Van die dingen...

Bezoekers: 1540
Poolmug



Snackbar

Geplaatst op: 2013-02-07 16:28:48

- Alstublieft meneer, uw hamburger.
- Er zit geen broodje rond.
- Een broodje rond?
- Een hamburger moet toch tussen een broodje?
- Oh dat. Dan had u een broodje hamburger moeten bestellen.
- Bij McDonald's zit een hamburger altijd tussen een broodje.
- Heb je hier McDonald's op de gevel zien staan?
- Heb ik niet op gelet.
- Nou, dat staat er dus niet.
- En bij de Burger King. Overal eigenlijk.
- Hier dus niet. Luister. Als iemand een frikandel bestelt, zit er ook geen broodje bij. Tenzij hij daarom vraagt.
- Dat is anders, bij een frikandel.
- Hoezo?
- Omdat je een frikandel ook zo kunt eten.
- Een hamburger ook. Dat doen de meesten hier.
- Ja, omdat u er geen broodje bij geeft.
- Ik doe er dan nu wel een broodje bij en augurk.
- Dat is dan weer inconsequent.
- Wat zeur je nou?
- Als u zo precies bent met die bestellingen, dan zou ik nu alleen een hamburger met een broodje moeten krijgen.
- Dan laat ik die augurk zitten.
- Nee, doe er maar bij.
- Ja, maar wat is het nou?
- Ik wou er alleen op wijzen dat het inconsequent is.
- Goed, hier is je broodje hamburger. Met augurk. Verder nog iets?
- Ja, mijn vrouw wil ook graag een hamburger.

1 reactie | reageren


Gummie

Geplaatst op: 2013-02-01 11:34:03

Beste buren,
 
Jullie brief over de overlast van onze kat Gummie in jullie tuin heb ik in goede orde ontvangen. Ik wilde daar al eerder op reageren, maar die was in het ongerede geraakt. De brief bleek uiteindelijk, en onverklaarbaar, onder onze nieuwe groene wasmand van de Hema te liggen. Hiervoor hadden we een bruine met van die dingetjes erop, maar die was bij een handgreep doorgescheurd en dan heb je er niet veel meer aan. Die we nu hebben is veel steviger en bovendien een stuk groter.
Dat is dus de reden dat mijn reactie even is uitgebleven. Ik weet dat wachten niet altijd leuk is. Ik had dat pas geleden nog. Bij de apotheek. Dan sta je daar met je briefje, voor iets simpels, en dan staat er een hele rij met mensen die van alles nodig hebben. En ik maar wachten en zij maar vragen stellen. Toen ik eindelijk aan de beurt was, maakte ik een grapje over dat wachten en kreeg ik zo'n chagrijnige blik toegeworpen. Terwijl ik dat dus helemaal niet zo bedoelde.

Maar goed, jullie brief gaat over Gummie. Gummie is enkele jaren geleden bij ons aan komen lopen. Ik herinner me nog dat hij uit de richting van jullie tuin kwam. Het is een echte buitenkat. Duidelijk geen beest dat binnen wil zitten en dat hebben we hem ook nooit verplicht. Hij krijgt bij ons zijn natje en zijn droogje en, als het hem belieft, laten we hem binnen. Ik heb niet de indruk dat hij in de buurt door iedereen zo liefdevol wordt benaderd.

Of Gummie in staat is jullie tuin om te ploegen, waag ik te betwijfelen. Dat is niet des kats. De ultieme manier om een kat uit de tuin te houden, is zelf een hond te nemen. Maar aangezien ik lees dat jullie alle manieren al hebben geprobeerd, neem ik aan dat die mogelijkheid is getracht en vruchteloos is gebleken. Daarna hebben jullie bepaalde materialen aangeschaft en kosten gemaakt, maar ook dat heeft blijkbaar niet geholpen. Daar kan ik me nu zo boos over maken. Dan verkopen ze je van alles en dan werkt het niet. Daar hoef je je niet bij neer te leggen. Dat is hetzelfde als je bijvoorbeeld een fietsbel koopt en dat, als je dan thuis komt, blijkt dat die het helemaal niet doet. Dan ga je toch ook terug?

Er zijn volgens mij wel geschikte middelen. Ik heb op TV eens een documentaire gezien over een bepaald apparaat waarmee ze alligators konden verjagen. En dan had je ook nog een speciaal apparaat voor aardvarkens, maar dat had een rondere vorm. Dat was bij Discovery Channel of Animal Planet, dat weet ik niet meer precies. Jullie zouden die uitzending eens moeten opzoeken. Die is van een jaar of vier geleden. Dat weet ik nog, omdat ik circa drie jaar geleden in de Beekse Bergen ben geweest - en een regen die dag, jongens toch, dat was wel jammer -, terwijl ik die uitzending daarvóór heb gezien. Geloof ik. Ik denk dat zoiets ook voor katten wel eens zou kunnen werken.

