Webfotoclub 't Doôrkiekje

Communities

ZeelandNet

Webfotoclub 't Doôrkiekje

Welkom op de Webfotoclub 't Doôrkiekje

70.492 bezoekers 51 leden Log in

Verklarende woordenlijst


Verklarende woordenlijst

 

A

AA-batterij
Een veel gebruikt formaat van batterijen. Ze bestaan in twee versies. Wegwerpbatterijen kun je maar eenmaal gebruiken; daarna werp je ze vooral niet weg maar lever je ze in, zodat ze kunnen worden gerecycleerd. Herlaadbare AA-batterijen kun je blijven gebruiken door ze telkens in een batterijlader te herladen als ze leeg zijn.

APS-sensor
Een beeldsensor die even groot is als een APS-negatief, meer bepaald 16 bij 24 mm.

Autofocus
Een systeem waarmee de camera automatisch scherpstelt op een onderwerp, zodat het duidelijk en scherp afgebeeld wordt. Je activeert de autofocus door de ontspanner half in te drukken.

AV-kabel
De kabel waarmee je een digitale camera op een televisietoestel kunt aansluiten. Deze kabel is te herkennen aan de gele tulpstekker die in de tv past; aan de andere kant zit een stekker die in de video-uitgang van de camera past.

 B

Batterij
Een digitale camera haalt zijn stroom uit één of meer batterijen. Soms zijn dat gewone ronde AA-batterijen, soms zijn het speciale, herlaadbare batterijen die door de camerabouwer meegeleverd worden. Bij die laatste krijg je ook een speciale batterijlader om de batterij te herladen.

Beeldsensor
Het onderdeel van een digitale camera dat de opname vastlegt. Een beeldsensor bevat vele miljoenen lichtgevoelige puntjes of pixels. Deze registreren het licht dat door de lens naar binnen valt. Dat licht wordt dan door de camera omgezet naar een digitaal bestand.

Beeldstabilisatie
Een systeem dat ervoor zorgt dat de beweging van de camera gecompenseerd wordt, zodat je foto’s scherp blijven. Sommige merken verwerken de beeldstabilisatie in de lens. Het voordeel daarvan is dat het beeld in de zoeker ook al gestabiliseerd is. Andere merken bouwen beeldstabilisatie rond de sensor, waardoor je er dus geen speciale lens voor nodig hebt.

Belichting
Het proces waarbij de beeldsensor wordt blootgesteld aan licht dat door de lens naar binnen valt. Om een goede foto te maken, moet er voldoende licht op de beeldsensor terechtkomen. Een digitale camera berekent automatisch hoe dit moet gebeuren. Je kunt de belichting manueel aanpassen door de sluitertijd, het diafragma en de gevoeligheid in te stellen.

Belichtingscompensatie
Bij heel donkere of heel lichte voorwerpen berekent een digitale camera niet altijd de juiste belichting. Je kunt de automatische belichting dan verbeteren door een belichtingscorrectie toe te passen. Een positieve waarde maakt de foto helderder, een negatieve waarde maakt de foto donkerder.

Bestand
Een bestand is een hoeveelheid digitale informatie die door een computer of een ander elektronisch apparaat kan worden gelezen. Een tekstverwerkingsprogramma produceert tekstbestanden, een digitale camera produceert beeldbestanden.

Bewegingsonscherpte
Wanneer je met een te lange sluitertijd bewegende onderwerpen fotografeert of zelf teveel met de camera beweegt, zullen je foto’s niet scherp zijn. Dat heet bewegingsonscherpte.

Brandpuntafstand
De afstand tussen de beeldsensor en het midden van de lens. Een korte brandpuntafstand heet een groothoek, een lange brandpuntsafstand heet een tele. Op een zoomlens kun je de brandpuntafstand veranderen

D

Diafragma
Een verstelbare opening in de lens van de camera, die bepaalt hoeveel licht door de lens kan passeren. Het diafragma wordt uitgedrukt door het diafragmagetal. Een laag getal betekent een grote diafragmaopening.

