Het leven na de diagnose

Communities

ZeelandNet

Het leven na de diagnose

Welkom op de community Het leven na de diagnose!

405.831 bezoekers 78 leden Log in

Weetjes over bk.


 DE FEITEN OVER BORSTKANKER:

Het is alweer even geleden dat er onderzoek gedaan werd naar hoe vaak borstkanker voorkomt. De laatste cijfers dateren uit 1998. Daaruit bleek dat:

-de kans dat een vrouw voor haar 74ste levensjaar borstkanker krijgt, 9,05% is. De kans dat een man tot zijn 74ste levensjaar borstkanker krijgt, is 0,06%. Dit betekent dat 1 op de 1667 mannen en 1 op de 11 vrouwen borstkanker krijgt.

-van alle mannen en vrouwen die borstkanker krijgen, 80% na 5 jaar nog leeft.

-jaarlijks circa 3550 vrouwen en 25 mannen aan borstkanker overlijden.

-er jaarlijks circa 10.500 vrouwen en 60 mannelijke borstkankerpatienten bijkomen.

-borstkanker de meest voorkomende kanker bij vrouwen is.

 

NIEUWS OVER PREVENTIE:

-In het voorjaar stelden Amerikaanse onderzoekers dat het slikken van aspirine of ibuprofen de kans op borstkanker aanzienlijk zou kunnen verlagen. Volgens de Nederlandse Kankerbestrijding/Koningin Wilhelmina Fonds (KWF) is er echter niet meteen reden om massaal aan de aspirine te gaan. De organisatie acht de resultaten nog te voorbarig en waarschuwt voor de negatieve effecten van aspirine en ibuprofen. Het KWF meldt wel dat er binnenkort een groot Europees onderzoek zal starten naar de effecten van aspirine op de kans op borstkanker.

-Tamoxifen wordt al jaren gebruikt als geneesmiddel tegen borstkanker. Of het ook waarde heeft als preventief middel, is een punt van discussie. Preventief gebruik van tamoxifen door vrouwen met een verhoogd risico op borstkanker, verlaagt de kans op deze ziekte. Maar tegelijkertijd kunnen er ernstige bijwerkingen optreden, waardoor het middel niet zomaar aan risicogroepen kan worden voorgeschreven. Momenteel wordt er onderzoek gedaan naar een variant op tamoxifen, het zogeheten raloxifen. Dit middel zou minder bijwerkingen hebben en is in de toekomst dus mogelijk een preventief medicijn voor risicogroepen.

-In rijkere landen hebben vrouwen een grotere kans om borstkanker te krijgen dan in arme landen. Verondersteld wordt dat de levensstijl van invloed is op borstkanker. Zo zou het eten van veel rood vlees en een dieet dat rijk is aan onverzadigde vetzuren een grotere kans op borstkanker geven. Niet roken, een verantwoord dieet en voldoende beweging blijven de beste preventieve maatregelen tegen borstkanker.

 

BERICHTEN OVER BEHANDELING.

Wat is bij borstkanker beter: een borstbesparende operatie of een borstamputatie? Dat was lange tijd een groot dilemma voor vrouwen èn artsen. Het idee bestond dat er een kans was dat niet alle kankercellen werden vernietigd bij een borstbesparende operatie. Tegelijkertijd weegt het emotionele aspect van een totale verwijdering van de borst heel zwaar. In het Amerikaanse medische vakblad The New Journal of Medicine verscheen de oplossing voor het dilemma. In twee onderzoeken werden vrouwen tot twintig jaar na de operatie gevolgd, waarbij de ene groep een borstbesparende operatie had gehad en de andere een amputatie. Het resultaat van de onderzoeken: er blijkt op medische gronden geen voorkeur voor de ene of de andere operatie te zijn.

