shetlander

Communities

ZeelandNet

shetlander

Welkom op de community shetlander!

287.202 bezoekers 8 leden Log in

Exterieur


 Het exterieur van de Shetlander

1.   Maantop; 2.  Kaak; 3.  Nek; 4.  Manenkam; 5.  Hals; 6.  Halsadergroef; 7.  Keelrand; 8.  Voorborst; 9.  Boeg; 10. Schouder;      11. Bovenarm; 12. Onderarm; 13. Knie; 14. Pijp; 15. Onderborst; 16. Buik; 17. Kroonrand; 18. Sprong; 19. Knie; 20. Schenkel;          21. Pijp; 22. Kogel; 23. Koot; 24. Hoef; 25. Hielhak; 26. Staart; 27. Broek; 28. Dij; 29. Staartinplant; 30. Kruis; 31. Heup;           32. Lendenen; 33. Rug; 34. Ribben; 35. Flank; 36. Schoft

De beoordeling van het exterieur en de beweging van de Shetland pony speelt een belangrijke rol bij het Nederlands Shetland Pony Stamboek. Een zeer groot aantal Shetland pony fokkers bezoekt jaarlijks één of meerdere keren een keuring, waar de beoordeling van het exterieur centraal staat. Met exterieur bedoelen we hier de bouw en verhoudingen van de pony. We hopen dat u hiermee een eerste handeling hebt bij het volgen van de keuringen.

Hiernaast ziet u een pony afgebeeld met de diverse onderdelen en hun benamingen. In dit stukje zullen we naar deze termen verwijzen. Een pony wordt gefokt en niet bij de timmerman gemaakt. Daarom is er geen enkele volmaakt. Het afwegen van diverse punten is dan ook het basisprincipe van de beoordeling. De jury moet goede eigenschappen in de pony zien, die waarderen en daar de minder goede eigenschappen naar zwaarte vanaf trekken. Dit leidt tot een waardering van het totaalbeeld. Deze wordt dan vertaald in een bepaalde primering.

In hoofdlijnen geven we het belangrijkste aan waarop bij de Shetland pony wordt gelet. Een belangrijke term is type. Wat is type? Men kan type omschrijven als een complex van eigenschappen, die bepalend zijn voor het ras. Een typische Shetland pony is een harmonieus en evenredig gebouwde pony, met goede verhoudingen tussen de romp en de benen. De verhouding tussen het lichaam en de benen is bij een volwassen pony ongeveer 50-50. Het zogenaamde rechthoekmodel wordt geprefereerd boven het vierkantsmodel. Dat wil zeggen dat de pony langer dient te zijn dan zij hoog is. De lengte mag evenwel niet komen uit een lange rug. Graag van boven kort en onder lang. De bovenlijn komt op lengte door een; lange hals en schuine schouder. Er wordt graag een mooi gevormd hoofd gezien met niet te grote oren en intelligente ogen. Een niet te diep aangezette hals, met voldoende lengte en houding. De schouder goed ontwikkelt en schuin geplaatst, een sterke goed aangesloten rug, lang geribd en goed gespierd. De beharing is zwaar met volle manen en volle staart. Het beenwerk is sterk en voldoende zwaar met goede voeten, een goed ontwikkelde bovenarm, een vierkante stand en vlotte vierkante bewegingen.

Nu splitsen we dit uit naar voor -, midden -, en achterhand. Deze dienen in evenredigheid ten opzichte van elkaar te staan. De voor ? en achterhand ongeveer even hoog.

Voorhand

Onder de voorhand verstaan we het hoofd, de hals en de schoft. Het hoofd moet niet te groot zijn, mooi sprekend (voldoende adel bezitten) en attent de wereld inkijken. De hals moet voldoende lengte bezitten en niet te diep uit de borst komen. De schoft moet voldoende ontwikkeld zijn en de schouder moet niet te steil zijn, dus schijn geplaatst, en goed aangesloten. Belangrijk is dat de schoft hoger is dan het kruis. Bij een schoft die lager of even hoog is als het kruis spreken we van een overbouwde pony.

Middenhand

De middenhand is als het ware de brug tussen voor ? en achterhand. Deze moet passen in het geheel. Daarbij hoort voldoende breedte, diepte en lengte. De ribben moeten voldoende welving vertonen en wat schuin naar achteren zijn geplaatst.

Achterhand

De achterhand moet voldoende lang en iets hellend zijn. De dijen, ook wel broek genoemd, moeten voldoende lang en gespierd zijn. Het hele lichaam van de Shetland pony moet voldoende gespierd. Het kruis mag niet kort zijn en dient enigszins aflopend te zijn in een welig beplante staart.

