Columns met een glimlach

Verhalen en ontboezemingen die ironisch bedoeld zijn

80. Stemgedrag

1 reactie

Spannend!! Als 18-jarig jongetje voor het eerst naar de stembus. Wat een verantwoording. En op welke partij moest je dan zo’n eerste keer stemmen? Moest je de partij stemmen waar je ouders altijd op stemden? Extra lastig als je moeder een trouw CHU aanhangster was en je vader altijd PvdA stemde. Of moest je, als een echte opstandige puber, je kont in de krib gooien en juist, uit balorigheid, iets heel anders kiezen?

Zo fietste ik op  die bewuste ochtend door de straten van Eindhoven, jawel u raadt het goed, mijn werkzaamheden vonden in die jaren plaats bij een grote gloeilampenfabriek in het zuiden des lands. Toen ik al fietsend zat te bedenken of ik rechts of links zou stemmen, zag ik plotseling een grote losse straatklinker midden op de weg liggen. Mijn onzekerheid over mijn a.s. stemgedrag projecteerde zich op mijn fietsgedrag: zou ik links of rechts om de steen heenrijden? Te laat!! Ik knalde er frontaal bovenop met als gevolg dat ik met fiets en al over de kop sloeg. Redelijk gehavend kwam ik aan bij het stembureau. Zelfs zonder gebruik te maken van het rode potlood had ik het hokje van mijn keuze bloedrood kunnen maken. In alle consternatie ben ik vergeten wat ik die eerste keer gestemd heb.

 

Het blijkt in die beginjaren erg moeilijk om je keuze te bepalen, vooral vanwege al die vooroordelen:

-          links staat voor vooruitstrevend (is een rechtse partij dus per definitie NIET vooruitstrevend?)

-          rechts staat voor behoudend (wil links dus alles op de kop gooien?)

-          een linkse partij is sociaal (is rechts dus asociaal?)

-          de VVD is voor vrijheid en democratie (zijn de andere partijen daar dus op tegen?)

-          heeft een one-issue partij alleen verstand van dat éne onderwerp, en dus geen mening over al die andere belangrijke punten?

-     is de Partij voor de Dieren er ook voor de mensen?

 

Naarmate de jaren vorderen wordt ons stemgedrag bewuster. We lezen partijprogramma’s, we kijken TV-debatten en ondanks dat we het niet op álle punten eens kunnen zijn maken we toch een weloverwogen keuze. Tegenwoordig is het wel heel simpel, je vult op de computer de stemwijzer in en de partij van je keuze rolt er gewoon uit. Was het maar zo eenvoudig. Vaak komt daar een partij uitrollen die je normaal NOOIT gekozen zou hebben. Soms ben je zo verbijsterd dat je uit pure schaamte je hand voor het beeldscherm houdt, zodat je huisgenoten de uitkomst maar niet te zien krijgen.

 

Zoals al gezegd, ook al ben je een fervent aanhanger van een politieke partij, er zijn altijd puntjes waar je het mee oneens bent, waarbij de zienswijze van een andere partij beter bij je past.

Dit geldt natuurlijk ook voor kamerleden, hoewel er van hen verwacht wordt dat ze bij stemmingen over moties het partijbelang mee laten wegen. Dat dit soms kan leiden moeilijke situaties, tot innerlijke tweestrijd. Wat laat het kamerlid zwaarder wegen: zijn eigen heilige mening of het partijbelang?

 

Het volgende verhaal is ronduit verbijsterend.

(voor de goede orde: elke gelijkenis met bestaande personen berust op toevalligheid)

 

Er was eens een Nederlandse politieke partij, waarvan de afkorting uit 3 letters bestond.

Na de verkiezingen voor de 2e kamer werd er met veel moeite een coalitie bij elkaar gescharreld met 2 andere partijen. De bedoeling was dat alle leden van genoemde partij, niemand uitgezonderd, hun goedkeuring zouden geven aan het regeerakkoord. Maar er was een probleem: twee kamerleden gaven aan dat ze zich absoluut niet konden vinden in deze coalitie en derhalve tegen zouden stemmen. Toen waren de rapen gaar. De hele partij was in rep en roer. Er werd gepraat, gescholden, geïntimideerd. De twee kregen een heuse Donnerspeech (sorry: donderspeech). Ze werden zelfs “dissidenten” genoemd.