 Een deel van de vrouwen die borstkanker krijgen, heeft ook uitzaaiingen in de lymfeklieren in de oksel. Bij deze is de kans groter als ze naast een operatie en eventuele bestralingchemotherapie en/of een hormonale behandeling krijgenom eventuele kleine uitzaaiingen te doden. Afgelopen zomer bleek uit een Nederlands onderzoek dat de kans op terugkeer van borstkanker minder groot is als een zeer grote dosis chemotherapie in combinatie met stamceltransplantatie wordt gegeven. Van de vrouwen die een verhoogd risico hadden op terugkeer van borstkanker doordat ze 10 of meer okselklieruitzaaiingen hadden, was 61% na 5 jaar nog vrij van ziekte nadat ze bovengenoemde therapie hadden ondergaan. Van de vrouwen die alleen de standaardbehandeling hadden ondergaan, was 51% nog vrij van ziekte na 5 jaar.

 

MEER DUIDELIJKHEID OVER DE KANS OP UITZAAIINGEN.

Het Nederlands Kanker Instituut/Antoni van Leeuwenhoek ziekenhuis (NKI/AvL) past sinds kort een nieuwe manier toe om een bepaald borstkankergen op te sporen. Met behulp van de micro-array-techniek, een techniek waarbij naar de genen wordt gekeken, zijn borsttumoren van patiënten jonger dan 55 jaar, die een grote kans hebben de ziekte terug te krijgen, te onderscheiden van tumoren waarvan die kans klein is. Hierdoor kan aan deze groep patiënten van het NKI/AvL meer duidelijkheid worden gegeven over de kans op eventuele uitzaaiingenen kan beter worden bepaald welke patiënten in aanmerking komen voor een aanvullende behandeling na de operatie. Het aantal patiënten dat aanvullend behandeld wordt met chemotherapie zal hierdoor aanzienlijk kunnen dalen. De techniek bevindt zich deels nog in de onderzoeksfase, zodat voorlopig nog niet iedereen ervoor in aanmerking komt.

 

DE RISICO'S  VAN HORMOONTHERAPIE.

Halverwege augustus ontstond er grote beroering toen veel kranten schreven dat hormoontherapie voor overgangsklachten de kans op borstkanker zou verhogen. Uit een onderzoek door een kankercentrum in Oxford bleek dat vrouwen die hormonen kregen tegen de overgangsklachten 22% meer kans hadden om aan borstkanker te overlijden dan vrouwen die geen hormoonbehandeling kregen. Van de 1000 vrouwen tussen de 50 en 64 jaar die 10 jaar lang hormonen kregen, kregen er 5 borstkanker als gevolg van de therapie. Het aantal gevallen van borstkanker bleek te stijgen naarmate de therapie langer duurde. In Nederland wordt al jaren enigszins terughoudend omgesprongen met het voorschrijven van hormoontherapie. In totaal slikt 15% van de Nederlandse vrouwen tussen de 50 en 64 jaar hormonen. Tien procent doet dat langer dan een jaar. Gemiddeld slikken vrouwen in Nederland slechts zeven maanden hormonen. Het Nederlands Huisartsen Genootschap adviseerde naar aanleiding van het onderzoek om vrouwen die in de overgang komengeen hormonen voor te schrijven en vrouwen die al hormonen gebruiken in te lichten over de gevaren ervan. Voorlopig blijft voorzichtigheid geboden.

Uit een Amerikaans onderzoek bleek eerder dit jaar dat er een verband is tussen overgewicht en het onstaan van (borst)kanker. Zestien jaar lang werden 900.000 gezonde personen gevolgd. Van hen werd bijgehouden of ze kanker kregen en zo ja, welke soort. Het aantal sterfgevallen door kanker bleek bij mensen met een behoorlijk overgewicht 57% hoger te liggen dan normaal. De reden is mogelijk een toename van bepaalde hormoonconcentraties. Maar overgewicht kan ook belemmerend werken bij het vaststellen en behandelen van (borst)kanker.