Beenwerk

Het beenwerk moet evenredig aan het lichaam voldoende lengte en forsheid bezitten. De gewrichten, evenals de hoeven moeten goed ontwikkeld zijn. Smalle voeten komen nogal eens voor. De benen moeten, van voren en van achter gezien, recht onder het lichaam geplaatst zijn. De voorbenen moeten zeker niet achterwaarts gebogen zijn (hol in de knieën), doch de knieën moeten ook niet naar voren steken (bokbenig). De onderarm moet lang en gespierd zijn en de pijp kort en voldoende breed. Bij de achterbenen moet gelet worden op de juiste hoekstelling tussen de gewrichten. Het spronggewricht moet een hoek van 150°-160° maken. Koot, kroon en hoef moeten één lijn liggen, die een hoek van 45°-50° maakt met de bodem. De correctheid in het gebruik van de benen moet in stap en draf beoordeeld worden.

Beweging

De bewegingen moeten vlot, ruim en krachtig zijn. Wat vlakke bewegingen (weinig opwaarts) komen nogal eens voor, dit hoeft geen bezwaar te zijn, als ze maar voldoende ruim en krachtig zijn.

Schematisch kunnen we het bovenstaande schematisch weergeven:

Veel gebruikte begrippen

Adel: rasuitdrukking

Snit: goede houding en belijning

Front: voorhand, hoofd, hals en schoft

Overbouwd: schifthoogte lager dan of gelijk aan kruishoogte

Duikt: in beweging de neiging met het hoofd naar beneden te lopen

Groen: pony, die nog wat jeugdig aandoet

Rijp: pony, die voor zijn leeftijd te volwassen aan doet.

Mooi belijnd: vloeiende overgangen van de onderdelen met name in de bovenlijnen

Hitterig: te weinig ras, hoog benig en ondiep.

Gerekt: de lengtediepte verhouding is zodanig dat het dier wat te lang is

Diep: de verhouding lengte - breedte ? diepte (dit laatste gemeten achter de voorbenen) is niet goed, de romp is diep

Opgetrokken: weinig flankdiepte

Croupe: ander woord voor kruis

Ten aanzien van bewegingen:

Vlot: de bene worden goed gebogen (vooral ook de buiging van het spronggewricht) en gestrekt in een behoorlijk tempo

Stokkerig: te weinig buiging in knieën en sprongen, meestal achter beweging kort de stap loopt niet vergenoeg door, te korte paslengte, normaal komen de achterhoeven op de plaats waar de voorhoeven hebben gestaan

Nauw in beweging: in stap en draf te weinig tussen de bewegende benen

Open achter: in stap of draf te veel ruimte tussen de bewegende benen, van achtergezien

Vlakke draf: met weinig knie- of sprongactie dravend

Te weinig stuwing: te weinig onderbrenging van de achterbenen

Ten aanzien van de beenstanden:

Vertalen naar waardering

Op keuringen worden Shetland pony?s beoordeeld. Daarbij wordt gelet op voornoemde punten. Voor de stamboekopname bij Shetland pony?s (vanaf drie jaar), wordt sinds 1989 het lineaire scoringsformulier gebruikt. Op dit formulier geeft men ten aanzien van 28 onderdelen een constatering. Dus geen waardering. Dit wordt aangegeven met een schaal van 0 tot 40.

Bijvoorbeeld de stand van het achterbeen. De schaal varieert daarbij van sabelbenig (0) tot steil (40). Geen van beide is de bedoeling dus er tussen in is hier de beste score. Dat is echter geen regel en verschilt per onderdeel.

Bij keuringen doet men in feite dezelfde waarnemingen. Daar moeten echter waardeoordelen aan worden gegeven. Laat een pony het op een bepaald punt afweten dan zal het op andere punten iets over moeten hebben om tot een bepaalde primering te komen. Bij Shetland pony?s kan men als veulen een veulenpremie halen, als enter een enterpremie en als twenter een twenterpremie. Vanaf het derde jaar kan men eerste, tweede en derde premies halen. Bij de Shetland pony wordt met de eerste premie zuinig omgesprongen. Een Shetlander kan tot en met het twaalfde jaar worden geprimeerd.

