'DEnK_A@N_JeZeLF'' VerZorging,VoeDing,ZiekTen,enZ'

Communities

ZeelandNet

'DEnK_A@N_JeZeLF'' VerZorging,VoeDing,ZiekTen,enZ'

eeN CoMMuNiTy MeT VaNaLLeS oVeR Je GeZoNDHeiD

349.746 bezoekers 80 leden Log in

4. Moeheid... 1.


     

 

Waarom zijn wij toch zo moe?

 

 

De gemiddelde Nederlander klaagt de laatste tijd steeds meer over moeheid. Hoe komt dat? En waar ligt de grens tussen gewoon moe en het Chronisch vermoeidheidssyndroom (CVS)?

 

 

 

 

     

Gapen is gezond!



Het is een reflex die begint in de hersenstam en ervoor zorgt dat
u diep inademt. Meestal gapen we om de longen en daarmee onze
bloedsomloop van zuurstof te voorzien. Wannneer u moe bent of in
een warme ruimte verkeert, kan het kooldioxidegehalte in het bloed namelijk
te veel stijgen. Door te gapen ademt u zuurstof in en kooldioxide uit. U
herstelt dus de balans en voelt zich weer wat alerter.

 

 

 

 

Verhaal

Erica (39) vertelt haar verhaal:

''Als mensen vragen hoe het met me gaat, zeg ik steevast 'goed'. En
het gaat ook prima. Ik heb een fijn huwelijk, geen kinderen, maar wel een baan als
vormgeefster die me veel voldoening schenkt. Leuke collega's, een hechte vrien-
denkring. Alleen ben ik de laatste jaren vaak moe. Omdat ik me zorgen maakte,
ben ik naar de huisarts gegaan. Ze nam me serieus en heeft verschillende onderzoeken
gedaan, maar er was niets te vinden. In ieder geval niets aantoonbaars. 'Er is
medisch niets mis met je', was de conclusie. 'Kan het psychisch zijn?',vroeg ik mijn huisarts.
'Heb je problemen?', In alle oprechtheid kon ik zeggen dat dit niet het geval
was. Ik ben gelukkig, afgezien van die vervelende moeheid dan.

Als ik 's ochtends opsta, denk ik wel eens: weer een dag. Laat me alsjeblieft liggen. Ik
heb me op mijn werk nog nooit om deze reden ziek gemeld, ik wil mijn baan echt
niet kwijt. Maar soms wil ik 's avonds het liefst om tien uur al naar bed met een boek.
Af en toe geef ik eraan toe, meestal niet. Natuurlijk weet mijn man wat er speelt,
maar hij kan niets voor me doen. Behalve begrip tonen en wat huishoudelijke taken
van me overnemen. Terwijl we dat altijd eerlijk hebben verdeeld. Ondertussen ga ik
door met leven. Ik eet zo gezond mogelijk, slik voedingssupplementen en ga eens per
week naar de sportschool. En ik probeer er niet aan te denken dat ik moe ben.