Digitale camera
In een digitale camera legt een beeldsensor het beeld vast. De foto wordt als een digitaal bestand opgeslagen op een geheugenkaart. Een digitale camera is de tegenhanger van een ‘analoge camera’, die met chemische film werkt.

F

Flitser
De flitser van een camera produceert een heel krachtige lichtflits die het onderwerp dat je fotografeert verlicht. Heel wat digitale reflexcamera’s bevatten een ingebouwde flitser, maar op de meeste modellen kun je ook een extra flitser monteren.

Fotoprinter
Een printer is een apparaat om je teksten en/of afbeeldingen op papier te zetten. Een fotoprinter is speciaal ontworpen om foto’s af te drukken. Je moet daarvoor wel speciaal papier en inkt gebruiken.

Four Thirds sensor
Een beeldsensor met de afmetingen 13,5 bij 18 mm, zoals gebruikt door de merken Leica, Olympus en Panasonic.

Full-frame sensor
Een beeldsensor die even groot is als het negatief in een 35-mm filmcamera, dus 24 bij 36 mm.

G

Geheugenkaart
Een geheugenkaart is een klein opslagmedium waarop de bestanden van je digitale camera worden bewaard. Er bestaan verschillende types geheugenkaarten, zoals SD Card, CompactFlash, Memory Stick en xD Picture Card. Een digitale camera werkt maar met één type kaartje. Elk van deze types bestaat in verschillende groottes, bijvoorbeeld 256 of 512 megabyte of 1 gigabyte.

Wanneer het kaartje vol is, moet je foto’s verwijderen of een nieuw kaartje plaatsen om verder te kunnen fotograferen. Hoeveel foto’s er op een kaartje passen, hangt af van de resolutie van je camera, de kwaliteit die je instelt, en de grootte van het gebruikte kaartje.

Gevoeligheid
De gevoeligheid bepaalt hoe lang een beeldsensor moet worden belicht om een correcte belichting te krijgen. Hoe hoger de gevoeligheid, hoe minder lang de sensor moet worden belicht, dus hoe korter de sluitertijd mag zijn. De gevoeligheid wordt uitgedrukt in ISO-waarden. Een gevoeligheid van ISO 200 is dubbel zo hoog als een gevoeligheid van ISO 100. Bij identieke omstandigheden heb je met ISO 200 een sluitertijd nodig die maar half zo lang is met ISO 100. Bij hoge ISO-waarden hebben veel digitale camera’s last van ruis.

Gigabyte
1.024 megabyte.

Groothoek
Een groothoeklens is een lens met een korte brandpuntafstand. Dit type wordt gekenmerkt door een brede gezichtshoek en is daardoor erg geschikt om landschappen en gebouwen te fotograferen.

H

HDMI
Een manier om apparaten zoals dvd-spelers en andere apparaten op een flatscreentelevisie aan te sluiten. HDMI staat voor high definition multimedia interface en is dus bij uitstek geschikt voor het doorsturen van films in hoge definitie.

J

JPEG
Een veel gebruikt type bestand in digitale camera’s. Een JPEG-bestand is een kant-en-klare foto die je kunt afdrukken, mailen, bewerken en dergelijke. Dat is een van de eigenschappen waardoor het zich onderscheidt van een RAW-bestand, dat ook steeds vaker wordt gebruikt.

K

Kaartlezer
Een apparaatje waarin verschillende soorten geheugenkaarten passen en dus kan worden gebruikt om foto's op een pc te zetten.

Kleurzweem
Een ongewenste kleur over een foto. Een kleurzweem kan het gevolg zijn van een verkeerde instelling voor de witbalans.

Kwaliteit
Een digitaal bestand kan worden opgeslagen met verschillende kwaliteitsinstellingen. Hoe lager de kwaliteit, hoe kleiner het bestand. Maar bestanden met lage kwaliteit zien er minder goed uit wanneer je ze bekijkt of afdrukt.