De afgelopen maanden werd ook ontdekt dat een andere, weliswaar kleinere, groep vrouwen een verhoogd risico op borstkanker heeft. Namelijk vrouwen die de ziekte van Hodgkin hebben gehad en voor hun veertigste op de borst zijn bestraald. Bij hen is de kans op borstkanker zeven keer zo groot dan bij vrouwen die niet zijn bestraald. Een op de zes vrouwen krijgt borstkanker in de periode tot 25 jaar na de bestraling.

MEER WETEN??

De Nederlandse Kankerbestrijding/Koningin Wilhelmina Fonds (KWF) heeft zich als doel gesteld on de kans op kanker te verminderen, de kans op genezing van kanker te vergroten en de kwaliteit van het leven van de kankerpatiënt en zijn/haar omgeving te verbeteren. Om dat te bereiken, zorgt de Kankerbestrijding voor ondersteuning van onderzoeken, voorlichting en patiëntenbegeleiding. Iedereen kan met al zijn vragen over kanker terecht bij de Nederlandse Kankerbestrijding/Koningin Wilhelmina Fonds. Dat kan telefonisch bij de gratis hulp- en informatielijn: 0800-022 66 22 (op werkdagen van 10.00 tot 12.30 uur en van 13.30 tot 16.00 uur). Folders en brochures bestellen kan 24 uur per dag. Kijk ook eens op www.kankerbestrijding.nl

Deze informatie komt allemaal uit de Libelle nr. 41 van 4 t/m 10 oktober 2003.

DE MAMMACARE-TEAMS.

Steeds meer ziekenhuizen zien het voordeel in van een speciaal mammacare-team. Dat is een team deskundigen dat nauw samenwerkt om snelle en optimale zorg aan een vrouw te geven bij wie iets verdachts in haar borst is geconstateerd. In zo'n mamma-poli wordt de vrouw in één dag onderzocht, krijgt ze de uitslag en wordt er meteen een behandelplan opgesteld. Het mamma-team (dat ondermeer bestaat uit een arts, een oncoloog, een radiotherapeut, een patholoog-anatoom en een sociaal verpleegkundige) doet onderzoek, bespreekt de uitslag met elkaar en vervolgens wordt er in gezamelijk overleg het beste behandelplan opgesteld. Er wordt dus zeer efficient gewerkt, de patiente krijgt meteen te horen wat er aan de hand is en hoe de ziekte zal worden aangepakt. Doordat het behandeltraject veel korter is, kan er sneller worden ingegrepen. Op www.cbo.nl of via (030) 29 17 222 vindt u de adressenlijst van ziekenhuizen waar al een mamma-poli met een mammacare-team aan het werk is.

NIEUW BIJ CHIRURGIE.

De tijd dat borstkanker betekende dat je standaard werd geopereerd, met een grote kans op amputatie, is gelukkig voorbij. Doordat er nieuwe medicatie en behandeltechnieken zijn ontstaan, heeft de chirurg meer mogelijkheden gekregen om de borst te sparen. Vrij nieuw is bijvoorbeeld de zogenaamde neo-adjuvante therapie. Dat houdt in dat de patiente al voor de operatie chemotherapie en/of een hormoonkuur krijgt om de tumor zoveel mogelijk te laten slinken. Hoe kleiner de tumor, hoe minder weefsel er moet worden weggesneden en hoe geringer de verminking. In de nabije toekomst zal een operatieve ingreep door de steeds verbeterende medicatie en technologie naar verwachting aanzienlijk minder vaak nodig zijn.

NIEUW BIJ HORMOONTHERAPIE.

