Columns met een glimlach

Verhalen en ontboezemingen die ironisch bedoeld zijn

79. Oude beroepen

2 reacties

U kent ze ongetwijfeld, die zomerse jaarmarkten. Steevast is een groot gedeelte gereserveerd voor oude ambachten zoals: stoelen matten, manden vlechten, papierscheppen, kantklossen, klompen maken, pottenbakken, glasblazen en, als de ruimte het toelaat, het beslaan van paarden in een echte travalje onder het aroma van schroeiende hoeven.

Niet alle oude beroepen zijn vertegenwoordigd op zo’n markt. Dat kan ook niet. Ik maak gebruik van mijn schrijfrecht om er nog enkele te noemen.

 

Wat dacht u van de sluiswachter die, nog met de hand, zijn sluis opendraaide. Apetrots was ik toen ik ooit mocht helpen draaien op het sluisplateau in Veere. In het Franse deel van het riviertje de Leie (La Lys) werd vroeger aan elk passerend schip een sluiswachter toegewezen. Deze meneer fietste op het jaagpad met het schip mee en bediende de vele sluisjes. Toevallig fietste ik daar ook en het was wel grappig dat ik een conversatie in het Nederlands kon voeren met de opvarenden van een motorjacht uit Dordrecht.

 

Ze zijn er nog, de brugwachters die hun brug met handkracht bedienen en bij het passeren van de boot een klomp aan een touwtje loslaten, met de bedoeling dat de schepelingen zijn zware arbeid belonen met een muntje. Zoiets is extra leuk voor  toeristen. Wat zou ons provinciestadje veel bezoekers trekken als onze eigen brugwachter met zo’n klompje zou zwaaien. Het bedragje is symbolisch, al is het maar een euro-dubbeltje, desnoods een knoop, het gaat om het gebaar. En het leukste komt nog: door de gestegen inkomsten uit toeristenbelasting en parkeergelden kunnen de gemeentelijke lasten van de inwoners OMLAAG.

 

Aan de ouderwetse kleermaker heb ik geen goede jeugdherinneringen. Als de wintermantel van je moeder versleten was, troonde ze je mee naar het huis van deze couturier. Er werd gemeten, geknipt en gepast, want het was de opzet dat er een zondags jasje uit gemaakt werd. Tijdens het passen werd je compleet volgeprikt met spelden. Achteraf denk ik dat die man in zijn vrije tijd acupuncturist moet zijn geweest.

De bedoeling was dat je achteraf blij en tevreden was met het resultaat. Net zo blij als toen je op Sinterklaasavond je pakje openscheurde en er een paar sokken in bleken te zitten. Teleurstelling verbergen en vooral blij kijken. Ik heb wat Spaanse sokken en Spaanse zakdoeken gekregen in die jaren.

 

Alleen de Nederlandse film “De wisselwachter” doet nog herinneren aan dit verdwenen beroep. Ooit waren we in Tsecho-Slowaaks dorpje waar een morsige man minstens drie beroepen bleek te hebben: wisselwachter, overwegwachter en stationschef. Nou kwamen er over dat spoorlijntje slechts 4 treinen per dag, dus uiteindelijk viel het wel mee. Ik verdenk hem ervan dat hij ook nog kroegbaas, kapper en burgemeester was in de tussenliggende uren. Waarschijnlijk geniet deze man nu nog steeds een vorstelijk staatspensioen.

 

Heel handig als je tegenwoordig met 120 km per uur de landsgrenzen kan passeren, maar die oude grensposten waren toch altijd bere-gezellig. Een Franse douanier met een kenmerkend hoofddeksel, voorzien van wachthuisje en slagboom, stelt voor de zoveelste keer die dag de overbekende vraag: “Rien à déclarer?” Nee, ik had nooit iets aan te geven. Het enige dat ik ooit aangegeven heb was op het gemeentehuis: m’n kindertjes.

Aan de Duits-Nederlandse grens werd in de jaren ’70 onze auto langdurig doorzocht, iedereen was in rep en roer, alleen vanwege het feit dat ik met mijn zwarte baard enige gelijkenis vertoonde met een lid van de Baader-Meinhof Gruppe.

 

Typisch dat sommige beroepen van naam veranderen:

Een voddenboer heet thans koopman of zakenman.

