Het andere geluid ......

In vrijheid kiezen

2 reacties

Korte toespraak gehouden tijdens de Nationale Dodenherdenking op 4 mei 2019 in de Grote of Maria Magdalenakerk te Goes.

 

Het jaarthema voor de Dodenherdenking 2019 is ‘In vrijheid kiezen’. Een vrijheid die we in de jaren van de Tweede Wereldoorlog niet hadden.

Vandaag staan we stil bij de doden uit de Tweede Wereldoorlog. En morgen vieren we dat we al 74 jaar kunnen leven in een vrij land. Vrij om onze mening te geven en vrij om onze keuzes te maken. Vrijheden die geen vanzelfsprekendheid zijn. Ook nu nog zijn er op veel plaatsen oorlogen en vallen er slachtoffers door oorlogsgeweld. Een relatief klein aantal burgers verzette zich tijdens de Tweede Wereldoorlog tegen de terreur van de nazi’s. Velen moesten dat met de dood bekopen. In Goes-oost leven hun namen nog voort in straatnamen. Als verzetstrijders  worden ze geëerd. Het overgrote deel van de bevolking probeerde er echter het beste van te maken. In het begin beperkten de Duitse bezetters onze vrijheid nog niet. Eigenlijk waren ze helemaal niet zo lastig. Ze voerden de beperkingen geleidelijk aan op. En gaandeweg pasten de meeste inwoners zich aan de nieuwe situatie aan. Maar moet je dat mensen kwalijk nemen? De dagelijkse spanning die het met zich meebrengt om illegale blaadjes te verspreiden, onderduikers te helpen en de onzekerheid van je bestaan. Schrijver/dichter Hans Warren noteert op 10 mei 1943 in zijn dagboek: “Het viel me op hoe ieder voortgaat met te leven in zijn eigen stijl, zo goed mogelijk, ondanks alle dreiging.” Het is vreemd dat het ongewone leven gewoon werd. Mensen pasten zich aan de omstandigheden aan.

 

Het aanpassen aan het totalitaire Nazi-bewind was ook een keuze. Het werd gestimuleerd door de bezetter. Een systeem dat ook kon functioneren door de inzet van veel Nederlanders. Een systeem dat veel mensen voor veel dilemma’s  plaatsten. Hoe ver kon je gaan in je meegaandheid? Hoe moest je je opstellen tegenover Joodse medeburgers die niet meer mochten werken en op veel plaatsen niet meer mochten komen?  Moest je als ambtenaar die Ariërverklaring wel of niet tekenen?  Wat waren de gevolgen van ontslag als je niet meewerkte?  Vragen die ons nu in 2019 vreemd voorkomen. Maar toen het verschil tussen leven en dood konden betekenen.

 

 In het Zeeuwse standaardwerk “Zeeland 40-45” van  L.W. de Bree, lezen we daarvan een voorbeeld. Een politieagent die”in 1942 joden van huis moest ophalen met de mededeling dat ze met een koffer als enige bezit met de trein  naar Amsterdam moesten. Ze hadden vooraf bericht gekregen en – ik citeer – de ingepakte koffer stond al klaar:

“Dinsdag 24 maart, des morgens kort na acht uur, belde bij de joodse gezinnen in Vlissingen en Middelburg een agent van politie aan. Sprak hij een voorgeschreven formule uit zodra hem werd opengedaan, begon hij met goede morgen te wensen of met de nadrukkelijke verklaring dat hij ook maar handelde op last van hoger hand.”  Een paar pagina’s verder lezen we dat de ontmenselijking in Amsterdam nog verder ging. De Middelburger P.J. Doets zocht enkele malen zijn voormalige Joodse stadgenoten in Amsterdam op. Ik citeer: “Een Duits voorschrift verbood de in Amsterdam geconcentreerde joden fruit in huis te hebben. Men vrage niet waarom, het waren joden.”  

 

De afgelopen maanden zijn in Zeeland verschillende boeken verschenen over de Tweede Wereldoorlog. Nu – ruim zeventig jaar later – is er wat meer afstand tussen de gebeurtenissen uit die periode. Er is daardoor meer plaats voor  nuance en reflectie tussen wat goed en fout was. Uit de verschillende publicaties komt naar voren dat het meer een pragmatisch handelen van de bevolking in oorlogstijd was.

 

Een verhaal dat me trof vinden we in Cultuur ( met een C)  wordt Kultuur (met een K) van Lo van Driel. Om op cultureel gebied werkzaam te zijn moest je lid zijn van de Kultuurkamer. Een organisatie die in 1942 door de Duitse bezetter was geïnstalleerd. Het waren ook de nazi-machthebbers die bepaalden wat onder cultuur werd verstaan. Abstracte of moderne kunst was ‘entarte kunst’ – ontaarde kunst die verboden was. Niet de creativiteit van de kunstenaar was leidend maar er moest kunst gemaakt worden die aan de eisen van de nazi’s voldeed. Vaak was dat volkskunst zoals herkenbare landschappen of heldhaftige daden van het Duitse leger. Ook schilderijen van Zeeuwse klederdrachten vielen in de smaak. Er waren kunstenaars die overtuigd waren van de nazi-ideologie.