Een en ander doet er natuurlijk niet aan af dat aan jullie producten zijn verkocht die geen heil bieden. Begrijp ik jullie brief goed, dan willen jullie mijn hulp. Ik denk dat het inderdaad verstandig is de verkopers op hun daden aan te spreken en te bezien of we de door jullie betaalde gelden kunnen terug krijgen. Ik ben uiteraard bereid daar mijn tijd en en energie in te steken. Om daarover onduidelijkheid bij voorbaat uit te sluiten: ik hoef de daarmee gemoeid zijnde uren niet volledig vergoed te krijgen. Een kleine financiële tegenprestatie volstaat voor mij. Daar komen we wel uit.

Ik verneem graag van jullie.

Met vriendelijke groet,

De buurman

Ps. Zouden jullie de auto niet steeds bij ons voor de deur willen parkeren? Dank.

2 reacties | reageren


Albert Heijn

Geplaatst op: 2013-01-30 09:57:00

Om me straks niet te hoeven schamen voor de werkster, breng ik nog vlug de flessen naar de glasbak. Twee vrouwen, een jaar of zestig, zien mij voor de derde keer uitladen. "De buurman is ziek", zeg ik. Dat is ook zo.

Gisteren kattenvoer vergeten. Ik loop meteen even de supermarkt in. En nu ik er toch ben, ook wat brood, beleg en woksaus. En schoolkoeken, en spinazie, en badschuim, en tandpasta.

Bij de kassa hangen tassen, vijftig cent. Daar heb ik er nog zeventien van in mijn garage liggen. Ik vraag wel zo'n doorzichtig scheurgevoelig tasje, neem ik me voor. Die zijn gratis.

Mag ik zo'n tasje? vraag ik na het afrekenen en ik wijs naar de rol die naast haar ligt. Ik krijg er eentje, met tegenzin, zo lijkt het. Dat is niet voldoende en ik vraag er nog een.

Dat kan niet.
Jawel hoor, daar liggen ze.
Ja, maar het kan niet.
Daarnet kon je het ook.
Ik geef er maar een per klant.
Het aantal zou toch afhankelijk moeten zijn van de hoeveelheid boodschappen.
Toch geef ik er maar één.
Dan wacht ik hier wel op de volgende kassière.
Dan kunt u lang wachten.
Neem ik alle tijd voor. Ik kan zo toch niet weg.

Ik ben benieuwd. De rij begint al langer te worden. Ze gaat de volgende klant helpen. Ik blijf staan. Hou ik op zich wel van, zo'n wedstrijdje kijken-wie-de-hardste-kop-heeft.

Halverwege staat ze plots op. Ze loopt naar een collega. Ze praten. Ik, die moeilijke vent, ben het onderwerp. Nee, dat kan echt niet, hoor ik die collega zeggen. Ja, maar hij gaat niet weg.
Intussen kijk ik, een beetje voorzichtig, naar de rij wachtende mensen achter me. Die hebben vast ook wel iets anders te doen, schat ik in.

Mijn kassière is terug. Pakt de rol, trekt er een tasje af en gooit het zonder iets te zeggen voor mijn neus. Gewonnen! Het kan dus wel.
Dankjewel, zeg ik net iets te vriendelijk.

Terwijl ik de tasjes vul, zie ik mevrouw de collega op me afkomen. Ah leuk, dat wordt een discussie, altijd voor te porren.

Meneer, wij denken aan het milieu.
Dat is mooi.
Daarom hebben wij als regel dat iedere klant maar een tasje krijgt.
Ik heb net geconstateerd dat uw kassière die regel niet in acht neemt.

Ze loopt weg. Jammer, dat ging iets te snel.

Ik ga ook. Terwijl ik naar buiten loop, zie ik op de fruitafdeling een vrouw een stuk of tien tasjes van een rol trekken en in haar wagentje leggen.
Zo moet dat dus.

3 reacties | reageren


Praia da Oura

Geplaatst op: 2012-08-16 17:08:53

Iets buiten Albufeira ligt Praia da Oura, een aaneenschakeling van hotels, appartementen, horeca-gelegenheden en al datgene wat een verwende toerist voor een oppervlakkige vakantie nodig heeft. Dat heet een badplaats. Daar zijn wij.