Een paar weken geleden, tijdens een etentje met twee vriendinnen die ook negenendertig
zijn, Anja en Marja, vertelde Anja dat ze de laatste tijd zo moe was. 'Dat heb ik ook',
zei ik. En tot mijn verbazing had Marja er ook last van. Bij Anja was er, net als bij mij,
geen aantoonbare oorzaak. Marja was nog niet naar de huisarts gegaan.
Eerlijk gezegd, was ik opgelucht dat ik niet de enige was. En we herkenden zoveel bij
elkaar! Het niet willen zeuren, de buitenwereld er niet mee lastig vallen.
'Beschrijven jullie eens een gewone dag uit je leven', stelde Anja voor. Marja, die
een gezin met twee kinderen van tien en twaalf heeft én een parttime baan, begon.
Er volgde me toch een waslijst! Werken, boodschappen doen, koken, het huishou-
den, de kinderen naar hun sportclubjes brengen, eens in de week tennissen...
Anja, single en manager van een modehuis, had het al even druk. Ze werkt gemiddeld
zestig uur per week en heeft een druk sociaal leven. 'Sinds een halfjaar slik ik Prozac
en dat helpt wel', zei ze schoorvoetend. Toen was ik aan de beurt. En ik schrok toen
ik mijn dagelijkse bezigheden opsomde. Elke dag achter de computer, deadlines, de
huishoudelijke dingen, mijn cursus Spaans, het sporten. Het onderhouden van
mijn contacten met familie en vrienden. Bij ons alledrie waren de dagen volgepropt
met bezigheden en verantwoordelijkheden. Er was geen ruimte voor spontane dingen.
Vrouwen moeten tegenwoordig zoveel. We moeten succesvol zijn in ons werk en
de relatie met onze partners moet tiptop zijn, evenals de seks. We zorgen voor onze
kinderen en steken veel tijd in onze sociale contacten. En dan willen we er ook nog
eens goed uitzien. Je moet een supermens zijn om dat aan te kunnen!
Diezelfde avond hebben we een afspraak met elkaar gemaakt: elke week zouden we
een avond of een middag voor onszelf nemen. Een paar uur waarin we precies
doen waar we zin in hebben. Mijmeren, uitgebreid een bad nemen, winkelen, een
wandeling langs het strand maken. Kortom: relaxen.
Quality time voor onszelf.

Dat etentje heb ik als een heel verhelderend ervaren. Ik ben in gaan zien dat leven
onder druk zijn tol vraagt. Als je jong bent, is je energiereservior nog groot, maar
naarmate de jaren vorderen, moet je wat gas terugnemen. Dat is wat ik nu probeer
te doen. Twee weken geleden heb ik een hele avond in bed liggen lezen. Zonder me
schuldig te voelen. Deze week ben ik lekker een avond gaan rondneuzen in mijn favo-
riete boetiekjes en winkeltjes. Elke middag neem ik een uur in plaats van een half uur
pauze, dan ga ik lunchen bij mijn vaste tentje. Waarvan de eigenaresse laatst trouwens
ook vertelde dat ze regelmatig moe is. Natuurlijk is mijn vermoeidheid niet weg,
maar het is wel verminderd en ik besef dat ik er zelf veel aan kan doen om me energie-
ker te voelen. Ik denk erover een gesprek met mijn baas aan te vragen. Ik wil een dag
minder per week werken. Om het geld hoef ik het niet te laten. En dat schuldgevoel als
ik tijd voor mezelf neem, is aan het verdwijnen. Dat scheelt ook.
Want het vreet energie. Energie die ik beter kan gebruiken!!!''

 

 

Het tweede verhaal

 

Dagmar (36) vertelt ook haar verhaal:

''Vijf jaar geleden ging ik op vakantie naar Peru. Ik werd daar
getroffen door een virus en kreeg te zware medicijnen, waardoor mijn darmflora
blijvend is aangetast. Terug in Nederland bleef ik last houden van diarree en ver-
moeidheid. De diarree verdween, de vermoeidheid niet. Ook heb ik andere klachten
gekregen: forse hoofdpijnen, pijn in mijn rug en nek en 'zware' armen en benen. Ik
ben verschillende malen onderzocht, het blijkt dat ik ook nog de ziekte van Pfeiffer
heb gehad, er zijn sporen van de ziekte van lyme gevonden en nog een onbekend
virus. De specialist hield het op een postviraal syndroom. 'Je hebt ME, zo noemen
we mensen bij wie we niet de exacte diagnose kunnen stellen, maar die wel
klachten hebben,'zei hij. Misschien gaat het over, misschien niet. Daar schrok ik
van, maar ik dacht ook: oké, dan moet ik hier maar mee om leren gaan.
Na die diagnose ben ik snel weer aan het werk gegaan. Ik ben onderwijzeres en doe
mijn werk met veel plezier. Maar na een half jaar zat ik huilend in de docentenkamer.
Het was op. Mijn werkgever heeft een invaller geregeld en ik ging vanaf toen drie
dagen per week werken. Kort daarna ben ik voor 35% afgekeurd. Pas later besefte ik
dat drie dagen voor de klas staan, met alle klusjes die een onderwijzer er nog bij

heeft, te zwaar voor me is.