De marskramer is huis-aan-huis verkoper geworden.

Baakster en vroedvrouw heten nu kraamverzorgster en verloskundige.

Zoals al gezegd: kleermaker heet thans couturier.

Pillendraaier is de oude naam voor apotheker en het was een hele lange weg van chirurgijn, via heelmeester naar arts.

Net zo’n lange weg als van barbier, via kapper naar haarstylist.

Een dorpsomroeper verdient nu zijn brood als redacteur van het regionale dagblad.

Een piskijker was een soort kwakzalver die aan de geeltint van de urine kon bepalen aan welke kwaal de patiënt leed; tegenwoordig is het niet zo’n fijne benaming voor een medisch analist(e).

 

Soms heeft zo’n oud beroep een negatieve klank, maar dat is niet altijd terecht.

Een lijntrekker was het hulpje van de landmeter, dus gewoon iemand die nauwkeurig de erfscheidingen vastlegde. Als die man er vroeger een potje van maakte dan leidt dat heden ten dage tot een extra uitzending van de Rijdende Rechter.

Een raddraaier draaide aan het wiel van de lijnbaan in een touwslagerij, niks mis mee.

 

Als je eeuwen geleden iets wilde vertellen aan iemand die 300 km verderop woonde dan kon je een “bode” inschakelen. Deze persoon bracht je boodschap al wandelend van A naar B. Een “ijlbode” was iets duurder, maar die liep dan ook op een sukkeldrafje. En dan was er ook nog de super-ijlbode, deze had een paard ter beschikking. Dit beroep is compleet verdwenen toen er concurrentie kwam van achtereenvolgens de postduif, de postkoets en TPG-post. Deze laatste organisatie heeft het nu moeilijk vanwege de opkomst van SMS, email en twitter.

 

Opvallend is ook dat vroeger, behalve de marskramer, vele andere beroepen een deur-aan-deur strategie kenden: scharensliep, bakker, melkboer, groenteboer, visboer, olieboer, kolenboer, voddenboer, schillenboer, bloemenman (waarom geen bloemenboer?).

Nu zie je slechts de SRV-auto en de bibliobus en dan nog alleen in het buitengebied.

 

Zo, dat was weer een column van vroeger. De volgende wordt weer eigentijds. Beloofd!!

Over de nabije toekomst: het beroep “kaartjesknipper” bij de NS gaat volgend jaar verdwijnen, als iedereen een OV-chipkaart dient te hebben. Dit zal deze keer niet leiden niet tot banenverlies, want ook de chipkaart moet gecontroleerd worden. Bovendien komt er bij de NS een splinternieuw beroep bij: de “plaszakbeheerder”.

 

2 reacties

Ik heb ze allemaal meegemaakt, Han. Ook de dorpsomroeper en de aanzegger, die langs de deuren ging om een sterfgeval aan te kondigen. De plaszakbeheerder ben ik nog niet tegengekomen, maar ik kijk er wel naar uit!
Tuinfluiter

07 November 2011 om 17:32

Je hebt weer een mooi blog geproduceerd! Prachtig.
Ik herinner me een lezing van Albert Kort, over "Bromsnor in Zeeland", waarbij alle nevenberoepen van de toenmalige veldwachter genoemd werden. Inderdaad, het zou nu een flinke bijverdienste wat pensioen betreft opleveren.
Helaas was dat voor weinigen weggelegd, en trouwens vandaehe-andendag (om een oud woord te gebruiken) nog. Misschien onze CdK ?

De bakkers die aan de deur kwamen.., meestal de achterdeur. In Tholen waren dat er veel broodleveranciers.  Maar twee bakkers gunden elkaar het licht in de ogen niet, zij vochten aan de achterdeur om een vrouwelijke kant te werven. Waar gebeurd, christelijk historisch zeggen we dan.
 O ja, ik mis de schillenboer.. hoe zou die nu genoemd worden ?
Van mij mag je nog doorgaan hoor met die ouwerjaerse vertelsels!
Mooie avond verder.

Jopie Meerman

07 November 2011 om 18:58

Plaats een reactie

U bent nog niet ingelogd; hierdoor kunt u nog geen reactie plaatsen.
Ga eerst na de inlogpagina. Als u geen ZeelandNet abonnemenent heeft kunt u een gast-account gebruiken.