We hebben een appartement aan zee geboekt. We zijn benieuwd. We komen in een klein doodlopend stoffig straatje met zeven moderne naast elkaar gelegen huisjes, elk met een eigen voortuintje met daarvoor een muurtje. Ook in Portugal doen ze kennelijk aan privacy. Dat je daardoor vanuit de voortuin geen uitzicht hebt op het strand en de zee, is daarvoor de kostprijs. Wij blijken in huisje zeven aan het eind van het straatje te zitten. Het ziet er schitterend uit. Dit komt helemaal goed.

De koelkast moet gevuld. Dus op naar het wijnrek van de supermarkt. "Hé leuk, jullie zijn ook boodschappen aan het doen", horen we. Het zijn Hans en Carla, zo blijkt ons later. "Ja, we hebben jullie in het vliegtuig al gezien, we zitten in huisje vijf en zijn dus eigenlijk buren", zo weten ze ons te melden. We groeten terug.

Vanuit de frisse supermarkt lopen we met onze vino verde de Portugese zon in. Buiten staan Hans en Carla. "We hebben even op jullie gewacht, dan lopen we samen terug, gezellig."

Die avond willen we gaan eten, ergens op the strip. Als we huisje vijf passeren, horen we "wat gaan jullie doen?" "Och, even een hapje" brengt Hans en Carla ertoe ook wat te gaan eten en wel tezamen met ons, want gezellig.
Carla praat graag, een onderwerp blijkt daarvoor niet noodzakelijk. Gewoon praten. Haar moeder heeft suikerziekte. Na iedere drie zinnen vraagt ze me "vind je ook niet?" Ik vind het ook. Hans is een zwijgzaam type. Iets zegt me dat dit anders was voordat hij haar leerde kennen.
We hoeven geen dessert, Carla wel, "want ik ben dol op toetjes" en ze lacht hard. Voor ons dan maar koffie. "An Irish coffee for me", bestelt Carla alvast mee. Terecht, je zou wat missen.
Als de rekening komt, stelt Carla voor deze te delen.

De andere dag besluiten we lekker niks te gaan doen aan het zwembad. Liggend op een strandstoel eindelijk eens dat boek lezen dat ik een half jaar geleden heb gekocht. Ik ben nog maar op de derde bladzijde als ik een schaduw over mij heen zie komen, opkijk en de lach van Carla hoor. "Ja, we zagen jullie al voorbij komen". Ze pakt een strandstoel, gaat naast mij liggen, gezellig, en vertelt honderduit over de kinderen van haar zus. Dat zijn twee jongens die op ballet willen, maar niet mogen van hun vader. Dat moet toch gewoon kunnen, vindt ze. Of ik dat ook niet vind.

Die avond gaan ze naar the strip "op café", zoals ze dat noemt. Wij ook, maar blijven bij het eerste café, een Irish pub, hangen. We willen een avondje met z'n tweeën en we schatten in dat dit hier zou moeten lukken. Een Amerikaan met gitaar en een gemaakt accent is de nep-Ier-act van die avond. Niet eens zo slecht. Ik bestel voor het decorum een guinness. Ha, rust. Hèhè, zegt mijn vrouw.

"Ah, zitten jullie hier", horen we even later een inmiddels bekende stem roepen. "We zagen jullie al nergens en waren terug op weg naar huis." Hans neemt ook een guinness. Carla wil een Irish coffee en vertelt ons alles over de zwakke heup van haar vader. Ze lacht weer veel die avond. Hard.

Dit gaan we zo geen twee weken doen. We hebben al een een plan voor de dag erna. We willen naar het strand en onze tocht daarnaartoe mogen Hans en Carla absoluut niet zien. Fluisterend vertrekken we en bij huisje vijf aangekomen bukken we achter het muurtje. Mijn vrouw gaat op haar hurken vooruit, ik liggend als een echte commando. Ze kunnen ons niet horen, ze kunnen ons niet zien, dit wordt een perfecte operatie.

"Wat doen jullie nou?" horen we Carla's stem roepen. Daar staan ze, in het begin van het straatje, met plastic tasjes, net terug van de supermarkt, te kijken hoe wij half in het stof liggen te happen, onder hun muurtje. Hoe leg je dit uit? "Hij is zijn lens kwijt", zegt mijn vrouw. Briljant, mijn lens! Ze komen direct mee helpen zoeken en wonder boven wonder vind ik zelf die lens.

Af en toe ben je blij dat sommige mensen maar vijf dagen met vakantie zijn.

0 reacties | reageren


Javea

Geplaatst op: 2012-08-07 10:27:13

Suzan heet ze. Ze ligt vlak naast me op het strand, met Wim. Ze hebben vier ligstoeltjes, twee in de schaduw van hun parasol en twee in de zon. Beiden hebben een boek in hun hand, hij dat van Van der Gijp, maar ze lezen niet. Want zij praat. Over zijn moeder, die is echt niet normaal. Zoals díe doet.

