Kapitein Rob - Pieter J. Kuhn

Communities

ZeelandNet

Kapitein Rob - Pieter J. Kuhn

248.526 bezoekers 11 leden Log in

302.001 Voorwoord Mevr. Kuhn - 1e Skarabee-reeks


Onderstaande tekst is het voorwoord uit de eerste Skarabee-reeks vanaf deel 10 door Mevrouw Margaretha Kuhn-Groenewoud.

IETS OVER DE GEESTELIJKE VADER:

Het kan interessant zijn om bij deze herverschijning van de Kapitein Rob-serie de lezer -of moet ik zeggen: de kijker? -eens nader in contact te brengen met de geestelijke vader van deze strip, de in 1966 overleden tekenaar Pieter Joseph Kuhn.

Piet Kuhn zat het tekenen in het bloed. In Amsterdam, waar hij op 22 mei 1910 geboren werd, werd hij als jongen opgeleid tot lithograaf, maar zijn drang naar vrije expressie deed hem al vroeg de tekenstift verkiezen. In de avonduren volgde hij de lessen aan de kunstnijverheidschool Quellinus en de Rijksacademie voor Beeldende Kunsten gaf hem de gelegenheid om zijn duidelijk aan de dag getreden tekentalent tot verdere ontwikkeling te brengen.
In 1930 begon hij op free-lance basis illustratie-opdramten uit te voeren en affiches te ontwerpen. Dit werk gaf zijn vrije geest de nodige ruimte en verschafte hem bovendien voldoende tijd om zich te wijden aan zijn tweede grote passie: de zeilerij. Met zijn schip ,de Meermin' beleefde hij op de plassen en in de binnenwateren opnieuw de dromen uit zijn jongensjaren, toen de prikkelende teerlucht van de Amsterdamse havens in zijn fantasierijke geest visioenen van avontuurlijke zeereizen en vreemde werelddelen had opgeroepen.
Het was in deze jaren dat ik, zelf ook een verwoed liefhebster van de zeilsport, Piet Kuhn leerde kennen en het waren heerlijke jaren! We trouwden in december 1934, midden in de periode van de economische crisis. In die tijd, toen het verkrijgen van minimale bestaanszekerheid voor miljoenen Nederlanders een allesoverheersende zorg werd, had ook de vrije vogel, die Piet was, zich moeten laten kooien binnen de tralies van de ,vaste baan' als reklame-tekenaar, die hem in Vlaardingen was aangeboden. Maar zijn zwerversnatuur liet zich nooit lang aan één plaats kluisteren en zo belandden we via de hoofdstad tenslotte in 1939 in Hilversum. Het was hier, dat Piet vlak vóór de oorlog eindelijk zijn langgekoesterd verlangen naar onafhankelijkheid opnieuw in vervulling zag gaan toen hij de kans kreeg om zich als illustrator van boeken en tijdschriften een zelfstandige werkkring op te bouwen.
Deze ontwikkeling werd aldra verstoord door de Tweede Wereldoorlog. Piet moest onderduiken en kon zijn grafische vaardigheden in dienst van het verzet stellen door het vervalsen van persoonsbewijzen en het vakkundig namaken van handtekeningen en officiële stempels.
In deze tijd, ontstond bij hem het idee om een bestaand boek in stripvorm te illustreren. Lang zocht hij naar een geschikt onderwerp, doch toen hij er geen kon vinden, besloot hij het verhaal zelf maar te bedenken. Zo werd de figuur van Kapitein Rob geboren, de zwijgzame, koene zeeman, die met zijn onafscheidelijke hond Skip de wereldzeeën bevoer en zich onder voortdurende bedreiging van ontketende natuurkrachten en menselijke listen steeds meester van de situatie toonde.
Was het te verwonderen, dat de zeiler Piet Kuhn zichzelf tot model koos toen hij de held van het verhaal ging tekenen?
Hij stapte naar ,Het Parool', dat in letterlijke zin met hem in zee wou gaan. In december 1945 ging de strip lopen.
Vanaf dat moment werden Kapitein Rob en zijn schip ,De Vrijheid' een begrip voor talloze landgenoten, die jarenlang in doffe machteloosheid het oorlogsgebeuren hadden gevolgd en voor wie de vrijheid al die tijd een onbereikbaar ideaal was geweest.
De strip ging Piets leven nu vrijwel volledig beheersen. Hij bouwde een bibliotheek op van literatuur over de zeilwereld, van reisverslagen en zeiltechnisme werken. Zijn tekeningen moesten steeds een getrouwe weergave van de werkelijkheid zijn en hij maakte daarom uitgebreid studie van de constructie van oude zeilschepen en hun tuigages. Hij bezocht historische exemplaren zoals de ,Mercator' en de ,Amerigo Vespucci' en observeerde daar allerlei technisme bijzonderheden van het oude handwerk, die hij in zijn tekeningen verwerkte. Hij onderhield veel contacten met zeelui, wier verhalen -vooral de sterke -aan zijn rijke fantasie nieuw voedsel schonken.