L

Lens
Een geheel van glazen of plastic elementen waardoor het licht op de beeldsensor valt.

Lichtmeting
Een camera bevat een systeem dat meet hoeveel licht er is in de scène die je wilt fotograferen. Op basis daarvan past de camera de instellingen aan, zodat je een correcte belichting krijgt.

Live View
Een systeem waarbij je op een digitale reflexcamera het lcd-scherm achteraan op het toestel gebruikt om je onderwerp in beeld te nemen en niet de optische zoeker. Niet alle digitale reflexcamera's hebben Live View.

M

Macro
Macro-opnames zijn opnames die je van heel dichtbij maakt, bijvoorbeeld van een bloem of een insect. De meeste camera’s bevatten een speciale instelling voor dergelijke opnames.

Megabyte
Een megabyte is een maat voor de grootte van een digitaal bestand. Hoe meer megabytes, hoe meer plaats een digitale foto op een geheugenkaart inneemt. Een digitale reflexcamera maakt foto’s die meestal een paar megabyte groot zijn.

Megapixel
Eén miljoen pixels.

O

Objectief
Een correctere benaming voor de lens van een camera.

Onderbelichting
Wanneer het onderwerp op de foto te donker is, spreken we van onderbelichting. Soms is dit het gevolg van een verkeerde lichtmeting en kun je er iets aan doen door een positieve belichtingscorrectie toe te passen. Soms is er gewoon te weinig licht, en moet je de flitser gebruiken.

Opnamevertraging
De tijd die verstrijkt tussen het moment waarop je de ontspanner indrukt en het moment waarop de opname effectief wordt gemaakt. Afhankelijk van de camera bedraagt de opnamevertraging een paar honderdsten van een seconde tot een volle seconde of meer. Hoe langer de opnamevertraging, hoe groter de kans dat het moment dat je op foto wou vastleggen al voorbij is.

Overbelichting
Wanneer het onderwerp op de foto te licht is, spreken we van overbelichting. Soms is dit het gevolg van een verkeerde lichtmeting en kun je er iets aan doen door een negatieve belichtingscorrectie toe te passen.

 P

PictBridge
Een methode om een digitale camera met een printer te laten communiceren. PictBridge zorgt ervoor dat je een foto rechtstreeks vanop een camera kunt afdrukken, ook al zijn de camera en de printer van verschillende merken.

Pixel
De term pixel (een samentrekking van picture en element) wordt gebruikt voor twee verschillende zaken. De lichtgevoelige puntjes op de beeldsensor worden pixel genoemd. Een sensor met vijf miljoen pixels heet dan een sensor met vijf megapixel. Een pixel kan ook verwijzen naar de blokjes waaruit een digitale foto is opgebouwd.

Printkiosk
Een apparaat waarmee je digitale foto’s kunt afdrukken. Ze bevatten sleufjes voor geheugenkaarten, en soms kun je er ook je camera rechtstreeks op aansluiten via een usb-kabel. Sommige kiosken drukken je foto’s ter plaatse af; bij andere wordt je bestelling doorgestuurd naar een fotolabo.

R

RAW
Een RAW-bestand bevat de 'ruwe' informatie die de beeldsensor van de digitale camera heeft vastgelegd. Om er een foto van te maken, moet een RAW-bestand 'ontwikkeld' worden via software.

Resolutie
Een maat voor de hoeveelheid detail die een camera kan vastleggen. Hoe hoger de resolutie, hoe meer detail er zichtbaar is in de foto. De resolutie hangt af van het aantal pixels op de beeldsensor.

Rode-ogeneffect
Wanneer het licht van je flitser weerkaatst in de ogen van personen die je fotografeert, kleurt hun pupil bloedrood. De meeste camera’s bevatten een instelling om het rode-ogeneffect te reduceren; hierbij flitst de flitser meerdere keren, zodat de personen hun pupil vernauwt. Maar rode ogen kunnen eigenlijk beter achteraf via software worden gecorrigeerd.