De temperatuur van het Spaanse zeewater is perfect. Lang geleden, ik kom niet zo vaak op het strand. De kinderen wilden en dan ga je. Het water is hier niet zo zout, ik merk het aan mijn ogen, zegt Rick.

Na de vakantie zal ik het je moeder eens goed vertellen, hoor ik Suzan zeggen als ik weer lig. En dat geld moet ze ook eindelijk eens terugbetalen, dat lijkt me duidelijk. Hoe kun je nou zo je zoon bedriegen, dat mens is ziek. Ziek is ze, in haar hoofd. Compleet ziek.

Wil je wat eten? vraagt Wim.
Nee.
Je hebt bijna nog niets gehad.
Ik heb geen honger. En als ik geen honger heb, heb ik geen honger. En als ik geen honger heb, dan eet ik niet. Dat snap je toch wel, mag ik hopen.

Hels word ik van je moeder met haar schijnheilig gedoe. Maar dat geld ga ik niet afdwingen, dat betaalt ze toch niet. Daarom heb ik laatst de telefoon erop gegooid. Woedend was ik. Ik snap niet dat jij daar allemaal zo slap over doet.

Ach ja, m'n moeder. Zeg, heb jij ook niet gemerkt dat het zeewater hier minder zout is?
Hoezo minder zout, hoe weet jij dat nou?
Dat proefde ik.
Wat is dat nou voor onzin? Zit je soms overal op de wereld stukken zee te proeven?
Je kunt toch wel eens een slok water naar binnen krijgen?
En wat dan nog? Ga je dan direct het zoutgehalte registreren om de gegevens te vergelijken met die van een andere zee? Dit slaat werkelijk nergens op, Wim.

Je wordt al net zo gek als je moeder. Dat mens spoort echt niet. Als ik terug in Nederland ben, geef ik haar direct het nummer van mijn psycholoog.

1 reactie | reageren


Everzwijn

Geplaatst op: 2012-08-05 22:48:07

EverzwijnIk denk eerst dat ik me het verbeeld, maar er staat toch echt een everzwijn in de berm. Ik rem en zet m'n auto stil, dat borstelbeest moet ik van dichtbij zien. "Pas maar op", zegt mijn vrouw als ik aanstalten maak uit te stappen, "misschien heeft ze kleintjes".
Inderdaad, ik zie geen slagtanden en dus zal het wel een vrouwtje zijn. Heb geen idee of ze halverwege augustus nog moederen, maar goed, het zou zomaar kunnen. "Papa, neem anders gewoon maar een foto vanuit de auto", zegt onze achtjarige Rick verstandig. Veiligheid voor alles.

Maar dan wordt het leuk. Moeder everzwijn komt de berm uit, gaat voor de auto staan en kijkt mij aan. Op die brutale manier die zo typerend is voor everzwijnen. "Nou gaan we lachen", zeg ik, doe mijn portier open en stap uit. We staren naar elkaar, moeders en ik. Da's nog best een flink beest, zie ik. Ik maak wat geluiden in het everzwijns om het te lokken.

Mijn avances werken niet. Geen chemie. Plots maakt het beest rechtsomkeer richting de berm en verdwijnt vervolgens in de struiken. Ik stap weer in en maak een grapje over Obelix. Mijn vrouw lacht niet, ze zegt dat ik gek ben. Rick weet niet wie Obelix is.

We rijden verder. Ik bedenk ineens dat ik vergeten ben een foto te nemen.

0 reacties | reageren


Mediamarkt

Geplaatst op: 2012-05-22 14:27:08

MediamarktKan ik u helpen?
Dat weet ik niet. Ik ken u niet.
Ik ben hier om klanten te helpen.
Doet u dat uit uzelf of werkt u hier?
Ik werk hier.
Dan heeft men u dus daarvoor in dienst genomen. Ik neem aan naar aanleiding van een sollicitatiegesprek?
Klopt helemaal.
Dan is tijdens dat gesprek gebleken dat u mensen kunt helpen.
Ik ben als beste gekozen uit twaalf sollicitanten.
Waarom vraagt u dan aan mij of u mij kunt helpen?
Ik wil daarmee aangeven dat ik u van dienst kan zijn.
Ah, op die manier. Ja, dat kan. Ik zoek zo'n box voor mijn iPhone, maar ik zie door de bomen het bos niet meer.
Oh, daar heb ik geen verstand van. Ik zal mijn collega even roepen.

