Het leven na de diagnose

Communities

ZeelandNet

Het leven na de diagnose

Welkom op de community Het leven na de diagnose!

405.742 bezoekers 78 leden Log in

Preventie&behandeling postmenopauzale osteoporose.


Preventie en behandeling van postmenopauzale osteoporose src=http://www.gezondheid.be//picts/pillen-help.jpg
De recente studies over mogelijke gevaren van hormonale substitutietherapie (HST) voor de preventie en behandeling van postmenopauzale osteoporose, hebben doen besluiten dat bij de meeste vrouwen het voordeel van een langetermijnbehandeling met HST niet opweegt tegenover de risico?s.

Het advies van 3 december 2003 van het Committee for Proprietary Medicinal Products (CPMP), het wetenschappelijk adviesorgaan van het Europese Agentschap ter Beoordeling van Geneesmiddelen zegt dat bij vrouwen met risicofactoren voor osteoporose of met bestaande osteoporose, HST (toedienen van hormonen) geen eerste keuze is voor de preventie van osteoporose of osteoporotische fracturen, en dat bij gezonde vrouwen zonder menopauzale klachten de risico-batenverhouding van HST ongunstig is.
Met de huidige kennis over de ongewenste effecten van HST zal bij vele vrouwen met osteoporose of met risico ervan, dus een alternatief worden gezocht. Hieronder worden die middelen besproken.

Uiteraard zijn in de preventie van osteoporose algemene maatregelen zoals rookstop, voldoende lichaamsbeweging, beperking van de alcoholinname en voldoende inname van calcium ? zeker in de groeiperiode en na het dertigste levensjaar ? en van vitamine D, belangrijk.
Lage botmineraaldichtheid is, samen met hoge leeftijd en voorafbestaande fractuur, een onafhankelijke risicofactor voor het optreden van fracturen. Osteoporose kan opgespoord worden via een botmeting met dubbele fotonabsorptiometrie of DXA.
       src=http://www.gezondheid.be/picts/blue_arrow.gif zie ook artikel : Osteoporose
       src=http://www.gezondheid.be/picts/blue_arrow.gif zie ook rubriek : menopauze

Calcium en vitamine D   src=http://www.gezondheid.be/picts/blue_arrowUP.gif   Vitamine D-gebrek is vooral te vrezen bij ouderen die in een instelling verblijven en hoogbejaarden in het algemeen. De richtlijnen zijn niet unaniem, maar er zijn toch argumenten die ervoor pleiten om zeker bij risicopersonen, naast calcium, ook extra vitamine D toe te dienen (ongeveer 800 IE per dag).

Calcium   src=http://www.gezondheid.be/picts/blue_arrowUP.gif   src=http://www.gezondheid.be//picts/oudje-pillen.jpg
Adequate calciuminname is belangrijk in de preventie en behandeling van osteoporose. Bij niet-zwangere volwassen personen wordt per dag 800 mg à 1,5 g elementair calcium aanbevolen; zo zou men bijvoorbeeld per dag 3 tot 4 glazen melk en 1 tot 2 sneetjes kaas kunnen aanraden (een glas melk kan worden vervangen door b.v. 1 potje yoghourt, 1 glas karnemelk of chocolademelk). Wanneer de dagelijkse behoeften niet worden gehaald via de voeding, kan een calciumsupplement worden aanbevolen, b.v. als calciumcarbonaat of calciumcitraat, waarbij in de meeste gevallen extra inname van 0,5 tot 1 g elementair calcium per dag zal volstaan. Vitamine D-deficiëntie vermindert de calciumresorptie, en dient desgevallend gecorrigeerd te worden (zie verder).
Calciumsupplementen kunnen maag- en darmstoornissen zoals constipatie veroorzaken. Ze mogen niet gebruikt worden bij hypercalcemie of uitgesproken hypercalciurie. Voorzichtigheid is geboden bij patiënten met nierfunctiestoornissen, sarcoïdose of vroegere nierstenen, en tijdens behandeling met calcitriol (omwille van het risico van hypercalcemie en hypercalciurie).
Men moet enkele uren laten tussen de inname van calcium en de inname van een bisfosfonaat gezien calcium de resorptie van bisfosfonaten reduceert.
Calciumcarbonaat wordt best ingenomen tijdens of na de maaltijd omdat de biologische beschikbaarheid bevorderd wordt door maagzuur. Patiënten met achloorhydrie en mogelijk ook patiënten op protonpompinhibitoren krijgen best geen calciumcarbonaat, maar b.v. calciumcitraat, waarvan de resorptie onafhankelijk is van de maag pH. Indien met deze factoren wordt rekening gehouden, zijn de verschillen in biologische beschikbaarheid tussen de verschillende calciumzouten waarschijnlijk weinig belangrijk. Men raadt meestal aan de calciumsupplementen ?s avonds in te nemen.
       src=http://www.gezondheid.be/picts/blue_arrow.gif zie ook artikel : Drie glazen calcium per dag!