Heeft men twee eerste, vier tweede of twee tweede en één eerste premie, dan wordt de merrie kroon verklaard, mits ze twee geregistreerde veulens heeft. Door primeringen van nakomelingen, waarvoor de moeder punten krijgt, kan een merrie preferent worden. Daarvoor moet de merrie 25 punten met minimaal 4 geregistreerde nakomelingen hebben (zie tabel 1). Ook goed gekeurde hengsten kunne preferent worden, zij moeten uiteraard veel meer punten hebben (tabel 1). Voor hengsten gelden verschillende puntensystemen. Een merrie, die kroon en/ of preferent is, kan door het afleggen van een verrichtingsproef (IBOP) elite worden. Ze moet dan voor de proef een A of AA certificaat halen. Voor een hengst geld dat een IBOP -A of IBOP -AA certificaat één van de eisen is voor het keurpredikaat. Daarnaast moet een hengst voor het behalen van een KEUR ?predikaat nog aan drie andere eisen voldoen:

Hij moet twee maal een eerste; 4 maal een tweede; of één maal een eerste en twee maal een tweede premie hebben behaald.

Twee dochters moeten een eerste premie hebben behaald.

Hij moet twee goed gekeurde zonen hebben.

Fokdagen

De meeste keuringen zijn verbonden aan fokdagen. Voor fokdagen geldt een ander waarderingssysteem. Men kent voor alle leeftijden eerste, tweede en derde prijzen. Een eerste prijs (oranje rozet) correspondeert met een veulen -, enter -, twenter -, of tweedepremie. Voor eerste premies is er een apart rozet met rood ? wit ? blauw gemaakt. Rode rozetten corresponderen bij drie jaar en oudere merries met derde premies. Voor overige rozetten geld dat hier een primering van het stamboek aan verbonden is. Door het fokdag element wordt er ook op volgorde geplaatst. Daarvoor worden de pony?s naar maat en leeftijd ingedeeld in rubrieken. Er zijn bij de drie jaar en oudere dieren vier maten te onderscheiden. De minimaat loopt tot en met een schofthoogte van 86 cm. De kleine maat van 87 t/m 92 cm. De midden maat van 93 t/m 98 cm. De grote maat van 99 t/m 107 cm(op drie jarige leeftijd max. 105 cm).

De klassenwinnaars van de rubrieken komen later tegen elkaar uit bij de kampioenskeuringen. Voor de veulens is er het veulenkampioenschap, voor enters en twenters het jeugdkampioenschap, en voor drie jaar en oudere merries het dagkampioenschap. Dat dagkampioenschap kan maar één keer behaald worden. Is men dat een keer geweest dan komt men uit voor het erekampioenschap. Dat gaat gewoonlijk tussen de dagkampioenes van de verschillende jaren. Behalve bij het erekampioenschap zijn er bij de andere kampioenschappen zogenaamde reservekampioenen. Dat gaat tussen de rubriekswinnaars en de tweede uit de rubriek van de kampioen.

De laatste jaren is echter op een aantal keuringen het kampioenschap per maat ingevoerd, reservekampioene blijven dan vaak achterwege.

Er zijn in ons land zo?n 25 regionale keuringen. Men neemt deel aan de premiekeuringen in eigen regio. Elk gewest heeft eens in de twee jaar een centrale keuring, hieraan mogen de betere pony;s van de regionale keuringen meedoen. Eens in de vijf jaar is er een nationale keuring voor merries. Bij merries is de selectie voor de nationale keuring erg streng. Ook wordt deelgenomen aan internationale keuringen, zoals in België, Frankrijk en Schotland. Daarbij moet wel worden opgemerkt dat niet elk land dezelfde opvattingen het exterieur en de bewegingen van de Shetland pony heeft. Wel gaan alle landen sinds de één wording van Europa uit van de zg. Breed Standard, deze biedt echter aan elk land voldoende ruimte bepaalde aspecten van het exterieur anders te benadrukken.

Rond de jaarwisseling vinden elk jaar de hengstenkeuringen plaats. Hengsten vanaf drie jaar worden ter goed keuring aangeboden.Een gedeelte van deze hengsten wordt elk jaar goedgekeurd voor de dekdienst. Aan de hengstenkeuringen is ook een premiekeuring verbonden.

Preferentschap voor merries

Nieuwe regeling d.d. 1-1-1996

1. Alleen het puntenaantal voor de hoogst behaalde primering of predikaat zal worden berekend.

2. Er moeten minstens vier nakomelingen bijdragen in het minimum benodigde aantal punten, behalve indien de merrie voor haar tiende jaar is gestorven, in welk geval kan worden volstaan met drie nakomelingen.

3. Het minimum aantal behaalde punten bedraagt 25.

Toelichting

Een merrie moet met tenminste vier nakomelingen 25 of meer punten hebben behaald, op basis van bovenstaande tabel, voordat het preferentschap kan worden opgevraagd.

Voor hengsten zijn er twee mogelijkheden:

1. Voor goedgekeurde zoons tot een minimum van 100 punten, alsmede merries tot een minimum van 150 punten.

2. Voor goedgekeurde zoons tot een minimum van 72 punten, alsmede voor merries tot een minimum van 200 punten.

Omhoog