Mijn weekindeling ziet er als volgt uit: de maandag, dinsdag en woensdag dat ik
werk, ben ik voor niemand te bereiken. Ik woon alleen en buiten mijn collega's en de
kinderen zie ik niemand. 's Avonds ben ik zo moe dat ik alleen nog een maaltijd kan
koken en om negen uur lig ik in bed. Donderdag lig ik op de bank en kan ik
niets meer. Vrijdag maak ik een boodschappenlijst voor de hele week en ga ik,
met een vriendin, de winkels af. Daarna moet ik weer uitrusten. Met mijn vrienden-
kring heb ik het trouwens enorm getroffen. Zonder hen zou ik het niet redden!
Zaterdag en zondag doe ik leuke dingen. Niet te veel. Voor ik ziek werd, zat ik 's middags
op een terrasje, at dan een hapje om vervolgens een bioscoopje te pikken. Dat
red ik niet meer. Ik moet continu goochelen met mijn energie. Als ik het ene doe,
moet ik het andere laten. Toch vind ik het belangrijk om leuke dingen te doen.

Het verschil tussen mijn privé-leven en mijn werk is groot. Mijn collega's en baas
zien een hardwerkende vrouw, die volledig aanspreekbaar is. Ik lijk gezond, maar ze
maken me thuis niet mee. Mijn directeur zei laatst: 'Ik zie je als een parttimer.'
Waarop ik antwoorde:'Nee, ik ben een zieke werknemer.' Ik heb hem toen verteld
hoe weinig ik naast mijn werk kon doen. Daar schrok hij zichtbaar van.
Nu, vijf jaar nadat ik ziek ben geworden, heb ik het gevoel dat ik een balans heb
gevonden. Ik moet altijd bewust keuzes maken. Hoewel ik het nog steeds moeilijk
vind om te accepteren dat ik met zo veel beperkingen moet leven, maak ik er het
beste van. Ik ben nog steeds een vrolijk mens, van zelfmedelijden in nog niemand
beter geworden! En heel af en toe ga ik tot diep in de nacht uit met mijn vriendinnen,
net als vroeger. Ook al weet ik dat de prijs hoog is, want het duurt dagen voor ik weer
ben bijgekomen. Maar dat is het me waard: het leven moet leuk blijven!''

 

 

De conclusie

 

Hoogleraar Professor Dr. G. Bleijenberg is verbonden aan het
eerste kenniscetrum Chronische Vermoeidheid van Nederland,
gevestigd in het Universitair Medisch Centrum St. Radboud te
Nijmegen. Hij geeft commentaar op de verhalen van Dagmar en Erica.

Dr. Bleijenberg: ''Vermoeidheid is een veelvoorkomende klacht,
maar je kunt de ene vermoeidheid niet met de andere vergelijken.
Iemand die een flink eind heeft gefietst, of naar de sportschool is
geweest zal moe zijn. Na een poosje is zo iemand over het alge-
meen weer hersteld en zal zich misschien zelfs energieker voelen
door de geleverde inspanning. Als er sprake is van het chronisch
vermoeiheidssyndroom (CVS) blijf je uitgeput na fysieke en/of
psychische inspanning. Ook een goede nachtrust helpt dan niet: je
bent en blijft moe. Daarnaast kun je andere klachten hebben: con-
centratieproblemen, problemen met het korte termijngeheugen,
maag- of darmklachten, keelpijn, gevoelige hals- of okselklieren,
spierpijn, gewrichtspijn, hoofdpijn, moeite met slapen, prikkel-
baarheid of extreem transpireren. Wanneer je lijdt aan CVS, heeft dat
veel invloed op je dagelijkse leven. Omdat je zo uitgeput bent, kun
je in je werk niet goed meer functioneren en meestal beland je
(deels) in de ziektewet of de WAO. Je dagelijkse verzorging, zoals het
huishouden, boodschappen doen en maaltijden koken, valt zwaar.
Sociale contacten lopen terug, daar heb je de puf niet meer voor.
Hetzelfde geldt voor hobby's, leuke dingen. Daar kom je niet aan toe.''

