'DEnK_A@N_JeZeLF'' VerZorging,VoeDing,ZiekTen,enZ'

Communities

ZeelandNet

'DEnK_A@N_JeZeLF'' VerZorging,VoeDing,ZiekTen,enZ'

eeN CoMMuNiTy MeT VaNaLLeS oVeR Je GeZoNDHeiD

353.707 bezoekers 80 leden Log in

1 Welkom

5 tips om te ontsnappen aan de later-illusie

Je oma bellen. Je zorgverzekering vergelijken. Het doucheputje schoonmaken. Allemaal dingen die je echt eens moet doen, maar het iedere week opnieuw afleggen tegen… ja, tegen wat eigenlijk? Zo stop met je uitstellen. 

Onnodig uitstellen komt zo vaak voor, dat er zelfs een woord aan gegeven is: procrastineren. Als iets lastig is, of gewoon niet leuk genoeg, schuiven we het maar wat graag voor ons uit. Met een scala aan smoezen overtuig je jezelf waarom het beter is om volgende week pas te stoppen met roken, in de administratie te duiken of aan een studie te beginnen.

‘Tijd is iets waarvan we steevast het gevoel hebben dat er later meer van zal zijn,’ weet psycholoog Roos Vonk. ‘Dat is opmerkelijk wanneer je bedenkt dat er met iedere dag minder tijd over is voor de rest van je leven. Met de gedachte dat ‘later’ een beter moment is, en andere sprookjes, beschermen we het beeld van onszelf als redelijke mensen. Door tegelijkertijd het zinnige gedrag voor ons uit te schuiven, hoeven we het ongemak daarvan niet aan te gaan.’

Averechts

Maar al die trucjes werken juist averechts, zelfs als je het alleen doet om je zo lang mogelijk lekker te voelen. Want: al die tijd dat je iets vervelends voor je uitschuift, of doorgaat met iets fijns wat slecht voor je is, zit het je ergens op de achtergrond toch dwars. Ergens zeurt stemmetje in je achterhoofd dat je je polis even moet checken. En het schuldgevoel dat je je oma nog steeds niet hebt gebeld, neemt alleen maar toe.

Om te ontsnappen aan de later-illusie is het zaak om het verschil te begrijpen tussen hoe we kijken naar later en nu. We denken bijvoorbeeld dat we later minder zullen voelen én meer tijd zullen hebben. Beide hangen samen met een derde verschil: we denken abstracter over de lange dan over de korte termijn.

Denk je aan de toekomst, dan zie je het grote plaatje: waarden die belangrijk voor je zijn, je doelen, idealen en globale kenmerken van situaties. Op de korte termijn wordt je blik meer vertroebeld door details. Je denkt meer aan hóé je het moet aanpakken en minder aan het doel.

Ook ben je hedonistischer en pragmatischer ingesteld wanneer je denkt aan het hier en nu: is het niet te moeilijk, niet te veel gedoe, is het wel ‘leuk’? Je laat je meer leiden door de specifieke, niet-wezenlijke kenmerken van de situatie.

Tips om het tóch nu te doen

Herkenbaar? Precies. Wat morgen kan, kan nu ook. Echt. Zo doe je dat:

Doe alsof je een buitenstaander bent
Kijken naar je eigen gedrag, zoals je dat ook bij anderen doet, maakt het beeld dat je hebt van jezelf eerlijker en realistischer. Doe alsof je een buitenstaander bent en kijk niet naar je bedoelingen, plannen, wensen en motieven, maar naar wat je daadwerkelijk doet. Wees lief voor je toekomstige zelf
Probeer je toekomstige zelf te zien als iemand om wie je geeft en met wie je het beste voor hebt. Zie je ergens tegenop, vraag jezelf dan af: als ik het uitstel, hoe staat het er dan over een maand voor, of over een jaar? Scroll in gedachten door naar dat latere moment: hoe voel je je dan?  Tijd kan niet toveren
Heb je het idee dat er later meer tijd is voor een klus? Ga dan nog eens na of het ook nu zou kunnen? Nee? Oké, dan is dat over een paar maanden waarschijnlijk nog steeds zo. Maak gedachten over nu en later vergelijkbaar
Moet je jezelf nu iets ontzeggen om die taak te volbrengen, probeer dan eens om je de latere beloning zo concreet mogelijk voor te stellen. Want hoe heerlijk is het om eindelijk in een brandschone badkamer te douchen, je zorgverzekering voor 2021 geregeld te hebben of na jaren niet meer te roken? Verplaats je in gedachten naar dat moment en visualiseer zoveel mogelijk details. Houd het langetermijndoel in gedachten
Wanneer je blootstaat aan verleiding – bijvoorbeeld luieren, eten, vreemdgaan – vertaal dan al het mogelijke gedrag in termen van dat hogere doel. Puffen, hijgen en zweten bij het sporten? Denk dan: ‘Ha, mijn lichaam is hard aan het werk. Ik werk aan mijn gezondheid!’ Spanning bij het stoppen met roken, facebooken of een andere verslaving? Denk dan: ‘Hoe slechter ik me voel, hoe duidelijker het is dat ik het nodig had en dat het goed voor me is.’ Denk aan de bevrijding waar je naartoe werkt. En kost iets je moeite en inspanning, bedenk je dan dat je hierdoor je zelfbeheersing traint. Hoe vaker je dat doet, hoe sterker je zelfbeheersing wordt.
Meer weten over dit thema? Bekijk Persoonlijke ontwikkeling

Nieuws

Zeelandnet video

De community eigenaar heeft op dit moment geen video’s online staan.

4. 10 dingen die je lijf doet als jij slaapt.

Afvallen, groeien, bewegen en winden

Terwijl jij lekker slaapt, is je lichaam hard aan het werk. â??s Nachts vinden er allerlei processen plaats waar je je helemaal niet bewust van bent. Maak je geen zorgen, dat is alleen maar gezond. Wat gebeurt er zoal als je in bed ligt?

1. Je valt af

Vind je jezelf een tikje aan de zware kant? Stap â??s ochtends op de weegschaal in plaats van voor je naar bed gaat, dat scheelt een beetje. Terwijl je slaapt verlies je namelijk veel vocht via je ademhaling en omdat je transpireert. Gedurende de dag gebeurt dat ook, maar dan vul je het vochtverlies direct aan door te drinken en te eten.

Dit gewichtsverlies is helaas maar van korte duur, overdag eet en drink je de verloren grammen er weer aan. Diverse onderzoeken tonen wel aan dat slechte slapers meer eten. Wat dat betreft is een goede nachtrust dus toch goed voor je lijn.

2. Je spieren verlammen

Het klinkt misschien eng, maar het is heel nuttig: in je slaap raken je spieren tijdelijk verlamd. Tijdens de REM-slaap, de fase waarin je droomt, verslappen je spieren. Dat is wel zo handig, want daardoor kun je de belevenissen waar je over droomt tenminste niet uitvoeren in je bed.

Bij mensen met een REM-slaap gedragsstoornis (RBD) wordt de spieractiviteit tijdens de REM-slaap niet goed afgeremd. Hun spieren werken nog wel in dromenland. Ze dromen niet alleen dat ze opspringen, slaan of schoppen, maar doen dat ook echt en daardoor zijn ze â??s nachts een gevaar voor zichzelf en hun eventuele bedgenoot.

3. Je ogen bewegen

Gedurende de REM-slaap ligt je lichaam letterlijk â??platâ??, maar je ogen bewegen juist. REM is de afkorting voor rapid eye movement (snelle oogbeweging). In deze slaapfase zijn je hersenen actief: de hersenactiviteit is vergelijkbaar met die van overdag. Ze zijn druk met het verwerken van allerlei informatie. Waarom je ogen daarbij heen en weer schieten, is onbekend.

4. Je wordt langer

Ook als je al lang uit de groei bent, ben je â??s morgens een paar centimeter langer dan de avond ervoor. Dat komt door je tussenwervelschijven. Deze zitten in je wervelkolom tussen je wervels om schokken op te vangen. Ze hebben een geleiachtige kern die voor zoâ??n 80 procent uit water bestaat.

Terwijl je overdag zit en staat, plet de druk op de wervelkolom de tussenwervels en wordt er vocht uitgeperst. Daardoor krimp je. Als je ligt te slapen vermindert de druk en krijgen de tussenwervels de kans om vocht op te nemen en uit te zetten, zodat je â??s ochtends iets langer bent.