1 reactie | reageren


iPhone 4

Geplaatst op: 2012-05-14 16:33:45

iPhone 4Ik loop naar de telefoonwinkel. Het regent. Mijn uittreksel van de Kamer van Koophandel dat ik mee moest nemen, houd ik droog onder mijn jas. Ik ga een iPhone 4 halen. Dat is niet zomaar een telefoon, maar een apparaat met allemaal belangrijke functies, zoals een kompas en een metaaldetector. Zo'n telefoon heb ik nodig.

Achter de balie staat een jongetje. Ik zie het direct, voor hem is ooit het woord "knaapje" bedacht. Het jongetje vraagt of hij mij kan helpen. Het lijkt me de reden voor zijn aanwezigheid. Ik denk het wel, zeg ik, ik wil een iPhone 4.

Oh, daar hebben we er maar één meer van.
Ja?
Uh, privé of zakelijk?
Zakelijk, zeg ik, terwijl ik zakelijk kijk.
Heeft uw kantoor al een abonnement bij T-Mobile?
Ja.
Aha, dan kan ik nu twee dingen doen, òf ik maak een tweede account van uw kantoor aan òf ik plaats u gewoon bij de bestaande account.
Ik moet kennelijk kiezen. Ik opteer voor het laatste, dat scheelt gegevens invoeren, lijkt me toch.
Precies, zegt hij, en bovendien staat alles dan op één factuur.
Waarom hij dan de andere mogelijkheid voorstelde, ontgaat mij, en ik vraag me af of het niet het account is.

Heeft u een uittreksel van de Kamer van Koophandel bij u?
Jazeker, die heb ik zojuist uitgeprint. Kijk, van vandaag.
Die is niet goed. Die heeft u zelf uitgeprint.
Ja, dat moest toch?
Nee, ik heb een origineel exemplaar nodig.
Daar staat hetzelfde op.
Kan zijn, maar de telecomaanbieders willen nu eenmaal een origineel exemplaar.
Maar het is vrijdagavond, de Kamer van Koophandel is pas maandag weer open en ik heb die telefoon nu nodig.
Dan zal ik voor de aanvraag wel even gebruik maken van dit uitgeprinte uittreksel, maar dan moet ik uiterlijk volgende week woensdag wel het origineel hebben. Anders gaat het alsnog niet door.
Nou, da's wel werken om een telefoon te krijgen.
Ja, ze zijn erg streng geworden.
Mijn kantoor heeft toch al een account? Dan hoeft er toch niet nog eens een uittreksel te komen?
Jawel, want dat hebben ze nodig.
Goed, goed, ik zal volgende week een origineel halen en komen brengen.
Oh, dat hoeft u niet per se te komen brengen. Als u het toefaxt, is het ook al goed.
Maar u moest toch het origineel hebben?
Ja, maar de telecomaanbieders nemen met een kopietje ook genoegen.

Mag ik dan nog even een kopietje maken van uw pinpas?
Waarom?
Dat moet.
Maar ik pin nu de aanschaf van het toestel met mijn privé-pas.
Dat kan niet. In verband met de registratie.
Ik wil privé betalen, omdat ik de kantoorpas niet bij heb.
Dan kan het wel. U betaalt dan nu het toestel en dan moet u volgende week met uw kantoorpas een cent komen pinnen.
Een cent?
Voor de registratie.
Goed. Ik zal volgende week een cent komen pinnen en dan neem ik meteen dat uittreksel mee.
Dat uittreksel mag u gewoon toefaxen.

Zo, ik heb u aangemeld.
Mooi.
Nu moet de aanmelding door T-Mobile nog goedgekeurd worden. Dat kan een kwartier tot een uur duren.
Hahahaha.
Nee, echt. Misschien dat u nog iets in de stad moet doen?
Het regent.
Misschien kunt u naar een winkel.
Ik ga wel naar kantoor en haal de kantoorpas. Dan kunnen we vanavond nog het een-cent-probleem oplossen.

Ik heb intussen bericht gehad van T-Mobile.
Kijk eens aan, we komen er wel.
Niet dus. U bent geweigerd.
Geweigerd? Waarom?
Dat weet ik niet. Dan zal ik even moeten bellen.
Doe maar. Telefoons genoeg.

Degene die ik aan de lijn heb, zegt dat er iets is met de eerdere inschrijving.
Wat dan? Die inschrijving is van jaren geleden.
Dat weet ze niet, haar collega heeft de aanmelding niet goedgekeurd.
Vraag dan naar die collega en geef de telefoon even aan mij.
Haar collega is vertrokken toen u uw kantoorpas was gaan halen.

Ik vind het erg vervelend voor u.
Ik ook.
Volgende week dan maar verder?
Nee, ik wil nu gebruik maken van de tweede-account-mogelijkheid.
Dat kan natuurlijk wel, maar dan krijgt u twee aparte facturen.
Vind ik prachtig. Doen.