Vitamine D   src=http://www.gezondheid.be/picts/blue_arrowUP.gif   Vitamine D is belangrijk voor adequate calciumresorptie. Mensen met geringe blootstelling aan zonlicht (b.v. personen die in een rust- en verzorgingstehuis verblijven en hoogbejaarde personen in het algemeen) lopen risico op vitamine D-deficiëntie.
? In een Franse studie bij oude vrouwen (gemiddeld 84 jaar oud) in een instelling, verminderde dagelijkse inname gedurende drie jaar van calcium (1,2 g) en vitamine D (800 I.E.) het risico van heupfractuur en andere niet-wervelfracturen; het gunstig effect was vanaf 18 maand behandeling duidelijk.
? Een Deense studie over een periode van 3 jaar bij ambulante bejaarden (> 66 jaar) toonde eveneens een gunstig effect van calcium (1 g p.d.) en vitamine D (400 I.E. p.d.) op de fractuurincidentie.

Naast een effect op de botmineraaldichtheid, wordt voor vitamine D ook een direct effect op de spierkracht voorop gesteld: dit effect zou het valrisico verminderen, en op die manier mogelijk het fractuurrisico.
De beschikbare richtlijnen zijn niet unaniem in hun advies over vitamine D-suppletie bij ouderen. Er zijn toch argumenten om, zeker bij personen met risico van vitamine D deficiëntie, extra vitamine D-inname in een dosis van ongeveer 800 IE per dag aan te bevelen. Als vitamine D wordt meestal colecalciferol (vitamine D 3) gebruikt; er is in geval van behouden nier- en leverfunctie, geen bewezen voordeel van de duurdere vitamine D-derivaten zoals calcitriol (1,25-dihydroxyvitamine D 3) en alfacalcidol (1-Éø-hydroxyvitamine D 3).

Bisfosfonaten   src=http://www.gezondheid.be/picts/blue_arrowUP.gif   Bisfosfonaten zijn krachtige remmers van botontkalking (osteoclastische botresorptie). In de Belgische bijsluiters wordt voor een aantal bisfosfonaten preventie (alendronaat(Fosamax ®), risedronaat(Actonel ®)) en behandeling (alendronaat, etidronaat(Osteodidronel®), risedronaat) van postmenopauzale osteoporose als indicatie vermeld. Studies tonen bij postmenopauzale vrouwen met osteoporose (al dan niet met voorafbestaande fracturen), een vermindering van wervelfracturen voor alendronaat, risedronaat en, in mindere mate, etidronaat, en een vermindering van niet-wervelfracturen voor alendronaat en risedronaat, maar niet voor etidronaat. Het meeste effect is te verwachten bij vrouwen met voorafbestaande fracturen.
Het is niet bewezen dat deze middelen een effect hebben op de fractuurincidentie bij postmenopauzale vrouwen met normale botmineraaldichtheid. Het effect van alendronaat(Fosamax ®) en risedronaat(Actonel®) op het fractuurrisico is waarschijnlijk reeds binnen het eerste jaar aanwezig.