5. Je raakt opgewonden

Niet alleen je hersenen zijn actief in de REM-slaapfase, maar ook je geslachtsdelen. Mannen kunnen een erectie krijgen, bij vrouwen raakt de clitorus extra doorbloed. Dat heeft niets te maken met de pikante inhoud van je dromen, het is een puur lichamelijk verschijnsel.

6. Je bloeddruk daalt

De hoogte van de bloeddruk varieert: bij het opstaan is deze over het algemeen het hoogst. Ook stress en inspanning verhogen de bloeddruk. â??s Nachts daalt de bloeddruk juist. Om zeker te weten of je een verhoogde bloeddruk hebt, moet de bloeddruk dus regelmatig gemeten worden.

7. Je laat windjes

Je spieren ontspannen als je slaapt en dat geldt ook voor je kringspier. Zo kan er gemakkelijk een wolkje gas ontsnappen. Gelukkig werkt je neus in je slaap wat minder goed. Je partner merkt waarschijnlijk niets van je nachtelijke windjes. Dat heeft ook een nadeel: brand ruik je ook niet in je slaap en daarom is een rookmelder aan te raden.

8. Je kunt een schokje voelen

Veel mensen voelen een schokje als ze in slaap vallen. Of ze hebben het gevoel dat ze vallen. Dit fenomeen heet een hypnagoge schok of een slaapstuip. Wat deze gekke sensatie veroorzaakt, is nog niet duidelijk. Wetenschappers hebben wel een aantal theorieën. Zo zou het te maken kunnen hebben met stress, angst, een verstoorde nachtrust of mini-REM-slaapjes.

9. Je lichaamstemperatuur daalt

Gedurende de dag verandert je lichaamstemperatuur een beetje, van ongeveer 35,5 tot 38,5 graden Celsius. Als het donker wordt, ga je melatonine aanmaken. Dat zorgt ervoor dat je kerntemperatuur daalt. Zo rond drie, vier uur in de nacht is de melatonineproductie het hoogst en ben je dus het koudst.

In een warme slaapkamer kan je lijf de warmte minder goed kwijt, waardoor je minder gemakkelijk inslaapt. De ideale slaapkamertemperatuur is gemiddeld 16 tot 18 graden Celsius.

10. Je maakt collageen aan

Collageen is een eiwit dat structuur geeft aan allerlei onderdelen van je lichaam. Het zit in je tanden en botten, ondersteunt je organen en geeft stevigheid aan de bloedvaten. Misschien ken je het ook van je potje anti-rimpelcrème. Collageen zorgt er namelijk voor dat de huid stevig en elastisch is.

â??s Nachts is de collageenproductie in je huid het hoogst. Bovendien herstelt je huid zich â??s nachts. Je hebt je schoonheidsslaapje dus echt nodig. Na je 25e neemt de collageenproductie af, met een slappere huid en rimpeltjes tot gevolg.

Zo train je een positieve kijk op het leven

Optimisten zijn gelukkiger en leven langer

De regen komt met bakken uit de lucht, er is gedoe op het werk en je partner heeft twijfels over jullie relatie. Waar de een in lastige tijden de schouders laat hangen, blijven optimisten geloven in mogelijkheden. Daarbij worden ze ook nog eens ouder dan mensen met een sombere kijk op het leven. Kortom: optimist zijn loont. Maar hoe word je er een?
 

Optimisten hebben anderhalf keer meer kans om 85 jaar of ouder te worden dan mensen voor wie het glas altijd halfleeg is. Dat blijkt uit een vorig jaar gepubliceerd onderzoek van de Universiteit van Boston. Drie decennia lang volgden de onderzoekers duizenden mensen. Ze ontdekten dat pessimisme dezelfde negatieve invloed heeft op de levensverwachting als een hartkwaal of diabetes. Dat komt, vermoeden de onderzoekers, omdat optimisten beter voor zichzelf zorgen en dus een gezondere leefstijl hebben.

Manier van denken

Optimisten zijn ook nog eens gelukkiger en succesvoller. Natuurlijk krijgen ook zij te maken met tegenslag. Maar waar de pessimist de moed al snel laat zakken, kijken optimisten naar wat ze zelf kunnen doen om hun situatie te verbeteren. Ze blijven geloven in mogelijkheden en zien de toekomst vol vertrouwen tegemoet. Het verschil zit ‘m dus niet in wat ons overkomt, maar in de manier waarop we erover denken.

