Goanna Dreaming

Communities

ZeelandNet

Goanna Dreaming

70.949 bezoekers 3 leden Log in

dreamtime-story v/d goanna


Dit is een dreamtime-story van Ngiyaampaa en is getiteld Koockard (goanna). Hij is verteld door tante Beryl Carmichael.

Lange, lange tijd geleden vroegen twee kleine neefjes aan hun oude oom om ze mee te nemen op kamp bij de rivier zodat hij ze kon leren hoe ze hun speren, woomerangs en boomerangs konden maken, maar ook om ze te leren jagen en hoe ze sporen kunnen herkennen van de dieren. Oude oom probeerde het een beetje af te houden. Met hun acht jaar waren ze nog te jong dacht hij. Maar de twee kleine neefjes bleven aanhouden bij hun oude oom. We moeten gaan, we moeten nu gaan. Kom op, we gaan vanavond. Oude oom gaf toe en hij zij; Okay, we gaan en we zetten een kamp op bij de rivieroever. Als we ons kamp opgezet hebben maken we een kampvuur en gaan we een wandeling langs de rivieroever maken en zoeken we  mooie rechte stokken om onze speren van te maken. Zo gingen ze dus naar de rivieroever, en maakten een kampvuur en oude oom zei; Kom, we gaan op zoek naar rechte stokken. Denk eraan, breng geen kromme stokken mee, je moet proberen een mooie rechte stok te vinden om je speer van te maken. De twee kleine jongens liepen over de rivieroever op zoek naar mooie rechte exemplaren om hun speer uit te maken. Toen ze er er een gevonden hadden kwam oude oom en pelde de stok met zijn stenen bijl. Hij liet liet de kleine jongens zien hoe ze moesten gaan zitten om ze mooi af te pellen en er alle schors en oneffenheden af te halen. Hij liet ze ook zien hoe ze een woomera (een kleine stok die ze nodig hadden om hun speer in te zetten)te maken, zodat ze een kangoeroe, emoe of waar ze ook maar op joegen konden speren. Toen ze dat gedan hadden, zei de oude oom; Kopm we gaan nu terug naar het kamp, en morgenochtend gaan we jagen. Maar de twee kleine jongens waren erg ongeduldig en zeiden; Oh kom op oom, laten we nu gaan, laten we een wandeling langs de rivieroever maken en kijken of we een kangoeroe kunnen vinden. Oude oom zei; Nee, we wachten tot morgen, en dan ga ik mee. Nee, we gaan nu oom, en brengen mee wat we vinden. De oude oom stemde ermee in en zei toen ze klaar waren om te gaan; Luister, als je langs de rivieroever loopt is er iets waar je heel voorzichtig mee moet zijn. Je moet me beloven dat je het nooit zal verwonden of kwaad doen. Ze keken elkaar aan op een mannier van waar heeft hij het over Oom zei; Oude koockard, de machtige grote rivier-goanna. Als je ooit tegenover hem komt te staan, moet je me beloven dat je hem in geen geval verwond of pijn doet. De twee kleine jongens keken naar hun oom en ze beloofden hem dat. Oke oom, we verwonden hem niet en zullen hem ook geen kwaad doen. Ze gingen op pad langs de rivieroever.. Ze bleven vlak langs de oever lopen. In deze tijd van het jaar groeide het gras snel en hoog. Ze wandelden zo langs de rivieroevers en toen ze bij de derde oever aan kwamen zagen ze het lange gras bewegen, heel vlug en daarna niet meer. De twee kleine jongens stonden stil en zeiden tot elkaar; Dat zou wel eens een kangoeroe kunnen zijn, laten we er naar toe sluipen en kijken wat er aan de hand is, en wat voor iets het gras laat bewegen.. Toen ze begonnen te kruipen in de richting waar het gras zich had bewogen, bewoog het weer, heel snel en toen hield het weer op. Ze gingen een stukje verder, en kwamen plots een stuk staart van de oude koockard tegen. De staart van de grote rivier-goanna stak een stukje de lucht in. De twee kleine jongens trokken zich wat terug en de  zeiden tegen elkaar; Denk eraan wat oom ons heeft verteld. Als we de oude koockard tegen komen mogen we hem niet verwonden of pijn doen, maar ja, als we lol met hem kunnen beleven. Ga je speer halen, en sluip rond de linkerkant kant van de oude koockard tot zijn linker arm, en ga ter hoogte van zijn linker schouder stil op de grond liggen. Ik ga mijn speer halen en ga langs deze kant tot zijn rechter arm. Ik blijf daar ineen gedoken zitten, tot de oude koockard zijn hoofd naar beneden doet om in het vlees te bijten (want dat is wat gebeurde, koockard deed zijn bek naar beneden en beet in het dode vlees en schudde al de maden er af voordat hij het verslond en dat deed het gras zo bewegen). De twee kleine jongens zeiden; Laten we er naar toe gaan. We gaan lol met hem beleven. Als hij zijn kop naar beneden doet om in het vlees te bijten, kietel je onder zijn arm met je speer. Als hij weer ligt en een nieuwe hap neemt, kietel ik hem aan deze kant met mijn speer. de twee jongens waren het met elkaar eens, dus richten zij zich op en doken weer ineen en zodra de oude koockard naar beneden boog om een hap van de dode kangeroe te nemen, kietelde de kleine jongen hem onder de arm. De koockard sprong op om rond zich heen te kijken wat hem stak, maar hij keek over het lange gras, zodat hij de jongens die in het lange gras lagen, niet kon zien. Hij ging weer liggen en nam een nieuwe hap en de kleine jongen aan de andere kant kietelde hem. Koockard sprong weer op en keek rond, maar omdat het gras hoog was zag hij niets.Ze bleven doorgaan, de een kietelde hem aan de ene kant, de andere kietelde hem aan de andere kant.Toen kreeg een van de kleine jongens de slappe lach, en kon niet meer stoppen met lachen. Hij rolde okmver, en tijdens het rollen stak hij met de speer in de nek van de koockard. De koockard sprong op, draaide rond in een grote cirkel en verpletterde de twee kleine jongens. Zittend in een rubberboom vlakbij hadden de twee kookaburra's (lachvogels) alles gade geslagen, en tot die tijd konden ze niet lachen. Maar zodra zij zagen wat er gebeurde met de twee kleine jongens, keken ze elkaar aan en barstten zij in lachen uit. Dit is nu een dreamtime story hoe de kookaburra's aan hun lach zijn gekomen

vertaling; Henk Stange

Omhoog