De optimale behandelingsduur met bisfosfonaten is niet bekend, en gegevens over langetermijngebruik van deze middelen (>5 jaar) zijn beperkt. Na stoppen van het bisfosfonaat treedt slechts geleidelijk een daling van de botmineraaldichtheid op. Recente gegevens over gebruik van alendronaat gedurende een periode van 10 jaar suggereren een aangehouden effect op de botmineraaldichtheid, en gegevens over de 5 jaar na stoppen van alendronaat tonen dat de botresorptie nog voor meer dan 50% was geïnhibeerd; de auteur van een bijbehorend editoriaal pleit evenwel voor meer gegevens op lange termijn over fractuurincidentie.
De bisfosfonaten moeten nuchter worden ingenomen en dit enkel met water en niet liggend (vanwege een mogelijk risico op slokdarmzweren). Men dient minstens 30 minuten te wachten alvorens te eten. Etidronaat wordt cyclisch gedurende 14 dagen om de 3 maand toegediend, gezien continu gebruik van hoge doses kan leiden tot stoornissen in de botmineralisatie.

Calcitonine   src=http://www.gezondheid.be/picts/blue_arrowUP.gif   src=http://www.gezondheid.be//picts/oranje-pillen-week.jpg
Calcitonine remt de botafbraak, en is beschikbaar als het synthetische zalmcalcitonine (synoniem salcatonine) voor parenterale of nasale toediening. Meerdere studies bij postmenopauzale vrouwen tonen een gunstig effect op de botdensiteit, maar de gegevens over een effect op de fractuurincidentie zijn schaars. In de beschikbare studies met salcatonine intramusculair of subcutaan kon geen daling van het fractuurrisico worden aangetoond. Wel werd met calcitonine een gunstig effect op de pijn bij wervelfracturen gezien.
Bij subcutane of intramusculaire toediening wordt salcatonine soms slecht verdragen (nausea, diarree, warmte-opwellingen). Dergelijke effecten treden nagenoeg niet op bij nasale (via de neus) toediening.

Raloxifen (Evista®)   src=http://www.gezondheid.be/picts/blue_arrowUP.gif   Raloxifen is een selectieve oestrogeenreceptormodulator. Door onderdrukking van de botresorptie remt raloxifen het postmenopauzale botverlies. In een studie bij postmenopauzale vrouwen met osteoporose werd een vermindering van wervelfracturen gezien; er was geen effect op niet-wervelfracturen. Het effect van raloxifen op de wervelfracturen treedt op binnen het eerste jaar van behandeling. Het effect is van dezelfde grootte-orde als dat van de bisfosfonaten.

Tibolon (Livial ® )   src=http://www.gezondheid.be/picts/blue_arrowUP.gif   Tibolon is een synthetisch steroïd met progestagene, zwak oestrogene en zwak androgene eigenschappen. Met tibolon is een gunstig effect op de botmineraaldichtheid aangetoond, maar er is geen bewijs van een effect op de fractuurincidentie. Een recente studie, de Million Women Study, toont voor tibolon een verhoogd risico van borstkanker.

Varia   src=http://www.gezondheid.be/picts/blue_arrowUP.gif   Parathyroïdhormoon stimuleert (synoniem teriparatide) lijkt veelbelovend voor de vermindering van wervelfracturen en niet-wervelfracturen bij vrouwen met bestaande osteoporose.
Natriumfluoride verhoogt de botmineraaldichtheid ter hoogte van de wervelkolom, maar dit resulteert niet in een consistent effect op de fractuurincidentie. Bij hogere doses is er een stijging van het risico van niet-wervel-fracturen en van de gastro-intestinale ongewenste effecten, zonder effect op de incidentie van de wervelfracturen. Het gebruik van fluor is geen keuze bij osteoporose.
Er is geen bewijs dat fyto-oestrogenen een effect hebben op de fractuurincidentie.
Thiaziden zouden botverlies kunnen tegengaan, maar hun rol in de aanpak van osteoporose is niet bewezen.
Toepassing van strontiumranelaat bij postmenopauzale vrouwen met osteoporose wordt momenteel onderzocht; een recente klinische studie toonde een daling van het heroptreden van de wervelfracturen.

Alendronaat: Fosamax
Etidronaat: Osteodidronel
Raloxifen: Evista
Risedronaat: Actonel
Teriparatide: Forsteo
Tibolon: Livial (preventie of behandeling van osteoporose wordt niet als indicatie vermeld in de bijsluiter)

bron: www.gezondheid.be.

Sorry dat de plaatjes niet mee gedownload zijn... Annemie.      

Omhoog