Overkomingen van een schrijver

Deel de fragmenten van een schrijver/dichter

Her-opvoeding

0 reacties

Mijn vier jaar oudere broer vroeg alle aandacht. Ik was als tweede zoon geboren en bleef in alle opzichten tweede. Mijn ouders hadden grote verwachtingen van hun eerste zoon en ik liet dat op mijn twaalfde jaar niet over mijn kant gaan. Ik was er tenslotte ook nog.

   Mijn vraag naar aandacht nam dramatische vormen aan. Geen aanstellerij of gejengel, maar het uitte zich in eerste instantie in kattenkwaad. Hier en daar een rolletje snoep stelen bij de buurtwinkel, of vuurwerk in de brievenbus van de burgemeester gooien. Een bromfiets lenen voor een ritje met mijn vriend Joris.

   Een bouwplaats was voor ons ook altijd heel aantrekkelijk. We stalen hout om een konijnenhok te timmeren of we metselden vreemde muurtjes op de bouwplaats, zodat de werklui de volgende dag alles weer moest afbreken.

 

In de eerste maanden op de middelbare school ging het van kwaad tot erger. Ik werd door een andere leerling uitgenodigd op hun boerderij en ik maakte een rit op het Zeeuwse trekpaard Sam, dwars door ons stadje. Zonder zadel of teugels reden we door het verkeer dat behoorlijk werd ontregeld.

   Op een schoolreisje per trein naar Apeldoorn, wilde ik de uitwerking van de noodrem uitproberen. Op een studiereisje naar Engeland in zwaar weer, heb ik op de veerboot het alarm laten afgaan en daarmee het evacuatieplan in werking laten treden.

   Keer op keer kwam de politie bij ons thuis aan de deur en mijn vader vond het welletjes. De aandacht was gewekt, ik werd naar een cursus gestuurd waar men dit varkentje wel zou wassen.

 

Op dertienjarige leeftijd werd ik voor drie maanden naar de Outward Bound School gestuurd. Indertijd een Amerikaans instituut voor jongeren die op zoek waren naar een bepaalde levensontwikkeling.

    De toelating voor jongeren was vanaf vijftien jaar, maar voor mij werd een uitzondering gemaakt. Mijn oudere lotgenoten waren vaak zonen van zeevarenden, militairen en diplomaten. Allemaal ettertjes met een te grote mond. De leiding bestond overwegend uit oud-militairen met een nog grotere mond.

   In het kort kwam het er op neer, dat de leiding er van was overtuigd, wanneer veel en zwaar fysieke trainingen in groepsverband werden verricht, dit zondermeer moest leiden tot gehoorzaamheid.

  

In eerste instantie had ik nog een weerwoord. Ik vertelde de leiding dat ik nimmer meer vuurwerk in de brievenbus van de burgemeester had gegooid, toen men vertelde dat dat niet mocht. Zo ongehoorzaam was ik in mijn ogen dus niet. Mijn opmerking werkte averechts en ik werd de eerste week al belast met zware corvee.

   Stapels afwas en het reinigen van latrines waren mijn lot. Ook moest ik de magazijnen waar overlevingspakketten stonden opgeslagen - schoon houden. Uit die pakketten jatte ik de sigaretten en de chocoladerepen die ik op de slaapzaal aan de anderen verkocht. Ook zaklantaarns en blikopeners die ik in mijn overall de slaapzaal binnen smokkelde, hadden gretig aftrek. Aan dit lucratieve handeltje kwam na een week een eind, ik werd door iemand verlinkt en de gevolgen bleven niet uit.

 

Niet alleen ik, maar de hele afdeling, die uit achttien jongens bestond, werd om twee uur in de nacht van negentien december op hardhandige wijze uit bed gehaald. Slechts gekleed in onderbroek stonden we in een ijskoude nacht op het voetbalveld en dienden een wedstrijd van twee maal een halfuur te voetballen en ik moest op doel. Het was zo koud, dat ik een uur lang, rondjes om het doel heb gelopen om het enigszins warm te krijgen. Deze aanpak sorteerde wel effect, de komende maanden deden vanuit mijn positie geen noemenswaardige ongeregeldheden voor.

 

Een boeiend onderdeel van de tucht, was het kanovaren in de Biesbos. Dit uitgestrekte doolhof van poelen, plassen, rivieren en stroompjes moesten wij in tijd van drie dagen doorkruisen. Uitgerust met tenten en een landkaart werden we op pad gestuurd. Na een dag - we waren diep in het gebied doorgedrongen - bleek mijn maat Bennie,  zijn achterwerk te hebben afgeveegd met de landkaart en deze besmeurt achtergelaten. We waren met zijn tween al de verkeerde kant op gevaren en nu, zonder landkaart, waren we helemaal de weg kwijt. Aan ons overlevingspakket hadden we niet veel omdat we de pakketten mee hadden gekregen die ik half had geplunderd, we zaten dus zonder zaklamp en blikopener.

   Bennie was bang in het donker en bang van ratten. Zijn heropvoeding was nu al geslaagd, hij was genezen. Anderhalve dag hebben we door de Biesbos gedwaald tot we een boerderij zagen waar we het instituut konden bellen.

 

We werden niet opgehaald en moesten nog veertig kilometer lopen omdat geld voor een buskaartje niet voorhanden was. We besloten met onze kano de kortste weg te nemen, over de snelweg. Na een klein halfuurtje werden we door een politiebusje van de weg gehaald en bij het instituut afgezet.

   Als straf voor ons ondoordacht handelen, werden we diezelfde dag alsnog op een wandeltocht van veertig kilometer gestuurd. We waren bekaf, maar toen we terug kwamen dienden we ook nog de stormbaan zo snelmogelijk af te leggen.

 

Ik was om, men had mij weten te overtuigen dat tucht en eventueel een evenredige verdiende straf, zoals men dat hier hanteerde, voldoende was om een opstandige puber op het spoor te krijgen die men door de maatschappij acceptabel achtte.                     

0 reacties

- Er zijn nog geen reacties geplaatst.



Plaats een reactie

U bent nog niet ingelogd; hierdoor kunt u nog geen reactie plaatsen.
Ga eerst na de inlogpagina. Als u geen ZeelandNet abonnemenent heeft kunt u een gast-account gebruiken.