De borsten (en geslachtsorganen) van een vrouw zijn voor hun ontwikkeling afhankelijk van geslachtshormonen, zoals oestrogeen en progestageen. Als hier een tumor ontstaat, zijn de kankercellen om zich te kunnen delen in de meeste gevallen afhankelijk van die vrouwelijke hormonen. In dat geval spreken we van een hormoongevoelige tumor. Dan zal de arts naast een chemokuur voor een hormoontherapie kiezen en worden er middelen ingezet die de productie van oestrogenen blokkeren. Letrozole is zo'n stof. Op zich is het gebruik van letrozole geen nieuws in de strijd tegen borstkanker; het middel werd al jarenlang gebruikt bij borstkankerpatienten met uitzaaiingen. Nieuw is wel dat het zeer efficient blijkt te zijn als aanvullende behandeling, na de standaardbehandeling bij borstkanker. Die standaardprocedure bestaat een een vijf jaar lange behandeling met het 'fop'-oestrogeen tamoxifen, dat de celdeling blokkeert. Maar het kan bij langdurig gebruik de kans op andere ernstige aandoeningen, zoals trombose en baarmoederslijmvlieskanker, vergroten. Letrozole is een zogenaamde aromataseremmer. Die blokkeert de aanmaak van het hormoon oestrogeen totaal. Want ook na de menopauze, als de eierstokken zijn gestopt met de hormoonproductie, wordt in de bijnieren en in het onderhuidse vetweefsel nog een heel klein beetje oestrogeen aangemaakt. En dat is genoeg voor borstkankercellen die voor hun overleving afhankelijk zijn van dit hormoon. Een aromataseremmer blijkt een zeer effectief wapen te zijn om de kans op terugkeer van een tumor te verkleinen. Daarom geldt als nieuw protocol na de operatie: eerst twee en half jaar tamoxifen en dan overstappen op letrozole. Het middel is overigens niet vrij van bijwerkingen. Naast verschijnselen zoals opvliegers en bot- en gewrichtspijnen bestaat er ook een verhoogde kans op botontkalking (osteoporose). Een aandoening die toch al voornamelijk na de menopauze voorkomt en waarvan het proces door gebruik van letrozole ook nog eens wordt versneld.

GLOEDNIEUW: DE MICRO-ARRAY

Bij drie van de tien vrouwen die voor het eerst borstkanker krijgen en met succes zijn geopereerd, worden binnen vijf jaar uitzaaiingen geconstateerd. Dat betekent dat bij die drie vrouwen al voor de operatie microscopisch kleine, niet scanbare uitzaaiingen aanwezig moeten zijn geweest. Daarom krijgt iedere borstkankerpatiente uit voorzorg chemotherapie. Bij wie dit wel of niet echt nodig is, is dus niet voorspelbaar. Dat zal zeer binnenkort veranderen door het inzetten van de gloednieuwe micro-array-techniek, die in het Nederlands Kanker Instituut/Antoni van Leeuwenhoek Ziekenhuis (NKI/AVL) is ontwikkeld. De micro-array kan een bepaald soort borstkanker-gen opsporen en met een test van het genenpatroon van een klein stukje borstkankerweefsel kan worden bepaald of de aanwezige borsttumor agressief is en dus een grote kans heeft op terugkeer (recidive) en/of uitzaaiingen. De bepaling hiervan is overigens alleen mogelijk bij vrouwen jonger dan 60 jaar. Het grote voordeel van de micro-array is dat hierdoor goed kan worden bepaald welke behandeling in dat specifieke geval het meest effectief is; de patiente krijgt dus een behandelplan op maat. Het aantal patienten dat bijvoorbeeld een belastende chemotherapie nodig heeft, zal hierdoor flink kunnen dalen.

NIEUW BIJ CHEMOTHERAPIE.

