ALLES OVER DIEREN verhuisd-> www.hetdierenrijk.nl

Communities

ZeelandNet

ALLES OVER DIEREN verhuisd-> www.hetdierenrijk.nl

Deze site is verhuisd naar www.hetdierenrijk.nl

1.341.696 bezoekers 209 leden Log in

honden: Chow-chow


CHOW-CHOW

Land van herkomst: China (Engeland)


  Korte geschiedenis van het ras

De oorsprong van de Chow-Chow ligt voor het begin van onze jaartelling. Zijn oorspronkelijk taak was het beschermen tegen boze geesten. Het was daarom belangrijk dat hij over een indrukwekkend en waardig uiterlijk en optreden beschikte. De eerste honden kwamen omstreeks 1780 met de Oost-Indievaarders mee naar Engeland. In Engeland werd men gefascineerd door de uitstraling van de Chow-Chow, zijn blauwzwarte tong en zijn reputatie van eetbare hond in het land van herkomst. Het kan niet met zekerheid worden vastgesteld dat de honden als slachtvee werden gefokt, maar het is een bekend feit dat hondevlees tot op de dag van vandaag voorkomt op de Chinese menukaarten. De Chow-Chow is een eenmanshond. Hij is trouw aan zijn baas, maar gereserveerd tegenover vreemden.

  Rasbeschrijving

Hoofd: vlak en breed, geen uitgesproken stop, goed opgevuld onder de ogen. Voorsnuit matig lang, breed van de ogen tot het einde van de neus, grote neusspiegel, breed en zwart. Bij cremekleurige of bijna witte honden is een lichtgekleurde neusspiegel toegestaan. Bij blauwe en fawn-kleurige honden moet de kleur van de neusspiegel overeenstemmen met de kleur van de vacht.

Ogen: donker, amandelvormig, tamelijk klein en helder. Bij blauwe en fawn-kleurige honden moet de kleur van de ogen overeenstemmen met de kleur van de vacht.

Oren: klein, dik, afgerond aan de punt, stijf omhoog gedragen, ver uit elkaar geplaatst. Worden licht hellend boven de ogen gedragen, hetgeen een karakteristieke fronsende uitdrukking oplevert.

Gebit: schaargebit, blauwzwarte tong. Verhemelte, lippen en tandvlees zijn zwart.

Hals: sterk, gespierd, niet te kort en licht gebogen.

Lichaam: brede en diepe borstkas. Ribben goed gewelfd, maar niet tonvormig. Korte, sterke rug, krachtige lendenen.

Ledematen: gespierde schouders met lichte hoeking. Rechte voorbenen met sterke botten. Gespierde achterbenen met laaggeplaatste spronggewrichten met een minimale hoeking. Dit is noodzakelijk om de typische steltachtige gang te verkrijgen.

Voeten: klein en rond.

Staart: hoog aangezet en goed over de rug gedragen.

Gangwerk: kort en steltachtig, evenwijdig.

Vacht: of langharig, of kortharig. Langharig: overvloedig, recht, dicht en uitstaand. Tamelijk grof dekhaar, zacht onderhaar. Vooral rondom de hals (manen of kraag) en aan de achterzijde van de dijen een rijke beharing (broek). Kortharig: kort, overvloedig, dicht, recht en uitstaand.

Kleur: zwart, rood, blauw, fawn, cremekleurig of wit. De onderkant van de staart en de achterkant van de dijen zijn veelal lichter van kleur.

Schofthoogte: reu 48-56 cm, teef 46-51 cm.

 

(bron: www.dieren-rassen.nl / Foto: http://honden.smiley.be/)

Omhoog