Ik heb 'm! Mijn eigen iPhone 4, met 32GB nog wel. Ik bedank het jongetje.
Volgende week moet ik het uittreksel niet vergeten. Nu eerst eens uitzoeken hoe die metaaldetector werkt.

1 reactie | reageren


Cahors

Geplaatst op: 2012-04-27 10:33:11

CahorsIedere keer als ik in Cahors ben, kan ik het niet laten even de klok, l'horloge à billes, te zien. Een prachtig staaltje mechanische techniek aan de Quai Ségur d'Aguesseau aan de Lot, vlak naast mijn favoriete restaurant cadurcien met de ongelukkige naam "Food & Beverage".

De klok heeft kogels die over banen naar beneden glijden en, beneden aangekomen, kracht uitoefenen op een tandwielsysteem dat de wijzers voort doet gaan. Vervolgens worden de kogels via een kettingband weer naar boven getransporteerd en begint alles opnieuw. Zo stel ik me de perfecte perpetuum mobile voor.

Mechanische techniek, ik denk dat nog een beetje te begrijpen, althans ik doe een poging daartoe en in dit geval door onze Rick van acht uit te leggen hoe de klok werkt. Hij neemt nog genoegen met die uitleg, maar bij mij wekt deze klok eigenlijk frustratie op. Hoe werkt dat ding nou precies? Ik kan de hele dag wel blijven kijken.

Mijn vrouw roept. We zouden nog naar de Pont Valentré gaan en, bovendien, Rick zijn ijsje wacht. Ze heeft gelijk.

Het is warm. Onder de Pont Valentré vaart een bootje met toeristen. Ze liggen te zonnen op het dek en drinken wijn. Tijd speelt geen rol.

1 reactie | reageren


Zool

Geplaatst op: 2012-04-23 20:28:29

Zool

Zaterdagochtend 7.30 uur, de wekker gaat. Het uitgelezen moment om nog eens om te draaien, maar de voetbal roept. Rick, toen zeven, speelt en papa gaat mee. Uit naar HSV Hoek.

Ik sta onder de douche en besef dat we het gisteren weer eens te laat hebben gemaakt. Kan daarna m'n schoenen niet vinden en trek die oude bootschoenen, waarvan de zool van de rechterschoen aan de voorkant een beetje loslaat, maar aan.

We gaan de deur uit. Rick is vrolijk. Hij heeft er zin in, we gaan immers winnen. Ik zie donkere wolken hangen en verwacht zware regen.

Dit soort verwachtingen komt altijd uit. Na een kwartier spelen, barst het keihard los en het veld word drassig. Ik merk dat m'n zool verder loslaat. "Laat maar", denk ik nog, "die houdt het wel".

Ik loop langs de zijlijn aan te moedigen en constateer ineens dat mijn zool tot aan de hiel volledig heeft losgelaten. Gewoon lopen gaat niet meer, de voorzijde van mijn zool zit bij iedere stap die ik zet telkens onder mijn hiel. Ik voel mijn voet vooraan nat worden. Ik besluit mijn rechterbeen wat hoger op te tillen en dan, vlak voor ik mijn voet weer op de grond zet, met m'n rechterbeen een gek schokje te geven, waardoor de zool naar voren floept en alsnog op de juiste plaats terecht komt. Dat lukt.

Rust, zo blijkt ineens. We gaan wisselen van speelveld. Ik ben echt niet van plan om voor al dat publiek als een ooievaar met een manke poot het veld over te steken. Ik moet achteruit lopen, besef ik, dan sleept die zool gewoon mee.

Maar zo ga ik natuurlijk ook het veld niet over. Er is maar een echte oplossing. Ik rijd terug naar huis, doe goede schoenen aan en kom weer terug. Moet lukken binnen de speeltijd. Niemand die het merkt.

En daar ga ik, in z'n achteruit, richting de kleedlokalen. Het heeft in de verte iets weg van een moonwalk.

Bij de kleedkamers aangekomen, meen ik een beveiligingscamera te zien en ga weer, zo goed en zo kwaad als het lukt, in de modus vooruit. Het zal maar opgenomen worden. Lachen geblazen in de bestuurskamer om die malloot. Daar trap ik dus niet in.

Eindelijk, de parking. Waarom heb ik nou mijn auto helemaal achteraan gezet? Vóór mij lopen een man en een vrouw met hun kind, waarschijnlijk een gezin met wel normale schoenen. Ik houd in, zodat ik ze niet passeer.

Ze blijven bij hun auto praten en maken geen aanstalten weg te rijden. Ik kan daar moeilijk ook gaan staan. Ik moet iets en besluit hen met mijn ooievaarsdans voorbij te gaan richting mijn auto. Ik voel ze kijken. Net als ik mijn auto wil instappen, hoor ik de moeder roepen: "meneer, meneer, volgens mij zit uw zool los".

