Columns met een glimlach

Verhalen en ontboezemingen die ironisch bedoeld zijn

84. Gezagscrisis

1 reactie

Vroeger straalde een man in een uniform een natuurlijk gezag uit. De politieagent, de veldwachter, de grenscommies, de stationschef, de militair. Zij wáren het gezag. Meisjes vielen vroeger vooral op jongens in uniform. Geüniformeerde vrijers hadden een niet te overbruggen voorsprong op mogelijke concurrenten.

Wat is er veranderd? Wanneer is de klad erin gekomen? Als een treinconducteur nu een zwartrijder signaleert dan heeft hij geluk als het geweld "slechts" verbaal is.

Een voetbalscheidsrechter is al bij voorbaat partijdig en kan rekenen op een portie agressie vanaf de zijlijn.

De aanblik van één politieagent leidt al tot irritatie.

De aanblik van een peloton ME veroorzaakt een complete volkswoede.

Hoe is het zo ver kunnen komen?

Waar is het ooit begonnen?

 

In de jaren '50 zijn ze daar plotseling: de nozems. Groepjes opgeschoten jongelui in de puberleeftijd. Veel last heeft de politie nog niet van ze. Ze zijn wel een beetje vervelend, maar hebben het eigenlijk veel te druk met het sleutelen aan hun brommer. Met name als het voertuig loopt als een zonnetje, dan wordt er druk aan gesleuteld: hoe komt het dat ie het zó goed doet? Voor drogisterijen zijn het gouden tijden. De brylcreem is niet aan te slepen, want alle nozems willen op Elvis lijken.

 

We schrijven 1964. Robert Jasper Grootveld houdt, tesamen met een groep "provo's" een happening bij het Lieverdje op het Spui. Hij noemt zich anti-rook-magiër. Wel heel toevallig dat onze huidige pro-rook-minister Edith Schippers precies in datzelfde jaar geboren wordt. Het hek is van de Dam (Dam met een hoofdletter). De bezetting van het Maagdenhuis, de Damslapers, de krakersrellen. De politie wordt het mikpunt van pesterijtjes.

In rechtse kringen worden de provo's aangesproken van "langharig werkschuw tuig".

Als in 1967 de hal van het Centraal Station wordt bezet is het genoeg. Een groep mariniers veegt met harde hand de hal schoon. De éne helft van de bevolking is het volledig eens met deze aktie en wrijft zich in de handen van pret, de andere helft spreekt er schande van, een tussenweg was er niet.

De politie krijgt het steeds moeilijker. Slechts met veel mankracht en veel bescherming durft men op te treden. De ME-bussen rijden af en aan. Straatklinkers ketsen af op de helmen en schilden. Het bekendste gedicht uit die tijd telde twee regels:

ME?

Weg ermee!!

 

Een ander verschijnsel uit die tijd is de sexuele revolutie, gelukkig een stuk minder gewelddadig. De NVSH weet je precies te vertellen dat er wel 69 manieren zijn om hèt te doen, Phil Bloom leest de krant in eva's costuum en de verkiezingsposter van de PSP slaat alles.

Met plezier heb ik die tafereeltjes bekeken. Vooral de afgebeelde koe op de poster neemt een belangrijke plaats in.

Sommige vrouwen willen baas in eigen buis blijven en organiseren zich tot Dolle Mina's. De emancipatie is een feit en het zinnetje "De vrouw is gehoorzaamheid verschuldigd aan de man" wordt ijlings uit de huwelijksspeech van de (weiger)ambtenaar geschrapt. De Dolle Mina's komen samen in zogenaamde vrouwencafé's, waar de entree voor mannen streng verboden is. Persoonlijk denk ik dat het verschijnsel voortkwam uit jarenlange frustratie door de herensociëteiten. Inmiddels is alles weer rustig: de vrouwencafé's zijn gesloten, de herensociëteiten bestaan nog.

