Columns met een glimlach

Verhalen en ontboezemingen die ironisch bedoeld zijn

327. Clubliefde

1 reactie

We gaan terug in de tijd. Eind jaren '50 voetbalde ik in één van de jeugdteams van Middelburg. Het jongetje op de foto op de onderste rij, helemaal rechts, dat ben ik. 's Zaterdagsmiddags werden wij in Arnemuiden verwacht voor een uitwedstrijd. Elf jongetjes uit Middelburg tegen elf jongetjes uit Arnemuiden. Op het wedstrijdformulier van onze tegenstanders kwamen maar een paar achternamen voor: van Belzen, de Ridder, de Nooijer en Martijn. Andere namen kwamen in dat vissersdorp hoegenaamd niet voor. Op de fiets overbrugden wij de afstand van hooguit 4 kilometer. Nee, geen auto's van ouders. In de jaren '50 hadden alleen de advocaat, de notaris en de dokter een eigen auto. Helaas, hun zoontjes zaten op hockey. Daar hadden we helemaal niets aan. Dus op de fiets, door weer en wind, langs de Arne, van Middelburg naar Arnemuiden. Als je pech had, kon je onverrichterzake meteen weer terugfietsen. Afgelast!!

Een aantal jaren later bij de senioren was het al niet anders. Inmiddels was het Nederlandse wagenpark sterk uitgebreid en vertrokken wij in drie auto's voor de uitwedstrijd tegen de Bevelanders uit Kamperland. Elf Middelburgse jongemannen tegen elf leeftijdsgenoten uit Kamperland. Bevelanders stonden bekend om hun fysieke kracht en wij Middelburgers waren gevreesd vanwege ons technisch vernuft. De tactiek bij een uitwedstrijd op Kamperland was altijd dezelfde: zo lang mogelijk de nul houden, in de 89e minuut de 0-1 scoren en zo snel mogelijk het sportpark verlaten. Douchen kan thuis altijd nog. Als we die drie punten maar binnenhalen.
Maar waar het allemaal om draait: een Middelburgse voetballer voetbalt bij Middelburg. Hij betaalt trouw zijn contributie en in ons geval moesten de toeschouwers bij onze thuiswedstrijden enkele kwartjes betalen om ons te zien voetballen. De inkomsten voor de v.v. Middelburg kwamen zo van twee kanten: van onze contributies èn van de recettes van de toeschouwers.

Hoe anders is dat tegenwoordig.

Laten we een gemiddelde Nederlandse profclub nemen: NEC uit Nijmegen. Enig idee hoeveel contractspelers daadwerkelijk uit de stad Nijmegen komen? Om precies te zijn: nul, komma, nul. Meer dan de helft komt uit het buitenland en de rest is bijeengeraapt uit allerlei andere hoeken van Nederland.
De binding van de spelers met de stad Nijmegen is dus compleet nihil. Het publiek legt zich daar bij neer. Zo gauw de spelers een groen-rood shirtje aantrekken begint de hele tribune te juichen. Wie er in dat shirtje zit, dat maakt blijkbaar niet uit. De bedoeling is dat NEC met duidelijke cijfers gaat winnen van buurclub Vitesse uit Arnhem. Ondanks het feit dat er ook in Vitesse geen enkele Arnhemmer voetbalt. Ze noemen deze ontmoeting een streekderby, een soort burenruzie. Hoezo burenruzie? Wat is de zin van dit alles? Wat een idioterie om te supporteren voor een club die alleen buitenlanders en andere vreemdelingen in het elftal herbergt. Goed beschouwd is dit complete onzin. Hoe meer ik erover nadenk, hoe idioter het wordt. Een elftal bij elkaar kopen dat geen enkele binding heeft met de stad waarin het stadion gelegen is.
Hoeveel Groningers zouden er in FC Groningen voetballen? Waarschijnlijk niet één.
Hoeveel Utrechters in FC Utrecht? Zelfde antwoord.

Het is allemaal begonnen in 1954. Het jaar dat het betaald voetbal zijn intrede deed in Nederland. Vanaf dat moment kwamen er de zogenaamde "transfers", verhuizingen naar andere clubs, meestal een financiële verbetering voor de voetballer. Nederland was compleet in shock toen Heerenveen-voetballer Abe Lenstra eind 1954 naar Sportclub Enschede vertrok tegen een bedrag van, schrik niet, 11.000 gulden. En toen Faas Wilkes, een andere topvoetballer uit die tijd, koos voor het Spaanse Valencia haalde dit de krantenkoppen. Het grote geld lonkte. Waar was de clubliefde gebleven? En het ging van kwaad tot erger. Het toppunt was in 1983 toen ras-Ajacied Johan Cruijff voor Feyenoord koos.