0 reacties | reageren


Roefeldag

Geplaatst op: 2012-04-21 18:06:38

Roefeldag

Roefelen, ik blijf het een raar woord vinden. Het zou Vlaams zijn voor "kennis maken met", aldus de website van de stichting Roefelen. De stichting organiseert jaarlijks voor basisscholen bezoeken bij bedrijven in de regio.

Ik ben dit jaar samen met een andere vader begeleider van een groepje kinderen. Niet alleen kinderen leren van zo'n dag, maar zeker ook de volwassenen, zo was ons tijdens de informatieavond beloofd. Ik ben benieuwd.

Het motregent en het is koud op het plein van het schippersinternaat dat is uitgekozen als startpunt. We willen vertrekken, maar eerst volgen nogmaals instructies en toespraken. De kinderen luisteren niet, maar spelen met de alom aanwezige met heliumgas gevulde ballonnen. Veel te leuk ook om los te maken en op te laten. Dan verschijnt een in Middeleeuws kostuum geklede stadsbode die met hese stem de dag aankondigt. Niemand ziet het verband tussen deze bode en het thema. Roefelen, roept hij schor, en de kinderen moeten hem naroepen. Dat blijft hij doen. Ik kijk om me heen en zie voornamelijk volwassenen enthousiast meedoen: roefelen, roefelen, roefelen!

Gelukkig, we mogen weg.

We arriveren bij het eerste bedrijf. Een vriendelijke ontvangst. Ga maar alvast naar de kantine, wordt ons gezegd, we komen er zo aan. In de kantine zien we op tafel twee dozen met koeken van de plaatselijke bakker staan. Mmm, zeggen de kinderen verlekkerd.

Willen jullie wat drinken? wordt gevraagd. Ja, roepen ze in koor. Als blijkt dat er alleen icetea is, hoeft de helft toch niet. Ik zal eerst de dozen met koeken eens wegzetten, zegt de gastvrouw. Die zijn van mijn collega die vandaag jarig is.
Die gezichten.

We krijgen uitleg over de transport- en opslagwerkzaamheden van het bedrijf. Momenteel hebben we chocolade in opslag, daar mogen jullie straks van proeven, zegt ze. Dat klinkt alvast goed. Maar eerst een rondleiding en meerijden met de vrachtwagens en de heftrucks. Het maakt allemaal grote indruk.

Tijd om te snoepen. Er wordt iemand bijgeroepen die met een ladder op een cilindertank klimt, er vanaf boven ingaat en met een emmer vol brokken chocolade terugkomt. Gretig eten ze ervan.

Ik zeg tegen de andere begeleider dat het toch eigenlijk niet kan dat van het opgeslagen product van een afzender wordt gesnoept. Jawel hoor, weet hij mij met stelligheid uit te leggen, dat is helemaal niet erg, er zit voor duizenden kilo's aan chocolade in die tank en dat merkt dan toch niemand.

Bij dit bedrijf heb ik hiermee mijn eerste leermoment van de dag. We maken ons klaar voor het volgende bedrijfsbezoek. Kijken of we nog meer kunnen opsteken.

1 reactie | reageren


Gilbert

Geplaatst op: 2012-04-19 12:03:56

GilbertWe waren een paar jaar samen, toen de broer van mijn schoonvader overleed. Op vrijdag zou de begrafenis plaatsvinden. Of we ook wilden komen. We werden verwacht in de Sint Laurentiuskerk op de Markt in Lokeren.

Ik kende de beste man niet. Gilbert bleek hij te heten. Hij zag zijn familie nauwelijks. Geen ruzie of zo, maar hij had er voor gekozen zijn leven alleen te leven.

Bij aankomst in de kerk werden mijn vrouw en ik direct gescheiden. Alle vrouwen dienden plaats te nemen in de kerkbankjes ter linkerzijde van het gangpad, mannen aan de rechterzijde. Voor de mannelijke familieleden was een rol weggelegd, tot mijn verbazing ook voor mij.

We moesten in een rij gaan staan naast de lijkkist: schoonvader eerst, vervolgens mijn twee zwagers, ik als vierde en na mij een stuk of zeven familieleden, die ik van gezicht wel kende.

Mensen kwamen binnen voor de rouwdienst, maar gingen niet zitten alvorens zij iedereen in de rij persoonlijk hadden gecondoleerd.

Daar stond ik dan. In een kerk in Lokeren, naast de kist van een voor mij volslagen onbekende. Als vierde in de rij stond ik nog belangrijk te wezen ook. Oudere mensen, zijn Vlaamse vrienden uit het café veronderstelde ik, keken mij met tranen in de ogen aan, pakten mijn hand en preuvelden oprecht een condoleancetekst.