Ruis
Ongewenste storingen in een beeld. Ruis is zichtbaar als puntjes van een andere kleur, meestal rood of groen. Ruis treedt vooral op bij lange sluitertijden en/of bij hoge gevoeligheden

S

Scènepreset
Digitale camera’s bevatten instellingen voor veel voorkomende situaties, zoals portretten, landschappen en sport. Wanneer je zo’n instelling selecteert, weet de camera wat je probeert te fotograferen en zal hij automatisch bepaalde instellingen toepassen.

Scherptediepte
Een maat voor het gedeelte van de gefotografeerde scène dat scherp afgebeeld is. Een grote scherptediepte betekent dat heel veel scherp is afgebeeld. Bij een kleine scherptediepte is een groot deel van de scène onscherp. De scherptediepte wordt bepaald door het diafragma, de brandpuntafstand van de lens en de afstand tot het onderwerp.

Sleuf
Opening waarin een geheugenkaart past. Elk type kaart past maar in één sleuf, dus wees voorzichtig wanneer je een geheugenkaart in een lezer of camera plaatst.

Sluiter
Het systeem dat ervoor zorgt dat het licht dat door de lens komt gedurende een bepaalde tijd op de sensor kan vallen.

Sluitertijd
De tijdsduur waarin de sluiter geopend wordt. De sluitertijd kan variëren van minder dan een duizendste van een seconde tot meerdere seconden. De camera berekent automatisch welke sluitertijd nodig is voor een correcte belichting. Bij een lange sluitertijd neemt de kans op bewegingsonscherpte toe.

Spiegelreflexcamera
Een camera waarbij het licht dat door de lens valt via een spiegel afgeleid wordt naar de optische zoeker. Wanneer je afdrukt, klapt de spiegel op en wordt de beeldsensor belicht.


T

Tegenlicht

Wanneer de belangrijkste bron van licht – bij buitenopnames is dat natuurlijk de zon – zich achter het onderwerp dat je wilt fotograferen bevindt, spreken we van tegenlicht.

Tele(lens)
Een telelens of tele is een lens met een lange brandpuntafstand. Dat levert een heel nauwe gezichtshoek, waardoor ze vooral geschikt is om onderwerpen te fotograferen die zich ver van je bevinden.

U

USB-kabel
Een kabeltje waarmee je een camera kunt aansluiten op een printer of een computer.

W

Witbalans
Elke lichtbron (de zon, een gloeilamp, een tl-buis) heeft een eigen kleur. Je merkt dat niet, omdat je hersenen die kleur automatisch wegfilteren, maar op foto’s is dat wel te zien. Een camera kan iets gelijkaardigs doen door de witbalans aan te passen. Camera’s hebben een automatische witbalansregeling; daarbij proberen ze zelf na te gaan wat de kleur van de lichtbron is. Je kunt de witbalans ook instellen op een bepaald type lichtbron.

Z

Zelfontspanner
Wanneer je de zelfontspanner gebruikt, verstrijken er een enkele seconden tussen het moment waarop je afdrukt en het moment waarop de opname wordt gemaakt. Dat geeft je bijvoorbeeld de tijd om mee op de foto te gaan staan.

Zoeker
Achteraan op een digitale reflexcamera zit de optische zoeker, waardoor je door de lens kunt kijken. Op camera’s die over de zogenaamde Live View-technologie beschikken kun je ook het lcd-scherm gebruiken om dat te doen.

Zoom

Het systeem waarbij je de brandpuntafstand van de lens kunt veranderen. Een zoomlens heeft een bepaald bereik; men spreekt bijvoorbeeld van een drievoudige (3x) of vijfvoudige (5x) zoom. Het zoombereik drukt uit met welke factor je de brandpuntafstand vergroot. Bij een lens waarvan de brandpuntafstand kan variëren van 18 tot 55 mm is de zoomfactor bijvoorbeeld 3 maal. Dit is dan een drievoudige zoom.
Omhoog