Columns met een glimlach

Verhalen en ontboezemingen die ironisch bedoeld zijn

142. Is het nog wel leuk om rookverslaafd te zijn?

0 reacties

Wat een zielig gezicht. Ik heb het over die mensen die in de vrieskou, op het terras van het café snel even een peukje doen om toe te geven aan hun verslaving. Even tevoren zaten ze nog gezellig in de warme kroeg te werken aan die andere verslaving en nu staan ze buiten te bibberen. De kroegbaas heeft uit medelijden de warmtestralers aangezet, maar bij 10 graden onder nul zet dat geen zoden aan de dijk. Het enige effect daarvan zal zichtbaar zijn op zijn eerstvolgende energienota.

Arme rokers. Ze worden overal uitgebannen. Tot overmaat van ramp verkondigde de nieuwslezer gisteravond dat het rookverbod in de kleine cafés weer van kracht gaat worden, ondanks de meer dan vriendschappelijke banden van minister Schippers met sigarettenkoning Philip Morris.

Arme rokers. Eigenlijk zijn zij de helden van de maatschappij. Zij zorgen via de afdracht van de accijnzen dat Nederland er relatief nog rooskleurig voorstaat. Zulke mensen zou je eigenlijk moeten  koesteren.

 

Hoe anders was dat vroeger. Laatst zag ik zwartwit beelden van een jonge Koos Postema, die al rokend de Elfstedentocht versloeg. Ik probeer me voor te stellen dat er bij Pauw en Witteman zodanig gerookt zou mogen worden dat rond de klok van 23.45 uur alleen de gasten te herkennen zijn die het dichtst bij de camera zitten. Onbestaanbaar.

Uit eigen onderwijservaring weet ik dat er in vroeger tijd volop werd gerookt tijdens vergaderingen, in docentenkamers, zelfs vóór een klas met leerlingen. En dat onze pijprokende directeur stoute leerlingen toesprak en daarbij die arme jongens (meisjes zijn nooit stout) met regelmatig blauwe wolkjes in het gezicht blies.
Pijprokers staan trouwens bekend als bedachtzame mensen. Logisch toch?  Bij het beantwoorden van een moeilijke vraag zijn zij sterk in het voordeel. Met wat bedachtzame trekjes verschaffen zij zich extra bedenktijd om uiteindelijk tot een gedegen antwoord te komen.

 

Een aardige anecdote uit de tijd dat er nog volop gerookt werd in de horeca:  Tijdens een wandeling langs de Westerschelde moesten wij eigenlijk allebei even sanitair. Wildplassen was geen optie, want dat was toen al één van de zwaarst beboete misdrijven.

Dus stuurde ik onze bolide naar het bekende cafeetje tussen Borssele en 's Heerenhoek voor een kopje koffie en een plaspauze. We kwamen de gelagkamer binnen. Aan de bar zaten een groot aantal mannen pils te drinken (12.15 uur), de rest van 't café was leeg, maar 't zag er blauw van de rook. Natuurlijk werden we aangestaard door de autochtonen. We baanden ons een weg door de rook en kozen een tafeltje uit. Wat stond er op de tafel? Een bordje met de tekst, nog nèt te ontcijferen, ondanks de mist: TAFEL GERESERVEERD VOOR NIET-ROKERS.

Dat doet me denken aan het vliegveld Dulles bij Washington. Alle gebouwen (vertrekhal, aankomsthal, winkels) zijn 100% rookvrij, behalve één kamer: de quarantaine-ruimte voor de verslaafden. Op de foto is te zien dat de zogenaamde rookruimte eruit ziet als een sauna, alleen dan met rook in plaats van stoom. Het enige voordeel voor de rokers: de noodzaak om zelf een sigaret op te steken is er niet. Het vertoeven in deze ruimte is al voldoende om de dagelijkse ongezonde portie nicotine binnen te krijgen. Een financiële meevaller dus.

 

Over het rookverbod in de horeca kan ik kort zijn: ik ben vóór. Ondanks het feit dat ik in mijn onbezonnen jeugdige jaren, gedurende enkele jaren één (!!!) pakje sigaretten per week heb verbruikt.

Mijn mening over het rookverbod heeft enkele malen tot conflicten geleid. Het begon met een hooglopende ruzie in een café op de Goese Markt, waar een nieuwe serveerster het plotseling nodig vond om de asbakken op de tafeltjes te zetten en officieel aankondigde dat er vanaf dat moment gerookt mocht worden. Toevallig dat enkele weken na mijn aanvaring met deze dame het genoemde café in vlammen opging. Voor mijn collega vrijwilligers was ik hoofdverdachte nummer één, temeer omdat de vuurzee van twee eerdere grote branden in diezelfde maand vanaf de derde verdieping van ons appartementengebouw prachtig te volgen was. Gelukkig had ik een alibi, een waterdicht en vooral vuurvast alibi.

 

De tweede confrontatie voltrok zich in een dorp in de zak van Zuid Beveland. De eigenaar van de kroeg had de rollen omgedraaid. De gelagkamer stond blauw van de rook en op mijn vraag of er ook een rookvrije ruimte was, werd ik naar een grote, schemerige, ongezellige en kille ruimte geleid waar een aantal afgedekte biljarttafels stonden te wachten op het volgende grote toernooi. In die sombere ruimte mocht ik in alle eenzaamheid mijn biertje drinken. En ik kreeg er ook géén pinda's bij. Het afrekenen moest dan weer plaatsvinden in de rokerige kroeg, want niemand van het personeel kwam eens kijken hoe ik het maakte. Kwaad, kwaad en nog eens kwaad. Dat waren mijn gevoelens. Stom toevallig is de benaming van mijn stemming ook verwerkt in de naam van het Bevelandse dorp. En in dat dorp is er maar één horeca-etablissement, dus als u even googelt.....

Goede inzenders maken kans op een iPad !!!

 

Tot slot nog een opmerking over een hele andere bezigheid, het zogenaamde blowen. Ter geruststelling: blowen kan absoluut geen kwaad: "blowen" is Engels voor "blazen" en als je maar hardnekkig blijft blazen dan kun je dat spul nooit en te nimmer binnenkrijgen.... Simpel toch?

 

 

0 reacties

- Er zijn nog geen reacties geplaatst.



Plaats een reactie

U bent nog niet ingelogd; hierdoor kunt u nog geen reactie plaatsen.
Ga eerst na de inlogpagina. Als u geen ZeelandNet abonnemenent heeft kunt u een gast-account gebruiken.