Was ik eerst nog verbaasd over mijn rol in het geheel, plots brak het besef aan van de absurditeit van deze situatie. En toen voelde ik opkomen, wat ik niet wilde voelen: de onbedaarlijke neiging te gaan lachen, liefst keihard. Ik schaamde me reeds op voorhand voor het geval dat dit daadwerkelijk zou gebeuren. Ik mocht niet de paria van de familie worden, niet nu al.

Na de condoleances mocht ik aan de rechterzijde van het gangpad gaan zitten. Gilbert werd het pad ingereden. Zijn lichte eiken kist met witte linten scheidde mij van mijn vrouw en onze Rick van toen twee jaar.
Het was muisstil in de kerk. De pastoor wilde de dienst aanvangen, toen Rick mij in het oog kreeg. "Papa, kijk eens", en ik zag hem naar Gilberts kist wijzen, "een cadeautje!".

2 reacties | reageren


Antwerpen

Geplaatst op: 2012-04-16 17:05:30

AntwerpenHotel Banks heb ik als verrassing voor haar uitgekozen. Midden in het centrum van Antwerpen en volgens de foto's op internet strak ingericht.

We mogen gratis gebruik maken van de bar en de tapas, wordt ons bij binnenkomst gezegd. Het ziet er allemaal eigentijds uit. Na het ons aangeboden wat-zijn-we-blij-dat-jullie-er-zijn-glaasje-champagne, bekijken we onze kamer. Strak. Het is vlak voor Valentijnsdag en ons bed ligt vol rozenblaadjes. Die doen we er meteen af.

We hebben zin in tapas, maar dan niet in het hotel. De Groenplaats is daarvoor veel geschikter, vinden we. De kou deert ons niet en we nemen een februari-terrasje. Met een dekentje over ons heen laten we ons tapas met port serveren. De terrasverwarmer doet zijn best. Zij vertelt en ik luister, terwijl twee Belgische madammen met jassen in tijgerprint ons passeren.
We doen nog een port.

We willen wat eten, maar wel met uitzicht op de kathedraal. Dat moet natuurlijk ook, we zijn immers in Antwerpen en dat willen we zo ervaren. Maar niet te ver lopen, dus wordt het, wat decadent, het Hilton. Op de kaart staat een ossenhaas met truffel zichzelf aan te prijzen en we vallen voor zijn charmes. De andere ossenhaas met wintergroenten verliest het daarvan.

Na ons voorgerecht menen we de truffel al te ruiken. Bij het inzetten zien we wintergroenten verschijnen. Die geven zich blijkbaar niet snel gewonnen. Het sorry-we-hebben-ons-vergist kan ons niets schelen, de kathedraal heeft dat al op voorhand gecompenseerd.

Het afzakkertje doen we iets verderop in een trendy bar. Even lopen, maar ondanks haar moeilijke been, lukt dat. Positieve energie, zegt ze. Ik voel het ook.

2 reacties | reageren


Koffie

Geplaatst op: 2012-04-12 14:27:30

KoffieHalf zes in de ochtend. De wekker. Veel te vroeg, maar zij moet er al uit. Blijf jij nog maar lekker liggen, zegt ze. Ik haal even koffie.

Ze loopt naar de woonkamer. Ik hoor een kabaal en schrik op. Ze blijkt in alle vroegte een luidruchtige confrontatie te hebben opgezocht met een stoel. Die staat er toch al een tijdje. Ze praat tegen de stoel. Die treft kennelijk verwijten.

Ik draai me nog maar even om, terwijl ze mompelend verder naar de keuken loopt. Ik zit direct weer strak rechtop in bed als ik een enorm glasgerinkel hoor. De wijnglazen van gisteravond stonden nog op het aanrecht, schiet het door me heen. Ik hoor haar weer praten. Mij is niet duidelijk of ze haar conversatie met de stoel aan het voortzetten is of inmiddels een gesprek heeft aangeknoopt met de glasscherven. Het lijkt me verstandig het maar niet te gaan vragen.

Met een mok koffie komt ze naast me zitten in bed. Ging het niet goed? vraag ik dom. Nee, niet echt, zegt ze.

Ze moet ervandoor. Ze kust me en gaat weer. Ik houd m'n hart vast.

Als ik de voordeur hoor dichtslaan, weet ik dat ik zonder vrees nog even m'n ogen kan dichtdoen. Het is ook nog te vroeg. Veel te vroeg.

1 reactie | reageren





ZeelandNet draagt geen verantwoording voor de inhoud van dit weblog.