Er zijn twee verschillende redenen om bij borstkanker chemotherapie te geven. Als er geen hoop meer is op genezing, krijgt de patiente een chemokuur, in de hoop eventuele klachten langdurig te kunnen onderdrukken. Dat is de zogenaamde palliatieve indicatie. Daarnaast wordt de chemokuur ingezet om een extra genezingskans te bewerkstelligen. Dat is de adjuvante reden. Er bestaat overigens niet 1 chemokuur. Ze varieren in samenstelling en sterkte van medicatie. Wel hebben ze gemeen dat toxische stoffen behalve de kankercellen ook gezonde cellen doden. Er wordt dan ook hard gestudeerd op werkzame stoffen die alleen inwerken op de kwaadaardige cellen. Vrouwen met borstkanker die is uitgezaaid naar lymfeklieren, zouden baat kunnen hebben bij een chemokuur met het nieuwe ingredient taxane, een stofje dat van de taxusboom afkomstig is en dat werkt bij zowel hormoongevoelige- als hormoonongevoelige tumoren. Het is vele malen sterker (en dus giftiger) dan het tot nu toe gangbare middel fluorouracil. Dat betekent ook meer ernstige bijwerkingen. Uit onderzoek is gebleken dat vrouwen die een chemokuur kregen met taxane, in vergelijking met de gangbare behandeling minder risico lopen dat de kanker terugkeert. Goed nieuws is ook dat er inmiddels chemokuren in tabletvorm bestaan, hoewel dat niet voor iedereen geschikt is. Het grote voordeel is dat de patient niet meer eens in de zoveel tijd aan een infuus moet om in 1 keer een grote hoeveelheid medicatie binnen te krijgen. Pillen kunnen gedurende een langere periode thuis worden ingenomen. En dat betekent ook beduidend minder bijwerkingen.

NIEUW INZETBAAR: DE MRI-SCAN.

Bij periodieke controles wordt naast het gangbare rontgenonderzoek (mammogram), ook de MRI-scan ingezet. Dit gebeurt alleen bij vrouwen met een verhoogd risico op erfelijke borstkanker en bij vrouwen met dicht borstklierweefsel. De MRI-scan maakt, door gebruik te maken van sterke magneetvelden, de stofwisseling en doorbloeding in weefsel zichtbaar. Iedere miniscule afwijking, die op een gewoon mammogram niet altijd goed is te ontdekken, is wel op een MRI-scan te zien. Die enorme nauwkeurigheid is een groot voordeel, maar kan tegelijkertijd ook een nadeel zijn: de patienten worden wel eens nodeloos ongerust gemaakt, omdat er vaker sprake is van een onschuldige aandoening dan van een kwaadaardige tumor.

NIEUW BIJ BESTRALING.

De noodzakelijke bestraling (radiotherapie) na de operatie is in de loop der jaren steeds verfijnder geworden. Werd eerst een zo groot mogelijk gebied bestraald, tegenwoordig probeert men het bestralingsoppervlak zo klein mogelijk te houden. In onderzoek is nu deze korte en hopelijk afdoende methode: tijdens de operatie wordt bij of in de wond een holle naald (canule) geplaatst en via die naald wordt 30 minuten intensief en zeer gericht bestraald.

IN ONDERZOEK: BESCHERMENDE ASPIRINE.

Dat de pijnstiller aspirine een beschermend effect heeft tegen hart- en vaatziekten is al langer bekend. Dat het ook tegen het ontstaan van borstkanker zou kunnen beschermen, is nieuw. Uit een onderzoek onder 1442 borstkankerpatienten en 1420 controlepersonen aan de Colombia University in New York bleek dat de borstkankerpatienten beduidend minder vaak aspirine hadden geslikt dan de niet-patienten. Waarom aspirine (en in dit geval ook andere ontstekingsremmende pijnstillers) kennelijk een beschermend effect biedt, zou kunnen komen doordat het middel de verbindng van bepaalde enzymen in het lichaam blokkeert en daarmee ook de productie van oestrogeen. Het is nog te vroeg om collectief aan de aspirine te gaan, maar het resultaat van dit onderzoek is dermate interessant dat er in Amerika en Europa vervolgonderzoek is gestart.

WAAR OF NIET WAAR???

