den archivaris

Welkom op mijn weblog

verzetsmensen in Goes

1 reactie

In de raadsvergadering van 19 maart 1948 bracht het college van burgemeester en wethouders een voorstel ter tafel om een aantal straatnamen vast te stellen in het ten oosten van de binnenstad geprojecteerde uitbreidingsplan, dat toen bouwrijp werd gemaakt.

Het college was van mening, dat het eigenlijk helemaal niet nodig was om hiervoor de raad in te schakelen, maar omdat er straten naar verzetshelden genoemd zouden worden, was het van belang dat de naamgeving gedragen zou worden door de Goese bevolking. De raadsleden waren de door de ingezetenen van de gemeente gekozen vertegenwoordigers.  

De raad had er weinig moeite mee. De Goesenaars die in de oorlog hun leven verloren omdat ze in het verzet hadden gezeten, kregen een straat naar zich vernoemd. Het raadslid Visscher vond net als zijn collega Stoel Feuerstein, dat dergelijke namen goed geschreven moesten worden, om te voorkomen dat bijvoorbeeld de Jac. Klaaijssenstraat in de volksmond zou verworden tot Jan Klaassenstraat. Het raadslid Vingerling wilde alle Goesenaars die in bezettingstijd hun leven verloren door verzetsdaden een naam geven, maar de voorzitter, burgemeester Ten Cate, volstond met het antwoord dat er in voorkomende gevallen nog eens gedacht zou worden aan deze personen. De heer De Roo, een belangrijke persoon in Goes tijdens de Tweede Wereldoorlog en districtscommandant van de OrdeDienst, verklaarde dat de namen niet willekeurig waren gekozen.

Het is jammer dat de documentatie rondom het voorstel ronduit bedroevend is. Want, inderdaad, C. de Graaff, M.D. de Groot, J. Klaayssen, J.P. Quant en J. D. van Melle       hadden verzetsdaden gepleegd, waren opgepakt door de Duitsers en moesten hun strijd tegen de onderdrukkers met de dood bekopen. Maar wat ze precies aan verzetsdaden hadden gepleegd, weten we nu nauwelijks. Mensen, die ons daarover zouden kunnen vertellen, zoals de bekende verzetsman P. Kloosterman, zijn inmiddels overleden.

Een der eerste figuren uit het Zeeuwse verzet, dat zich vooral bezig hield met het verspreiden van illegale kranten, hulp aan onderduikers en het verwerven van inlichtingen over oorlogshandelingen van de Duitsers, was Cornelis de Graaff, geboren in Goes op 3 november 1914. Van beroep was hij huisschilder. Al in 1941 maakte hij een soort van plaatselijke verzetskrant, waarvan zover we weten geen enkel exemplaar bewaard is gebleven. Hij werkte ook voor de inlichtingendienst, die vermoedelijk contacten onderhield met de Orde Dienst. Wat later kwam hij in contact met vertegenwoordigers van de landelijke verzetskrant Trouw. Hij werd de centrale figuur voor die krant in Zeeland en organiseerde de verspreiding ook op Walcheren en in Zeeuws-Vlaanderen. De Graaff legde ook contacten met de Landelijke Organisatie tot hulp aan onderduikers, waartoe de bekende verzetsdominee Frits de Zwerver naar Goes kwam. In september 1943 namen de Duitsers De Graaff gevangen. Op 10 augustus 1944 werd hij in Vught gefusilleerd.

Pieter Cornelis Quant, geboren te Rotterdam op 26 september 1902, ambtenaar hij de provinciale waterstaat, kantoor Goes, gaf leiding aan de groep Quant, die een honderdtal onderduikers verzorgde. De bonkaarten die nodig waren, kreeg hij van Trouw. In het najaar van 1943 kwam er een overeenkomst tot stand tussen Trouw en de LO, waarbij de verzetskrant het leveren van bonkaarten overdroeg aan de LO. Quant moest dus met die organisatie contact opnemen, waar men hem eerst niet vertrouwde. Maar dat wantrouwen, dat overigens spoedig verdween, was onterecht. Quant was een verzetsman van de goede soort. Op 10 mei 1944 nam de WA (weerafdeling) van de NSB, onder leiding van Ko Dekker, hem in Goes gevangen en leverde hem uit aan de SD. Hoewel hij zeer veel wist, heeft hij tijdens zijn gevangenschap niemand verraden en hield hij onder de meest sadistische druk stand. Op 11 augustus 1944 werd hij te Vught gefusilleerd.