 

Tijdens de hippie-cultuur en de flowerpower ontstaat een nieuw fenomeen: de sit-in. Op een onmogelijke plaats gaan een aantal jeugdige betogers op een geweldloze manier agentje pesten. Peace man!!  De groep is slechts te verwijderen door de deelnemers één voor één voorzichtig weg te dragen. En o wee, als er per ongeluk een blauwe plek ontstaat of een andere lichte verwonding dan staat dit de volgende dag breed op de voorpagina van de Volkskrant.

Wereldberoemd is ook de bed-in van John Lennon en Yoko Ono, dit alles in het kader van de wereldvrede.

Natuurlijk houden wij ook regelmatig een bed-in, als op zondagochtend de novemberwind om het huis waait en de regen tegen de ramen klettert. Alleen, we nodigen géén journalisten uit. Je moet als trouwe TV-Zeeland kijker wel heel erg wanhopig zijn als je op zulke nieuwsgaring zit te wachten.

 

Het is ook de tijd van de protestsongs. De 22-jarige Boudewijn de Groot vertolkt het liedje "Welterusten, meneer de president", bedoeld voor Lyndon B. Johnson met een hint om een punt achter de Vietnam-oorlog te zetten. Helaas, Lyndon spreekt geen woord Nederlands en er is nooit een vertaling gekomen, in de trant van "Mister president, sleep well". Vermoedelijk was de cynische ondertoon hem toch ontgaan en had Boudewijn in dat geval een bedank-telegram ontvangen voor zijn hartelijke heilwens (email was er toen nog niet).

Uit een radio-interview met de zanger blijkt dat de jeugdige Boudewijn snel onder de tafel gepraat kan worden door een kritische journalist. De arme jongen is duidelijk niet politiek geëngageerd (eufemistische beschrijving voor een politieke nitwit) en staat met de mond vol tanden, bij gebrek aan mediatraining. Gelukkig is er dan nog geen Youtube...

De interviewer krijgt medelijden en stopt het genante gesprek.

 

De betogingen volgen elkaar in snel tempo op: tegen kernenergie, tegen kruisraketten, tegen de neutronenbom. Een bijkomend voordeel voor de trouwe betoger: het bordje met het stopwoordje TEGEN kan multifunctioneel gebruikt worden. Zelfs nú nog: tegen de komst van een afkickcentrum in de wijk, tegen een hondenuitlaatplaats, tegen de verhoging van de maximumsnelheid, enz. enz. Zo'n bordje kan een leven lang mee.

 

Is het nog wel leuk om politieagent te zijn? De tijden van Bromsnor zijn voorgoed voorbij. In de moderne politieopleiding wordt geoefend om niet boos te worden als er 100 radicale jongeren met eieren naar je hoofd gooien.

Ik heb grote bewondering voor de doorzetters die in deze tijd toch voor dit moeilijke beroep kiezen. Bij de helft van de bevolking borrelt de agressie op, alleen al bij het zien van het uniform, de bekende rode lap en de stier.

 

Ik had vroeger zo'n collega. Hij had zo'n hekel aan uniformen dat bij het passeren van een muziekkorps z'n haren al recht overeind gingen staan. Later gebeurde dat bij hem wel heel erg letterlijk: een hane(n)kam als kapsel, gewoon, om lekker tegendraads te zijn. Bij onweer moesten lieden met een dergelijk kapsel binnenshuis blijven. Het is bekend dat zich rondom pieken in het landschap een elektrisch veld vormt, waardoor de kans op blikseminslag een factor honderd keer zo groot is. Levensgevaarlijk dus.

 

Tenslotte nog dit:

Uit de jaren '60 hebben we een paar woorden overgehouden die we nog dagelijks tegenkomen in ons taalgebruik: happening, ludieke aktie, provoceren, provocatie.

En het nieuwe woord van 2011 is "weigerambtenaar" (met "bedrijfspoedel" op een goede 2e plaats).

1 reactie

geen
han44

12 February 2013 om 17:47

Plaats een reactie

U bent nog niet ingelogd; hierdoor kunt u nog geen reactie plaatsen.
Ga eerst na de inlogpagina. Als u geen ZeelandNet abonnemenent heeft kunt u een gast-account gebruiken.