 

Even tussendoor: het woord “dissident” is afkomstig uit de Sovjet Unie uit de vorige eeuw. Tegenstanders van het rode regime werden toen verbannen naar het ijzige Siberië. Ook in andere dictaturen zoals Cuba met Fidel Castro, Chili onder Pinochet en Argentinië onder Videla kenden het verschijnsel “dissident”. Vrij vertaald is een dissident dus een ordinaire dwarsligger. Persoonlijk vind ik de naam “dissident” in dit geval geheel ongepast voor twee mensen die een eigen gezonde mening hebben, die toevallig indruist tegen het partijbelang.

 

Terug naar ons verhaal.

Na ernstige vormen van indoctrinatie, hersenspoeling en andere geestelijke wreedheden waren de twee dissidenten murw gebeukt en kozen ze eieren voor hun geld. Gelukkig voor de partij: de coalitie was gered. En het belangrijkste: er was eenheid binnen de partij.

Een jaar later was er een conflict over het al of niet terugsturen van een jongeman uit Verweggistan naar zijn geboorteland. De genoemde partij was van mening dat we deze jongeman niet langer konden “gedogen”, hoewel het woord “gedogen” toch heel hoog in het partijvaandel stond. Bovendien predikte de partij de woorden “gezin”, “hoeksteen” en “samenleving” in één zin tesamen. De oppositie stelde voor om voor deze jongeman een uitzondering te maken en diende een motie in.
Dezelfde 2 dissidenten van een jaar geleden herinnerden zich plotseling de eerste letter in de afkorting van hun partij. Deze letter was een beetje in het vergeetboekje geraakt. De letter stond er nog wel, alleen om eventuele problemen te vermijden met een bekende drogisterij-keten. De twee dwarsliggers waren het eens met de oppositie dat de jongeman, die al heel lang in Nederland was, niet terug hoefde naar Verweggistan. Opnieuw werden de dissidenten zwaar onder druk gezet., de partij was hierin heel hardLeers. Na lang praten, smeken, dreigen, gingen de 2 mensen door de knieën en stemden ze, samen met de partijgenoten, tegen het voorstel. Partijbelang gaat voor persoonlijk belang.

Einde verhaal. Hoe bestaat het? Anno 2011. In een democratie. Diep triest.

  

Tot slot heb ik nog een goed advies voor onze Kamervoorzitter. Ze kan wel een opkikkertje gebruiken nadat ze kort geleden heeft nagelaten om in te grijpen in een ordinaire scheldpartij tussen de premier en een fractievoorzitter.

Ik heb voor haar een enorme tijdsbesparing bij hoofdelijke stemmingen. In plaats van 150x te vragen of iemand vóór of tegen een wetsvoorstel is moet ze het op de volgende manier aanpakken:

Vraag-1: Zijn er nog dissidenten in de zaal? (waarschijnlijk niet)

Vraag-2: (aan de fractievoorzitter van de PvdA) Vóór of tegen? OK, dat wordt 30x vóór.

Vraag-3: (aan de fractievoorzitter van de VVD) Vóór of tegen? OK, dat wordt 31x tegen.

Vraag-4: (aan de fractievoorzitter van de CU) Vóór of tegen? OK, dat wordt 5x vóór.

Enz. enz.

Ik verwacht dat mijn voorstel in dank afgenomen wordt. Kan het kabinet en de kamer iets eerder naar huis. (en morgen gezond weer op)

 

En mocht ik bij de volgende gang naar het stemlokaal opnieuw een grote baksteen op mijn pad tegenkomen, dan zal ik deze aan de linkse kant voorbijgaan. Vele anderen zullen mijn voorbeeld volgen als je Maurice de Hond, onze trouwe bedrijfspoedel, mag geloven. Nog maar 10 zetels over van de 21.

1 reactie

geen
han44

12 February 2013 om 20:05

Plaats een reactie

U bent nog niet ingelogd; hierdoor kunt u nog geen reactie plaatsen.
Ga eerst na de inlogpagina. Als u geen ZeelandNet abonnemenent heeft kunt u een gast-account gebruiken.