje op het laagste gedeelte van één van de straatjes die vanaf de Haven in de richting van de stad liepen. Het huisje was klein, maar tijdens de vakanties pasten we er ook nog wel bij.
Mijn oma was een kordaat vrouwtje. Ze deed aan mantelzorg, alleen dat woord bestond toen nog niet. De garderobejuffrouw van de schouwburg, die deed echt aan mantelzorg, en daar bleef het bij. Mijn oma hielp bij ouwe vrouwtjes, poetsen en boodschappen doen. Bij nader inzien bleken die vrouwtjes vaak 5-10 jaar jonger te zijn dan zijzelf.
Soms trok ze de stoute schoenen aan en ondernam ze de reis naar Middelburg om ons te bezoeken.
Op de boot klampte ze elke automobilist aan: "Mot jie toevallig nae Middelburg?". Bij een positief antwoord: "Dan rie ik straks mè joe mee". Weigeren had geen enkele zin. Mijn oma's wil was wet. Bus en trein? Nee, liever niet, dat is zo'n gedoe. Dus stopte er vaak een onbekende auto bij ons voor de deur. Er stapte een oud vrouwtje uit, compleet met reiskoffertje. De gewoonste zaak van de wereld.

In de nacht van 31 januari op 1 februari 1953 voltrok zich het drama. Ik was toen een jongetje van 8 jaar.
In Zierikzee waren de vloedplanken geplaatst. Midden in de nacht stond het water op de kade. Oma stond klaar met de bezem om het door de vloedplanken sijpelende water uit haar gangetje te vegen. Dat deed ze altijd bij hoog water, dus waarom nu niet. Een voorbijkomende politieman stuurde haar weg: "Ga naar de zolder!!! Nu meteen!!!". Een paar minuten later waren de vloedplanken gebroken en stortte het water zich de straat in. Het laagste huisje kreeg het meeste water. Tot op de zolder kwam het water. Mijn oma en mijn tante konden zich droog houden door op een bed te klimmen. Het zeewater klotste rondom het bed. De volgende morgen werden ze gered door een man in een roeiboot.

Enkele weken later stopte er een onbekende auto voor ons huis in Middelburg. Oma stapte uit met haar reiskoffertje, ze kwam een tijdje bij ons wonen. Evacuatie heette dat. Hoera, oma was er. Mijn broertje en ik waren door het dolle heen. Maar...... oma was heel anders. Ze snikte, ze huilde en ze hield een monoloog die niemand van ons durfde te onderbreken. Alle dramatische gebeurtenissen, alle ontberingen kwamen er uit. We waren muisstil. Oma moest alles kwijt. Eerst over haar eigen ervaringen tijdens die rampnacht en later over andere dramatische gebeurtenissen op het eiland. Bijvoorbeeld over die vrouw in Ouwerkerk die in de nok van een telegraafpaal terecht was gekomen en die daar noodgedwongen vele uren moest hangen in storm, regen en kou. "Zeventien uren!!!!" riep oma bij herhaling: "Zeventien uren!!!!"
Ik hoor het haar nog zeggen. Dit heeft diepe indruk gemaakt op dat 8-jarig jongetje. Zoveel indruk, dat de tranen nu nog steeds in mijn ogen springen. Zoiets vergeet je je leven lang niet...

3 reacties

Wat een mooi verhaal Han.
Heel herkenbaar met al die verbindingen van bote, bussen etc. Nee, zelf heb ik dat niet echt meegemaakt, maar onze vriendin hier op Schouwen vertelde toen ze leefde er ook dikwijls over. en ook over de verbinding door de lucht! Zelf weet ik nog dat we in de vakantie met mijn vader, ik had toen al verkering, mee reden naar de winkeliers op Schouwen. en snel terug moesten wanneer er slecht weer in aantocht was.
Het verhaal vn de ramp blijft ingrijpen. En de mensen die het mee maakten vertellen er nog steeds niet veel over. 
Jij omschrijft het goed...oma was heel anders. Die herinneringen doen of deden dat. 
Was het bij jullie oma? geen opoe ?

Jopie Meerman

09 June 2017 om 20:58

Nee, het was voor ons "oma". Ik heb mijn overgrootmoeder nog gekend en die noemden we "opoe". Misschien een kwestie van leeftijd?

 

han44

09 June 2017 om 22:18

Een mooi nostalgisch verhaal met dramatische ontknoping. Echt ongelooflijk wat er in Zeeland allemaal is veranderd tijdens jouw leven. Als ZeBra die hier pas in 2001 is komen wonen, ken ik dat allemaal natuurlijk niet.TOOS 

Toos van Holstein

13 June 2017 om 16:02

Plaats een reactie

U bent nog niet ingelogd; hierdoor kunt u nog geen reactie plaatsen.
Ga eerst na de inlogpagina. Als u geen ZeelandNet abonnemenent heeft kunt u een gast-account gebruiken.