Columns met een glimlach

Verhalen en ontboezemingen die ironisch bedoeld zijn

38. Nostalgische plekjes

1 reactie
38. Nostalgische plekjes

Voor het eerst sinds 32 jaar een bezoek aan de Efteling met kinderen en kleinkinderen!! Inmiddels is het terrein wel 4x zo groot geworden compleet met een andere ingang, dus je bent meteen je oriëntatie kwijt. Er zijn talloze mooie, nieuwe attracties.

Toch was het aloude Sprookjesbos een feest der herkenning: “papier hier”, “kleine boodschap”, het 7e geitje in de klok, een slapend Doornroosje, de reus Langnek.

Op dezèlfde plek als in 1978 heb ik dezèlfde foto genomen van ons gezinnetje. De verhoudingen van de lichaamslengtes van de figuranten zijn na 32 jaar behoorlijk veranderd. Dit is een ingewikkelde manier om uit te leggen dat mijn dochters groter zijn gegroeid.

In de superachtbaan, de Python, is het de bedoeling dat je luidkeels lacht of oorverdovend gilt tijdens de “loopings” en de “kurkentrekkers”. In plaats daarvan was ik, gedurende 30 seconden, natuurkunde-sommetjes aan het maken over centripetale versnelling en optredende g-krachten. Opnieuw een voorbeeld van verregaande beroepsdeformatie van een oud-docent natuur- en wiskunde.

Thuisgekomen heb ik natuurlijk gelijk via Google opgezocht dat een volwassene de Python ervaart als 3,5g. Mijn eigen schatting kwam uit op 4g, dus daar zat ik niet erg ver naast.

 

Maar alles bij elkaar was het een feest om weer eens op die plaats te zijn. Pure nostalgie.

Zo zijn er altijd plekjes die op één of andere manier in de herinnering blijven hangen.

 

Op weg naar Noord-Nederland drinken we ons kopje koffie altijd in de Weerribben, op het terras aan de Kalenbergergracht ter hoogte van het tolbruggetje, vlakbij het huisje van collega-columnist Marjan Berk die daar zo ongeveer het mooiste uitzicht van Nederland heeft. De eigenaar weet al precies wat we gaan bestellen; hij kent die Zeeuwen inmiddels. De brugwachter int zijn tolgeld met een klomp aan een touwtje, waar zie je dat nog?

 

Terug uit Frankrijk altijd nog een paar nachtjes logeren in dat hotelletje aan het sluisje in de Sambre bij de Abdij van Aulne. Een oase van rust tussen de kolengruisheuvels (terrils) in de grauwe mijnstreek de Borinage.

We fietsen dan, niet voor de eerste keer, over het autovrije sluispad naar Thuin langs het mooiste stuk van de rivier. En dan natuurlijk nog een keer de vier meccanodoos-achtige scheepsliftjes in werking zien die elk 17 meter hoogteverschil overwinnen in het Canal du Centre. Een uniek staaltje van techniek.

 

Waarom die herhaling? Is dat de ouderdom die ons parten speelt?

Er zijn nog zoveel plekken op deze aardbol die we nog nooit gezien hebben.

Waarom komen we elke keer terug in het stadje Monreal in de Duitse Eifel vlakbij Koblenz?

Daar is het minstens zo mooi als in het superdrukke Monschau, waar de toeristenkermis geen grenzen kent, waar een parkeerplaats vinden een crime is, waar je voetje voor voetje je weg moet vinden, terwijl je in Monreal aan de Elz bijna alleen door de verlaten pittoreske straatjes loopt. Vanwaar dat verschil?

Het zal toch niet gebeuren dat het door mijn column daar ook gebeurd is met de rust?

 

 

Waarom willen we tenminste één keer per jaar naar het vestingdorpje Lillo aan de Schelde? De omgeving is deprimerend: industrie zover het oog reikt. Temidden van die industrie ligt een groene oase met een idyllisch centrum met de gezellige staminee ’t Pleintje, alwaar de kastelein meteen een Corsendonk Pater inschenkt als hij mij ziet plaatsnemen op zijn terras. Als deze parel dreigt ten onder te gaan aan de oprukkende industrie dan begin ik persoonlijk een protestactie. De Belgische regering kan helaas niet optreden, want die is er niet.

 

In de jaren ’80 kampeerden we totaal 7x op diezelfde kleine camping, helemaal achter in dat Zwitserse dal, aan de voet van de sneeuwbergen. We bleven dan tenminste vier weken. Dat is het probleem van mensen uit het onderwijs: je moet je vele vakantiedagen volmaken….

Typerend dat onze dochters met hun gezinnen nog steeds met regelmaat dit plekje opzoeken.

 

Het eerste gevoel is vaak heel belangrijk of je je thuisvoelt op een bepaald plekje; de sfeer, de omstandigheden, je gezelschap, het weer.

Het beste bewijs daarvoor werd een aantal jaren geleden geleverd toen we langs de Donau fietsten en uiteindelijk Wenen bereikten.

Wenen heeft op ons geen verpletterende indruk gemaakt, sterker nog, we zijn op Wenen afgeknapt. Oorzaak? Het was die dag bijna 40 graden in de schaduw, en dan heb je andere zorgen. Bijvoorbeeld drinken, drinken en nog eens drinken, van schaduw naar schaduw vluchten en daarbij oppassen voor de neerstortende dooie mussen van de daken. Nee, Wenen heeft afgedaan bij ons en dat alleen maar door de weersomstandigheden.

 

Heb ik nog een wens?

Jazeker, nòg een keer naar de Efteling, nòg een keer in de Python en dan ècht genieten en NIET AAN NATUURKUNDE DENKEN !!!

1 reactie

geen
han44

12 February 2013 om 20:13

Plaats een reactie

U bent nog niet ingelogd; hierdoor kunt u nog geen reactie plaatsen.
Ga eerst na de inlogpagina. Als u geen ZeelandNet abonnemenent heeft kunt u een gast-account gebruiken.