schrijver, dichter, columnist

Communities

ZeelandNet

schrijver, dichter, columnist

THEO RAATS

2.845 bezoekers 3 leden Log in

Uitrusting


Uitrusting
 
Onze kleinzoon van zeven vertelt mij een verhaal waar hij over moet nadenken. Het gaat als volgt: een schooljuffrouw had de kinderen in haar klas opdracht gegeven een tekening te maken over de uitrusting van een bergbeklimmer. Een van de kinderen, een jongetje, had een tekening ingeleverd van een steile berg die half in de mist was gehuld. Links onder in het tekenblad, op de berghelling, zat een man, de bergbeklimmer dus, tegen een rotsblok uit te rusten. De juffrouw had een dikke rode streep door de tekening gezet. Het jongetje had niet aan de opdracht voldaan.
Mijn kleinzoon vindt dat het jongetje onterecht gestraft werd. Het was geen onwil van hem geweest. Hij had het gewoon niet begrepen. En de juf had niet begrepen dat hij het niet begrepen had.
Ik vind dat hij gelijk heeft. De betekenis die het jongetje gaf aan het woord uitrusting klopte met wat hij had getekend. De juf had zijn creativiteit moeten prijzen en uit moeten leggen wat de werkelijke betekenis van het woord uitrusting was. Maar de juf had blijkbaar geen gevoel voor humor. Dat vindt mijn kleinzoon ook. Ik vertel hem dat ik een vergelijkbaar verhaal ken dat wél op zijn juiste waarde werd geschat. Het werd geschreven door Joop Waasdorp, de man die het mooiste korte verhaal heeft geschreven dat ik ken. Het kwam er op neer dat de klas waarin hij zat tijdens de laatste tekenles vóór de kerstvakantie iets uit de buitenwereld in beeld moest brengen. Hij vulde zijn tekenblad voor driekwart met blauw krijt, ( het hardste blauw op aarde ) en tekende boven op de scheiding tussen blauw en wit een half rondje. Een notendopje met een mastje en een dwarszeiltje. Rechtsboven vlak onder de rand van het papier, schreef hij zo netjes als hij kon: Het kerstfeest der vissers. Toen ging hij met zijn werkstuk naar de tekenleraar, een man die altijd, binnen en buiten een pet droeg. Die bekeek het een ogenblik aandachtig.
 
"Dat blauw," vroeg hij, "wat is dat eigenlijk?"
"Dat is de zee," zei ik.
Hij bracht de tekening dichter naar zijn ogen en las hardop de woordjes in de rechterbovenhoek: Het kerstfeest der vissers.
"Waar zijn die vissers?" informeerde hij.
"Aan boord," zei ik.
"Aan boord?" vroeg hij. "Aan boord waarvan dan?"
"Aan boord van dat schip," zei ik en wees met mijn wijsvinger het stofje aan.
Onze tekenleraar keek een hele tijd naar dat nietigheidje, toen even snel naar mij en vervolgens weer op het blauwe papier. Zo bleef hij tamelijk lang zitten turen.
Ineens deed hij iets wat ik nog nooit aanschouwd had: hij nam zijn pet af. Die pet, die koekenpan, nam hij echt en werkelijk van zijn hoofd. En terwijl hij hem omgekeerd vasthield, zodat de voering te zien was, zei hij: "daar neem ik mijn pet voor af."
Toen zette hij hem weer op en zo bleef het.
Omhoog