 

Wat vindt u van de verhalen van Dagmar en Erica?

''Laat ik beginnen met dagmar. Klachten als de hare komen we
regelmatig tegen in ons kenniscentrum. ME wordt tegenwoordig
trouwens meestal CVS genoemd, of men spreekt van ME/CVS.
Dagmar, en ze is de enige niet, stopt al haar energie in haar
werk en met name in het onderwijs wordt veel van mensen ge-
vergd. Er blijft dus nauwelijks energie over voor de rest van haar
leven. Zoals ik al vertelde, zijn een van de eerste dingen die afvallen
sociale contacten, hobby's en andere activiteiten. Dagmar heeft
goede vriendinnen om zich heen, maar ze kan het amper nog op-
brengen leuke dingen voor zichzelf of met anderen te ondernemen.
Zij is een doorzetter, maar als je aan een permanente uitputting lijdt,
kan dit zich juist tegen je keren: ze gaat continu over haar grenzen
heen. Het is als met een oplaadbaar batterijtje. Wanneer ze weer
een beetje energie heeft, gaat ze 'er weer tegenaan'. Het batterijtje
raakt leeg en moet vervolgens worden opgeladen. Maar een op-
laadbaar batterijtje raakt op den duur volledig op. Ons advies voor
haar zou dan ook luiden: tijdelijk stoppen met werken. Eerst in
betere conditie komen. Niet alleen fysiek, door regelmatige beweging
zoals bijvoorbeeld wandelen, maar ook psychisch: iemand die
altijd moe is, kan zich schuldig voelen, kwaad worden op zichzelf.
Kortom: allemaal gedachten, gedrag en emoties die de ver-
moeidheid in stand kunnen houden en nog erger maken.
Daarbij kan de hulp van een psycholoog, die hierin gespecialiseerd
is, van grote waarde zijn. Er moet het besef komen dat je gezond-
heid, je eigen welbevinden dé voornaamste prioriteit is.
Pas als Dagmar's conditie weer enigszins is opgebouwd, wanneer
zij weer aankan, minder snel vermoeid is en sneller van vermoeid-
heid herstelt, kan zij haar activiteiten, stap voor stap opbouwen.
Hetzelfde geldt voor haar werk.''

En Erica?

''Haar verhaal is van volstrekt andere orde dan dat van Dagmar.
Erica kan nog functioneren en is niet permanent moe. Daarbij
leven we in een tijd waarin men onder hogere druk staat.
Men moet zoveel, zoals Erica en haar vriendinnen terecht opmer-
ken. Steeds meer mensen klagen dan ook over vermoeidheid. Erica
en haar vriendinnen zijn dus geen uitzondering. Het is uitermate
belangrijk om te zorgen voor een goede balans in het leven: vol-
doende tijd voor lichamelijk actief te zijn, te werken en te rusten.
Tijd waarin even niets hoeft.''

Loopt Erica het risico om CVS te krijgen?