Positieve uitzonderingen waren clubiconen als Sjaak Swart (Ajax), Coen Moulijn (Feijenoord) en Willy van der Kuijlen (PSV). Zij waren ongevoelig voor verlokkingen van buitenaf en bleven hun clubje trouw.

In andere landen is het aankoopbeleid zo mogelijk nog grilliger. Neem nou Spanje.
Barcelona heeft zich versterkt met een Zuid-Amerikaanse voorhoede. De beste spelers uit Argentinië (Messi), Uruquay (Suarez) en Brazilië (Neymar). De enige opzet is om Real Madrid te verslaan. Maar ook de Madrilenen hebben niet stilgezeten. Zij hebben de Portugese ster Ronaldo, de Fransman Benzema en de Welshman Bale in de gelederen. Goed voor vele tientallen miljoenen euro's. Het komt er simpelweg op neer dat je een kampioenschap kunt "kopen".

Op een gegeven moment begonnen ze ook in het amateurvoetbal "stiekem" te betalen. De contributies werden kwijtgescholden en de voetballers kregen een premie per gewonnen wedstrijd. Ik weet nog goed dat in onze omgeving de voetbalclub Veere begon met deze praktijken. Het aantal Veerenaren in het eerste team ging scherp omlaag ten gunste van veelbelovende voetballers uit omliggende gemeentes. En het werkte: Veere werd prompt twee keer achter elkaar kampioen met even zo vele promoties. Andere amateurclubs volgden het voorbeeld van Veere. Het is nu een doodnormale zaak dat clubs uit de topklasse, de hoofdklasse, de eerste klasse en zelfs op een nog lager niveau betalingen doen aan spelers. Ook de amateurwereld kent nu zijn jaarlijkse transferperiode. Clubliefde? Wat is dat? Hoe schrijf je dat?

Nog even terug naar de eredivisie. Het kampioenschap van Feyenoord dateert al van de vorige eeuw. Ook dit keer gaan ze het waarschijnlijk niet redden. Toch proberen ze met een aantal gastvoetballers deze klus te klaren:

Dirk Kuijt uit Katwijk
Eljero Elia uit Voorburg
Steven Berghuis uit Apeldoorn
Nicolai Jörgensen uit Denemarken
Tonny Vilhena uit Maassluis (dat ligt nog een beetje in de buurt van de Maasstad)
Kenneth Vermeer uit Amsterdam (jazeker uit 020)
Michiel Kramer uit Den Haag
Rick Karsdorp uit Schoonhoven
Sven van Beek uit Gouda
Terence Kongolo uit Zwitserland
Lucas Woudenberg uit Woerden
Karim El Ahmadi uit Enschede
Bilal Basacikoglu uit Zaanstad
Jens Toornstra uit Ter Aar
Simon Gustafson uit Zweden
Eric Botteghin uit Brazilië
Jan Arie van der Heijden uit Leiden
Bart Nieuwkoop uit Bergen op Zoom
Marko Vejinovic uit Amsterdam (alweer een Amsterdammer)

Zie je wel, er is geen enkele Rotterdammer bij. De kuip is razend enthousiast, maar met dit "vreemdelingenlegioen" gaat het opnieuw niet lukken. Ze hebben geen enkele binding met de Maasstad en zoiets is essentieel voor een goed resultaat.
Ik heb nog wel een advies voor de Rotterdamse club. Organiseer in het kader van de teambuilding een excursie langs de attracties van de stad. Die arme jongens komen alleen in de omgeving van de Kuip. Ga met z'n allen naar Blijdorp, boek een Spido-rondvaart, bezoek de Markthal, organiseer een ontmoeting met Abutaleb, vraag of je met z'n allen even op het balkon van het stadhuis mag staan, alleen maar om te zien wat voor een pracht uitzicht je hebt op de Coolsingel. Misschien motiveert dit tot "geen woorden maar daden" en een beetje meer clubliefde. Ik ben benieuwd.

1 reactie

Het is inderdaad een vreemd verschijnsel, die clubliefde voor een elftal dat niets meer met die club heeft te maken en alleen uit huurlingen bestaat. Maar blijkbaar heeft de mens iets nodig om zich aan te kunnen hechten en er een stamverband mee te ontwikkelen. Hoe abstract zo'n stam tegenwoordig dan ook kan zijn. TOOS

Toos van Holstein

06 September 2016 om 17:00

Plaats een reactie

U bent nog niet ingelogd; hierdoor kunt u nog geen reactie plaatsen.
Ga eerst na de inlogpagina. Als u geen ZeelandNet abonnemenent heeft kunt u een gast-account gebruiken.