Columns met een glimlach

Verhalen en ontboezemingen die ironisch bedoeld zijn

64. Nederlandse literatuur

1 reactie

Wat is literatuur? Wat is het verschil tussen literatuur, lectuur, leesvoer of pulp?


Dat een doktersroman niet onder de literatuur valt kan ik billijken, ondanks prachtige titels, zoals: “Zuster Clara vindt het geluk”.

De titel verraadt meteen de inhoud:

 

Operatiezuster Clara is al jaren verkikkerd op de knappe chirurg Ruud (ook op z’n centen natuurlijk). Bij de laatste operatie na een dag vol routineuze blindedarm-ingreepjes, moet Clara een klem aangeven. De handen raken elkaar, hetgeen bij beiden een schok teweegbrengt. Ze kijken elkaar boven hun mondmaskers diep in de ogen, de vonk slaat over. De laatste patiënt wordt snel dichtgenaaid (dat zal geen fraai litteken worden) en ze stappen in Ruuds bolide. Dokter Ruud, toevallig onlangs gescheiden, woont in een met riet gedekte villa in Blaricum-Zuid. Aldaar beleeft Clara, samen met Ruud, een romantische avond met kaarslicht en rode wijn. Na nog wat bladzijden met smeuïge details sla je, voor je het weet, de laatste pagina op.

Deze boeiende lectuur wordt, met name door vrouwen, met huid en haar verslonden.

 

Wie bepaalt eigenlijk wat literatuur is?  Een bestseller is bijna per definitie GEEN literatuur. Dat kan ook niet. Als het gewone volk een boek goed vindt, dan kan het onder geen enkele voorwaarde literatuur genoemd worden.
Examencommissies, bestaande uit betweterige geflipte docenten Nederlands, bepalen voor ons het verschil tussen literatuur en geen-literatuur. Toen ze het onderwijs verlieten, omdat ze geen orde konden houden, werd dit hun nieuwe roeping. Hun woord is wet.

 

Destijds op de MULO had je niks te kiezen: Bartje van Anne de Vries, Het Hofke van Marie Koenen, Saidja en Adinda (een stukje Max Havelaar) van Multatuli en nog een paar werkjes die ik inmiddels vergeten ben. Dat was verplichte kost.

 

Op de HBS werd er van je verwacht om minimaal 30 (!!!!) boeken te lezen, waarbij je keuzes mocht maken uit een omvangrijke lijst, maar wel verspreid in de tijd: van het jaar 1200 tot heden.

Van Mariken van Nimwegen tot Harry Mulisch, van Karel ende Elegast tot Godfried Bomans, van Brederoo tot Jan den Hartog, van Hildebrand tot Anna Blaman.

Ook Vlaamse schrijvers als Conscience, Hugo Claus, Willem Elsschot en Louis Paul Boon waren toegestaan.

In de schoolbibliotheek waren de boeken met de minste pagina’s het populairst bij de leerlingen.

Sommige leerlingen volstonden met het lezen van de samenvatting, maar helaas, de examinatoren konden door hun vraagstelling haarfijn vaststellen wie het gehele boek gelezen had en wie niet. Vermoedelijk schepten ze hieruit een satanisch genoegen om leerlingen af te laten gaan.

 

Soms koos je een boek vanwege zijn titel. Zo heb ik van Potgieter het boekwerk “Jan, Jannetje en hun jongste kind” gelezen. Dit jongste kind heette Jan Salie, wat synoniem is voor een saai persoon zonder initiatief. Later zijn er nog meer Jannen bijgekomen: Jan Hagel, Jan Doedel, Jan Joker, Jan Klaassen, Jan met de Pet, Jan Publiek en Jan Modaal.

Een boek als “De wiskunstenaars of het gevluchte juffertje” van Pieter Langendijk zou je ook alleen al voor de titel op je lijst zetten, met name omdat ik wiskunde-freak was.

 

Toen een schuchtere jongeman in mijn klas voorzichtig vroeg of hij ook een detective van Havank op zijn lijst mocht zeggen barstte onze arrogante leraar Nederlands uit in een homerisch gelach. Het jongetje werd compleet belachelijk gemaakt en het zou me niks verbazen als hij hier blijvende geestelijke schade van overgehouden heeft.

 

Tenslotte iets over de stichtelijke gedichtjes van Hieronymus van Alphen uit de 18e eeuw. Die waren ook geschikt voor de literatuurlijst. De bedoeling van deze rijmpjes was om de jeugd op te voeden en een schuldgevoel aan te praten als ze katte(n)kwaad hadden uitgehaald.

 

Jantje zag eens pruimen hangen

O, als eieren zo groot

’t Scheen dat hij ze wou gaan pukken

Schoon zijn vader ’t hem verbood

Enz. enz. enz.

 

Kornelis had een glas gebroken

Vooraan in de straat

Schoon hij de stukken had verstoken

Wist hij met zichzelf geen raad

Enz. enz. enz.

 

Met deze rijmpjes bereik je de hedendaagse jeugd niet echt.

Mijn eigentijdse versie komt meer in de buurt:

 

Thomas had een vrouw geslagen

Vooraan in de straat

Toen haar man bij hem kwam klagen

Wist hij van de prins geen kwaad

 

Zie je wel? Ik kan ook literatuur maken!! Zo moeilijk is het helemaal niet!!

 

Ik zou waarschijnlijk ook zomaar een doktersroman kunnen schrijven.

Wat denkt u van “Zuster Clara vindt het geluk” deel-2

Waarin Clara en Ruud elke zaterdag naar de Blaricumse Aldi gaan voor de wekelijkse boodschappen, waarin Clara met regelmaat poepluiers moet verschonen, waarin Ruud door het medisch tuchtcollege op de vingers wordt getikt omdat hij een jaar geleden “vergeten” is om iemands ontstoken blindedarm te verwijderen, waarin Ruud naar de fles grijpt en betrapt wordt met een slok op achter het stuur. Waarin ze, door geldnood gedwongen, de villa moeten verkopen.

 

Dit vervolg is een stuk realistischer dan deel-1, maar of het goed zal verkopen?

Binnenkort is dit tweede deel waarschijnlijk alleen te koop bij boekhandel De Slegte ….

 

1 reactie

jij had geluk, wij moesten minimaal 40 nederlandse boeken lezen, om van die 20 engelse, 20 franse en 20 duitse maar niet te spreken. genoeg om de eerste 10 jaar daarna alleen doktersromannetjes te lezen.
wilgenroosje

03 August 2011 om 14:05

Plaats een reactie

U bent nog niet ingelogd; hierdoor kunt u nog geen reactie plaatsen.
Ga eerst na de inlogpagina. Als u geen ZeelandNet abonnemenent heeft kunt u een gast-account gebruiken.