''Dat is moeilijk te voorspellen. We zijn op dit moment nog aan het
onderzoeken hoe en waarom CVS ontstaat. Op het moment dat de
diagnose CVS wordt gesteld, is er geen lichamelijke verklaring voor
de klachten meer te vinden. Wel gaan we ervan uit dat er een licha-
melijk beginpunt van de klachten geweest kan zijn. Dat noemen we
de 'uitlokkers'. Zoals een infectie, operatie of zwangerschap. Soms
kunnen de klachten beginnen na een belangrijke gebeurtenis in
iemands leven, zoals het overlijden van een dierbare, of een ander
psychisch trauma. Vaak is de oorzaak niet meer te achterhalen.
Daarnaast zijn er factoren, in medische termen 'Predisponeren-
de factoren' genoemd, die de kans vergroten dat iemand chronische
vermoeidheid ontwikkelt. Daar weten we nog weinig van. Toch is
er wel iets over te zeggen: iemand die in slechte lichamelijke conditie
verkeert en weinig beweegt, heeft een grotere kans om CVS te ont-
wikkelen. Stress speelt waarschijnlijk ook een rol.
Om nog even op Erica terug te komen. Zij heeft al wat goede keu-
zes gemaakt. Ze sport en neemt meer tijd voor zichzelf. Wat ook
nodig is, is om ervoor te waken dat je leven niet wordt 'gestuurd' door
de wensen en verlangens van anderen. Op dit punt mag je best
een beetje egoïstisch zijn. Dat kan veel ellende voorkomen.''

Komt chronische vermoeidheid veel voor?

''Er zijn naar schatting zo'n kleine 30.000 patiënten met CVS. Het
merendeel, 75%, is vrouw. Hoe dat komt, is niet duidelijk. We
hebben het nu alleen over CVS. Ook zijn er zo'n 70.000 patiënten
met chronische vermoeiheid die samenhangt met een chronische
ziekte, zoals multiple sclerose, een spierziekte, chronische ontste-
kingsziekten en bepaalde hartziekten. Het komt ook voor na een
ernstige ziekte als kanker of na een hersenbloeding. Voor zover
bekend is, gaat het in deze gevallen percentagegewijs om evenveel
mannen als vrouwen.''

Wordt CVS voldoende serieus genomen door artsen en instanties?

''Daar werken wij hard aan. We proberen medische studenten,
huisartsen, specialisten, psychologen en psychaters te informeren
over chronische vermoeidheid en hen te trainen hoe hiermee om te
gaan. Als iemand met klachten naar de huisarts gaat, is het
belangrijk dat deze CVS kan diagnosticeren en weet wat eraan te
doen valt. Dit geldt ook voor de andere vormen van chronische
vermoeidheid. Helaas is er op dit gebied nog niet voldoende exper-
tise in Nederland voorhanden. Ons centrum kan alleen verwijzin-
gen uit de eigen regio accepteren en daarmee zitten we al overvol. Ik
persoonlijk zou graag zien dat in elke regio
kenniscentra Chronische
Vermoeidheid
komen, al of niet gekoppeld aan ziekenhuizen waar
mensen met CVS terecht kunnen en worden behandeld.''

 

De vermoeidheid neemt toe

Onderzoek onder huisartsen
constateert dat een op de
drie mannen en de helft van
de vrouwen last hebben van
moeheid. In 1988 was dat 24%
en 38%. Het hoge percentage
klachten onder vrouwen wordt
geweten aan de stress van de
combinatie betaald werk
en de zorg voor kinderen.
Van de vrouwen met vermoeid-
heidsverschijnselen heeft 73%
een matige gezondheid. Bij
mannen is dat 60%. De onderzoekers
houden er rekening mee dat dit
deels komt door de hogere
eisen van de maatschappij.
Omdat vrouwen meestal sterker
gericht zijn op lichamelijke
prikkels, kunnen zij gevoeliger
zijn voor vermoeidheids-
klachten. Dat zou verklaren
waarom vrouwen vaker klachten
hebben dan mannen. Het lijkt
erop dat het taboe om moe
te zijn, wordt doorbroken. Na
'druk, druk, druk', is het nu in
om te zeggen 'moe, moe, moe'.

 

Meer informatie: Kennigcentrum Chronische Vermoeidheid,
www.umcn.nl/patient/ziektebeelden en
behandeling/kenniscentrum Chronische Vermoeidheid.

 

 

Einde deel 1...

Omhoog