 

Maar er waren ook kunstenaars die onder zo’n grote druk kwamen te staan dat ze eigenlijk niet konden weigeren. Zo iemand was Alfons van Dijck, een Vlaamse kunstschilder die in Veere woonde. Geen activist maar iemand die aan het begin van de Eerste Wereldoorlog in 1915 naar Nederland was gevlucht om te ontkomen aan tewerkstelling in Duitsland. Van Dijck was met een Joodse vrouw getrouwd. Maar vanwege zijn schilderskunst had hij zoveel aanzien bij de Duitse autoriteiten dat ze deze situatie gedoogden. Het begon met enkele opdrachten voor schilderijen. Al snel werd van hem verlangd dat hij lid werd van de Duitse nazi-partij, de NSDAP.  In de zomer van 1941 moest Van Dijck als gids een propagandagroep in uniform van de NSDAP rondleiden in Veere. Hij was volgens de Duitse bezetter niet actief genoeg. Hij voelde weinig voor het lidmaatschap van de NSDAP. Het antwoord was: “straks komen de Joodengestapo in Zeeland en die zullen weinig voelen voor uw schilderijen om daardoor u en uw vrouw te sparen.” Zo werd steeds de druk opgevoerd. Een paar pagina’s verder lezen we: “Je ziet wel, nu komen de moeilijkheden, die had je kunnen voorkomen als je op tijd gescheiden was.” Beiden zijn levend de Tweede Wereldoorlog uitgekomen. Wel is Alfons van Dijck als ‘foute Nederlander enkele jaren geïnterneerd geweest in Fort Ellewoutsdijk. Toen konden we precies omschrijven wat goed of fout was, maar was die scheidslijn wel zo duidelijk te trekken? En in welke mate was iemand dan fout?  Je  zal maar moeten kiezen tussen het uitvoeren van opdrachten – in de vorm van het maken van schilderijen –  voor de bezetter of het uitleveren van je geliefde. Niet zo lang geleden ontving ik het bericht van iemand wiens vader de eerste jaren na de Tweede Wereldoorlog predikant in deze kerk was. Hij schreef dat zijn moeder haar man maar een held op sokken vond omdat hij zich niet durfde uitspreken tijdens deze oorlogsjaren. De collega-dominee waarnaar ze verwees had dit wel met de dood moeten bekopen. Het geeft aan hoeveel angst er in de samenleving was.

 

Mensen worstelden ook met principiële gewetensconflicten. Hoe kon je kiezen tussen je principes en de mogelijke gevolgen van het weigeren van opdrachten? Illustratief is een voorbeeld in Biezelinge. Op 24 april 1944 stuurde de Kerkeraad van de Nederlands Hervormde gemeente van Biezelinge en Eversdijk een brief naar de Algemene Synode in Den Haag. 

Men vroeg advies hoe te handelen bij een opdracht van het Duitse bestuur.  De brief begon als volgt: “In Zeeland wordt bijna de gehele manlijke bevolking gedwongen spitwerk te verrichten in dienst van de Duitse weermacht.” De vraag betrof niet zozeer of dit werk verricht mocht worden maar of men daartoe op zondag verplicht kon worden. Het was immers in strijd met de door hen beleden zondagsrust. Het is een herkenbaar beeld dat heerste onder grote delen van de bevolking. Men probeerde zich te schikken in het lot. Van vrije keuze was geen sprake. De vrijheid om zelf inhoud te geven aan je geloof of levensovertuiging. Je eigen godsdienst te mogen blijven uitoefenen maar ook de vrijheid om niet te geloven. Het zijn verworvenheden die we moeten koesteren en verdedigen. 

 

Ook nu heerst er verwarring. Vergelijkingen met het verleden lopen nooit parallel. Er zijn aanslagen en in verschillende delen van de wereld wordt gevochten. De roep om een sterke leider die doet wat hij belooft wordt sterker. Zo’n systeem houdt doorgaans weinig rekening met andersdenkenden. Juist de vrijheid om te kiezen en rekening te houden met alle bevolkingsgroepen is het kenmerk van een democratie. 

 

Op dit moment beleven we de langste periode dat we in dit deel van de wereld geen oorlog hebben. We zijn dit als een normale situatie gaan zien. Maar iedereen die de toestand in de wereld volgt zal begrijpen dat dit niet vanzelfsprekend is. Dat heeft te maken met internationale samenwerking.  Er ontstaan weer grenzen. Onze vrijheid is gebaat bij internationale samenwerking. Zoals we hier bij elkaar zitten zijn we maar kleine spelers in dat grote wereldspel. Als we een bijdrage kunnen leveren aan die internationale samenwerking moeten we dat niet nalaten. Door gebruik te maken van je stemrecht. Door te debatteren. Door meningen uit te wisselen. Maar ook door naar elkaar te luisteren. Kritisch te oordelen en compromissen te sluiten. Op deze wijze kunnen we onze vrije samenleving behouden en vorm geven.

 

2 reacties

Een mooi, genuanceerd verhaal.

Toos van Holstein

08 May 2019 om 11:02

Hartelijk dank.

Frits de Kaart

09 May 2019 om 13:53

Plaats een reactie

U bent nog niet ingelogd; hierdoor kunt u nog geen reactie plaatsen.
Ga eerst na de inlogpagina. Als u geen ZeelandNet abonnemenent heeft kunt u een gast-account gebruiken.