Van hen kreeg hij foto's uit alle delen van de wereld, die hem hielpen om aan zijn tekeningen een authentieke ,couleur locale' te geven.
Maar niets ging hem boven de levende werkelijkheid en daarom trok hij er vaak op uit om nieuwe ideeën op te doen. In Marokko liet hij de mysterieuze sfeer van de oosterse wereld op zich inwerken en de romantiek van het ruige Corsica droeg nieuwe bouwstenen voor zijn stripavonturen aan. In ons eigen land bezeilde hij in zijn kajuitjacht de grote rivieren en het IJsselmeer en waren de Waddeneilanden vaak het doel van zijn tochten.
Toen hij naderhand zijn ,Meermin' verruilde voor een tjalk, werden de Loosdrechtse plassen de plaats waar hij in de zomermaanden dagelijks te vinden was, werkend aan het onderhoud van zijn boot, urenlang bomend met praatgrage zeilers of tekenend aan de strip met het geluid van klotsend water als inspirerende aootergrondmuziek.
Zijn belangstelling voor nieuwe wetenschappelijke ontwikkelingen was onbegrensd. Ruimtevaart, archeologisme ontdekkingen en nieuwe technische vindingen verwerkte hij in zijn verhalen tot Jules Verne-achtige fantasieën, die zich afspeelden op ,levende eilanden', op de bodem van de zee of in het binnenste van de maan. De ontzagwekkende zeemonsters, die hij in deze bizarre werelden liet opduiken, zette hij op papier na diepgaand de anatomie der voorhistorische gewervelde dieren te hebben bestudeerd, want hij wilde zijn werk nu eenmaal tot in de kleinste details volledig kunnen verantwoorden.
Als er weer een nieuwavontuur van Kapitein Rob in Het Parool van stapel liep, was Piet zeker even benieuwd naar de afloop als de lezers van de krant. Wanneer hij aan de strip begon, stond het verhaal hem nog slechts in vage contouren voor de geest. AI tekenend spon hij het verder uit en zo kreeg in een tijdsbestek van drie, vier weken een nieuw fragment van de strip gestalte. Hij schreef bij die reeks van tekeningen dan een korte toelichting die door de journalist Evert Werkman op knappe wijze in een afgepast aantal regels tekst werd getransformeerd.
De wereld van Kapitein Rob, de man die in zijn eentje alle gevaren trotseert en alle duistere machten overwint, is een wereld van stoere en sluwe mannen, waarin de zwakke sekse een wezensvreemd element vormt. Dit blijkt duidelijk, als Piet de verleiding niet kan weerstaan om onze dochters op gecamoufleerde wijze in de strip ten tonele te voeren, want de Amerikaanse meisjes Marga en Willy, die we dan aan boord van de Pandora ontmoeten, blijven achtergrondfiguren, die veel vager worden getekend dan de mannelijke karakters. En als Rob in één van de verhalen vrij plotseling met een zekere Paula trouwt, is dit huwelijk dan ook een duidelijke ontluistering van Robs heldendom, dat zijn grootheid juist ontleent aan het solitaire bestaan en de afwezigheid van op zwakte duidende affecties. Piet heeft zich dit zelf ook spoedig gerealiseerd, want in het verdere verloop van het verhaal heeft hij het huwelijk veiligheidshalve maar doodgezwegen.
In Kapitein Robs avonturen regeert het zwart-wit van de cowboyfilms: de edele karakters van majoor Ross en van Taaie Toon staan diametraal tegenover smurken als de gluiperige Wang Hang en de onheilbrengende professor Lupardi, die in al hun afzichtelijkheid worden uitgetekend. Deze overtypering zien we ook bij de kennismaking met vreemde volkeren, waarbij dan het zwarte ras onveranderlijk als dom, de gelen als sluw werden voorgesteld. In onze tijd heet dit discriminatie, maar wij mogen niet vergeten dat in de veertiger jaren, toen de televisie de wereld nog niet in onze huiskamer bracht, dergelijke kwalificaties uitingen waren van een aantal algemeen in ons landje bestaande vooroordelen.
Tocht blijkt uit de vele reacties op de herverschijning van de eerste deeltjes, dat de pure, onversneden romantiek, waarin deze verhalen zich afspelen, ook op de jongere generatie nog steeds een sterke aantrekkingskracht uitoefent. En ik ben er zeker van dat de uitgever met deze herdruk ook talloze oudere landgenoten, voor wie bij het omslaan der pagina's een brok kostbaar jeugdsentiment weer wordt geactiveerd, opnieuw in sterke mate aan zich heeft verplicht.

Margaretha Kuhn-Groenewoud

 

Omhoog