- Veel vrouwen die door de menopauze gaan, slikken hormoonsubstitutie tegen klachten zoals opvliegers en droogte van de slijmvliezen, en omdat het zou helpen ernstige aandoeningen als osteoporose en hart- en vaatziekten te voorkomen. Afgelopen augustus verscheen het bericht in de media dat vrouwen die langer dan 5 jaar hormonen slikken bijna 35 % meer kans hebben op borstkanker dan vrouwen die niets gebruiken. Aldus een onderzoek van een Engels kankerinstituut. Er werd massaal met die hormoonsuppletie gestopt. Een voorbarige conclusie? Onderzoek heeft inmiddels uitgewezen dat door hormoonsubstitutie de kans op botontkalking en hart- en vaatziekten, helemaal niet afneemt. De kans op trombose en borstkanker neemt inderdaad iets toe, maar het cijfer van 35% moet wel wat genuanceerder worden bekeken. Van de duizend vrouwen van 55 jaar en ouder, die geen hormonen slikken, zullen er 20 tot 25 borstkanker krijgen. Dat komt omdat 75%  van alle borstkankergevallen na de menopauze ontstaat. Maar als diezelfde duizend vrouwen wel ongeveer vijf jaar hormonen hebben geslikt, zullen ongeveer 32 van hen borstkanker krijgen. Dus zeven vrouwen meer. In absolute zin is dat een relatief klein aantal. Dat neemt nog niet weg dat hormoonsubstitutie alleen bij ernstige overgangsklachten moet worden gebruikt. En niet preventief om bijvoorbeeld osteoporose of hart- en vaatziekten te voorkomen, want dat heeft toch geen zin. De algemene regel is: hoe langer en vaker het borstklierweefsel wordt gestimuleerd door oestrogenen, hoe groter de kans op borstkanker. Enige voorzichtigheid is dus altijd geboden, maar hoeft ook weer niet te worden overdreven.

-Dit jaar kwam de combinatie oksel scheren en deodorantgebruik in het nieuws als boosdoener bij het ontstaan van borstkanker. De geschoren huid zou geen bescherming kunnen bieden tegen bepaalde ingredienten in deodorant, zoals aluminiumzouten en het conserveringsmiddel parabenzeen. Die zouden een verhoogde kans op borstkanker veroorzaken. Het waarheidsgehalte van deze bewering is 0. Het deodorantverhaal is klinkklare onzin.

-Het zogenaamde gevaar van de beugel-bh zwerft ook al jarenlang als broodje-aap verhaal door Nederland en vermoedelijk ook door de rest van de wereld. Het dragen van een beugel-bh heeft geen enkele invloed op het ontstaan van borstkanker. Wederom: klinkklare onzin.

IN ONDERZOEK: PREVENTIEVE MEDICIJNEN.

Het is nog toekomstmuziek, maar de hoop en de wil is er dat op een dag een preventief vaccin tegen borstkanker zal worden uitgevonden. Omdat het antihormoon tamoxifen al jarenlang met succes wordt gebruikt in de strijd tegen borstkanker is al onderzocht of het bij vrouwen met een (erfelijk) verhoogd risico op borstkanker ook als preventief middel kan worden ingezet. De bijwerkingen van tamoxifen maken dat plan echter niet uitvoerbaar. Daarom wordt verder gezocht naar een alternatief. Men denkt hierbij ondermeer aan het middel raloxifene, een 'zusje' van tamoxifen, dat oorspronkelijk is ontwikkeld om osteoporose te voorkomen. Raloxifene blijkt namelijk als onverwachte eigenschap ook een beschermende functie tegen borstkanker te hebben. Of het een bruikbaar middel is, zal nog moeten blijken.

LET GOED OP ALS U:

*Vroeg bent gaan menstrueren

*Laat in de overgang komt

*Maar één of geen kind heeft gekregen

*Overgewicht heeft

*Dagelijks meer dan twee glazen alcohol drinkt

*Een moeder en/of zus heeft met borstkanker

*Langer dan vijf jaar hormoonpreparaten slikt.

Informatie: Margriet nr. 41. week van 1 tot 8 oktober 2004.     

 

 

Omhoog