 

Aard van het beestje?

Heb jij de neiging jezelf de put in te praten? Aard van het beestje, denk je misschien. Dat is maar ten dele waar: optimisme is namelijk voor 25 procent genetisch bepaald. Voor de overige 75 procent is een positieve kijk aan te leren. Hierbij geldt: oefening baart kunst, en na verloop van tijd wordt optimistisch denken een automatisme. Je traint het zo:

  • Rek je positieve ervaringen

Als je aan iets positiefs denkt, kun je niet tegelijkertijd negatieve gedachten hebben. Maak er daarom een gewoonte van positieve ervaringen te ‘rekken’. Mooie muziek gehoord? Een fijne vakantie gehad of heerlijk gegeten? Denk er vaak aan terug en praat of schrijf erover.

  • Isoleer het negatieve

Stel: je wordt ontslagen. Een pessimist gaat bij de pakken neerzitten, is thuis geen leuk gezelschap, verwaarloost vriendschappen, gaat minder sporten en ongezonder eten. Dat helpt niet. Doe daarom als een optimist en blijf ook kijken naar wat wél goed gaat in je leven: gezondheid, liefde, vriendschappen, familie, hobby’s, huis. Sta daar regelmatig bewust bij stil.

  •  Wees dankbaar

Koop een mooi notitieboek en schrijf daar elke avond voor het slapengaan drie dingen in waar jij dankbaar voor bent of die jou positief hebben geraakt. Dat kunnen dingen zijn die jij meesterlijk goed hebt gedaan. Maar kleine dingen zijn ook goed: de zon scheen en die aardige automobilist gaf jou voorrang.

  • Verander ‘het lukt nooit’ in ‘het lukt nu nog niet’

Jij en je vriendin leren allebei pianospelen. Maar waar je vriendin met sprongen vooruitgaat, blijf jij steken in oefeningen voor prille beginners. Je kunt het bijltje erbij neergooien en denken: ik kan dit niet. Maar je helpt jezelf meer door te zeggen: ik kan dit nú niet maar ik heb de tijd. Over een jaar gaat het vast al veel beter.

  • Pak (nieuwe) kansen

Wat als je na dat jaar nog steeds weinig vooruitgang hebt geboekt met pianospelen? Of na ettelijke sollicitaties nog steeds niet bent aangenomen voor je droomfunctie? Dan zoekt de optimist naar het volgende ‘best mogelijke’. Misschien heb je meer aanleg om te zingen. Of kom je in aanmerking voor een andere leuke functie. Als optimist weet je dat je altijd kunt leren en ontdekken en altijd een oplossing zult vinden.

  • Trek je niet alle kritiek aan

Als een voetballer een slechte wedstrijd speelde, aan wiens (opbouwende) kritiek heeft hij dan het meest? Die van een willekeurige supporter op de tribune of die van zijn coach? De laatste natuurlijk. Ook jij doet er goed aan je niet ieders kritiek aan te trekken. Kijk van wie het commentaar komt en besluit zelf of je er iets mee doet of niet.

  • Zoek positieve voorbeelden

Een moeilijke jeugd, verslaving of fysieke aandoening. Het kan fijn zijn om mensen te ontmoeten die hetzelfde meemaken. Zo weet je dat je niet de enige bent. Maar als je met lotgenoten blijft praten over hoe moeilijk jullie situatie is, kom je niet verder. Ga daarom van ‘lotgenoten gezocht’ naar ‘positieve voorbeelden gezocht’: mensen die het probleem hebben overwonnen of er op een goede manier mee hebben leren leven. Van deze mensen kun je leren.

  • Ga van doemdenken naar ‘dankzij’

In verdrietige situaties kun je vaak ook een positieve kant zien. Je oefent dat door je zin te beginnen met ‘dankzij’. Bijvoorbeeld: dankzij mijn ontslag ben ik aan een burn-out ontsnapt. Of: dankzij mijn ziekte heb ik gezien dat ik veel lieve mensen om mij heen heb. Kun je echt niets positiefs aan jouw situatie ontdekken? Vraag een optimist in je omgeving om mee te denken. Dat kan heel verhelderend zijn.

5. dank

 

  

   

______________________________________________

Deze community wordt mede mogelijk gemaakt door

Zeelandnet.nl

_____________________________________________

Omhoog