Marinus Dingenis de Groot werd te Goes geboren op 28 februari 1900. Hij was kruidenier van beroep. In het verzet fungeerde hij als ondercommandant van de Inlichtingen Dienst en stuurde daarbij jonge mensen aan, die verplicht voor de Duitsers moesten werken. Zij moesten, zeker wanneer ze bij de aanleg van verdedigingswerken werden ingeschakeld, hun ogen goed de kost geven, thuisgekomen hun bevindingen op tekening weergeven en die bij De Groot inleveren. Die droeg er dan zorg voor, dat ze bij de geallieerden terecht kwamen, want de ID beschikte in 1944 over een eigen zender, waarmee contact met de geallieerden werd onderhouden. Hij werkte ook voor Trouw en voor de LO. Op 3 oktober 1944 arresteerden de Duitsers hem en fusilleerden hem vijf dagen later in Woensdrecht.

Job D. van Melle met de bijnaam Veldhoen, was lid van de LO en van de OD. Hij werd op 20 februari 1945, toen het zuiden van het land allang bevrijd was, in Amsterdam gearresteerd, omdat hij tijdens spertijd zich op straat bevond. We weten verder niets van zijn activiteiten in het verzet.

Dat geldt ook voor Jacob Klaayssen. Hij stond bekend in het verzet onder de naam Oom Jaap en nam deel aan de activiteiten van de LO in Goes. Op 12 februari 1944 werd hij gearresteerd, vermoedelijk door verraad. Wie hem verraden heeft, weten we niet. Wel is bekend, dat een man met de schuilnaam Rein(ier) zich in 1943 in de OD op Zuid-Beveland had op laten nemen, maar niemand wist, dat hij ook aangesloten was bij de Gestapo. Van zijn vuil spel werden minstens zeven personen het slachtoffer. Klaaysen was al eens eerder verraden en gevangen genomen, maar toen was hij weer op vrije voeten gesteld. In februari 1944 werd hij naar Duitsland vervoerd, waar hij op 17 mei 1945, na het einde van de oorlog, in een hospitaal in Rothenburg bezweek.

Niet alleen de verzetstrijders, die hiervoor genoemd werden, lieten in de oorlog het leven. Er waren er in Goes meer. Nicolaas Corstanje, geboren in Goes op 10 februari 1919, was vlieger bij de Koninklijke Marine. Op 28 oktober 1944 werd hij wegens zijn verzetsactiviteiten gefusilleerd. Van zijn activiteiten in het verzet is verder niets bekend. Willem L. Harthoorn, lid van de LO te ’s-Heer Arendskerke, dat tijdens de oorlog nog een zelfstandige gemeente was, werd op 18 augustus 1944 gearresteerd bij een huiszoeking door een landwacht, die kennis droeg van zijn verzetsactiviteiten. Hij overleefde het niet.

Het is hier ook de plaats om Emile René Boudeling te noemen. Hij werd te Goes geboren op 1 februari 1926. Hij sneuvelde in september 1943. We weten niets meer over zijn persoon.

Op 29 oktober aanstaande is het 67 jaar geleden dat Goes en Zuid-Beveland van de Duitse overheersing werden bevrijd. Vorig jaar kwam een leerling van de Caspar Berseschool met het verzoek om op de straatnaambordjes de vermelding op te nemen dat De Graaff, Quant, De Groot, Van Melle en Klaayssen in het verzet werkzaam waren geweest en dat met de dood hadden moeten bekopen. Het college van burgemeester en wethouders heeft aan dat verzoek voldaan en vond het een goed zaak, dat aan de Goese verzetsmensen in Samenspel aandacht zou worden besteed, want alleen de toevoeging “verzetsheld” op de straatnaambordjes zegt te weinig. Tenslotte: op de Bevelanden moesten meer mensen hun verzetsactiviteiten met de dood bekopen. We kunnen dan bijvoorbeeld denken aan Jan Mol uit Kapelle en Andries Dieleman van Noord-Beveland.   

1 reactie

 

De Bredase verzetsheld Piet Avontuur kreeg een monument in Anna Jacobapolder.

Tuinfluiter

08 September 2011 om 18:12

Plaats een reactie

U bent nog niet ingelogd; hierdoor kunt u nog geen reactie plaatsen.
Ga eerst na de inlogpagina. Als u geen ZeelandNet abonnemenent heeft kunt u een gast-account gebruiken.