Gerwi's weblog

Wat een boer niet kent..

2 reacties

 

Wat de boer niet kent.. dat vreet ie niet. “En dat mot ie niet,” denk jij er misschien meteen bij. Gelijk heb je. Immers de doorsnee boer – voor zover die al bestaat - loopt van oudsher niet voorop in het toepassen van nieuwe manieren van agrarisch ondernemen.

 

Mijn opa moest in de jaren zestig van de vorige eeuw bijvoorbeeld niets hebben van een trekker. Er ging niks boven zijn trouwe viervoeter. Vraag me niet hoe hard hij moest zwoegen achter dat paard om de ploeg diep genoeg voren te laten trekken, de haver te oogsten of het hooi op de kar te krijgen. Maar Bles, hij sjokte voort. Totdat mijn oom zei: “Va, ik wil ’n trekker.” De pijp viel nog net niet uit opa’s mond. Maar zo’n ding was veel handiger beweerde mijn vaders broer stellig: je had geen knecht meer nodig, alles ging sneller en kostte minder inspanning. Grootvader Gerrit Willem – waar zou mijn naam toch vandaan komen? - besefte dat het zijn kans op een opvolger was en zwichtte. Zo maakte de Hanomag zijn intrede in de familie. Af en toe tuft hij nog een rondje wanneer mijn neef hem van stal haalt.

 

“Leuk dat je je weer meldt. Maar wanneer jij je eigen  voornemen volgt – geen privéstory’s – verwacht ik een switch naar je politieke week,” hoor ik je aansturen op een wending. Die is rap gemaakt. Want met de komst van de tractor is eigenlijk de (over)mechanisatie en schaalvergroting in de landbouw begonnen. Wil(de) je de kosten eruit halen – en je schulden kunnen aflossen – dan moe(s)t je wel groter en groter worden om meer te kunnen produceren.

 

Zo is Nederland uitgegroeid tot 2e landbouwexportland ter wereld. Daar zijn velen trots op. Dat mag. Maar laten we eerlijk zijn: dit systeem kent zijn keerzijdes. Enerzijds ontvangt de boer doorgaans geen eerlijke prijs voor zijn product. Anderzijds zorg(d)en eentonige lappen aardappels, uien, tarwe of mais dan wel de monotone graslanden voor het verdwijnen van de natuurlijke ecosystemen. Hoe lang redden we het nog met kunstmest, chemische bestrijdingsmiddelen en rupsjes nooit genoeg?

 

“Nog eeuwen,” was vrij vertaald de eerste reactie die ik afgelopen vrijdag hoorde in de Statenzaal. Ja, ja je leest het goed. Na maanden kwamen we weer fysiek bij elkaar! Omdat het democratisch proces daar toch het meest bij gebaat (b)lijkt. Die twinkelende ogen, die smileys, iedereen had er zin in. De avond ervoor waren we enthousiast uit de startblokken geschoten tot 23.30 uur met een paar pittige debatten. Over Zichtbaar Zeeland en de energiestrategie. Voor niemand een belemmering om de volgende ochtend vanaf 9 uur gelijk weer alle registers open te trekken. De gebiedsvisie voor het Veerse Meer en het initiatiefvoorstel van GroenLinks – “Op weg naar een rendabel voedselbos” – hielden de gemoederen bezig. 

 

Volgens Neerlans jongste boerenpartij had GroenLinks zich dus driekwart jaar inspanning kunnen besparen. Die reactie verbaasde me niets. Eerlijk gezegd hield ik er rekening mee dat we ook de wind van voren konden verwachten van partijen, die zich al sinds mensenheugenis presenteren als voorvechters van het boerenbelang. Bij de aankondiging van het onderwerp zag ik enkelen achteroverleunen en veelbetekenend naar elkaar grinniken. Zo van met-welk-sprookje-komt-ie-nu? Belangstelling voor een groot voedselbos in onze landbouwprovincie? Dat kan toch niet waar zijn.

 

Zoveel voorwerk, dat verdiende echter volgens vrijwel iedereen in elk geval een sympathieke insteek. Sommige betuigden direct hun steun. Anderen zagen in het begin weinig tot geen kans om ergens ruimte te vinden voor een of twee pilots – wat een boer niet kent.. – maar gaandeweg de toelichting veranderde ongemerkt hun houding. Ze kwamen meer naar voren zitten, nog net niet op het puntje van hun stoel. Verrek, er blijkt dus wel degelijk belangstelling voor de terugkeer naar kleinschaliger boeren. Ook in Zeeland. Niet alleen door vrijwilligers en mensen met groene ambities. Maar eveneens vanuit de agrarische sector.

 

Allemaal mensen die de kracht van een voedselbos zien:

Je boert op natuurlijke wijze.

Je hoeft niet meer te ploegen.

Kunstmest en bestrijdingsmiddelen zijn niet meer nodig.

Je kunt het gehele jaar door oogsten.

Je werkt aan verbetering van de bodemstructuur, biodiversiteit en waterhuishouding.

Je speelt in op veranderend consumentengedrag; je kunt de klant directer betrekken en de opbrengst kan 2 tot 3 keer zoveel worden per ha. (al dien je eerst een flink aantal jaren te overbruggen alvorens hiervan sprake kan zijn).

 

De wind draaide in het debat richting een voorzichtig briesje mee. Althans zo voelde het. Er kwamen welgemeende tips. En de uitgestoken hand van de gedeputeerde deed de rest. Die pakte ik – figuurlijk gezien – daarom graag met beide handen aan. Dat betekent weliswaar opnieuw meer werk, maar met wat aanpassingen hoop ik dat we samen tot de mogelijkheid op 1 of 2 pilots voor een rendabel voedselbos in Zeeland kunnen komen. Waarbij belangstellenden – van boeren, burgers tot buitenlui – met een goed plan meer kans maken op gerichte ondersteuning in welke vorm dan ook.    

 

‘Wat een boer niet kent…dat smaakt naar meer!” Als dat gaat lukken, proef je niet alleen verrassend lekker eten, maar zie je ook hoe mooi politiek kan zijn. Ja toch?   

 

 

  

Hartelijke roodgroene groet,

Gerwi.

2 reacties

Stug doorgaan is in de politiek vaak het beste om uiteindelijk iets te bereiken.

Toos van Holstein

24 June 2020 om 11:52

Dank voor de stimulans Toos van Holstein. Reden temeer om door te zetten. Daar kan je op rekenen.

Gerwi Temmink

28 June 2020 om 01:51

Plaats een reactie

U bent nog niet ingelogd; hierdoor kunt u nog geen reactie plaatsen.
Ga eerst na de inlogpagina. Als u geen ZeelandNet abonnemenent heeft kunt u een gast-account gebruiken.