Mussenvide
ChristenUnie, GroenLinks en D66 hebben in de raadsvergadering van 2 februari de stelling verdedigd, dat Vlissingen geen circussen met wilde dieren zou moeten toelaten. In een nota geeft het college daar deze maand antwoord op. Kort en krachtig komt dat hier op neer: De Raad van State heeft aangegeven, dat de burgemeester geen eigen dierenwelzijnsbeleid kan voeren. Dat is voorbehouden aan de minister van Landbouw (en nog wat). De gemeente mag wel regels stellen voor het opvangen van zwerfdieren. Maar op dit moment ontbreekt het aan tijd om een dierenwelzijnsnotitie op te stellen.
Aardig is, dat staatssecretaris Bleker heeft aangegeven, dat gemeenten wel degelijk mogelijkheden hebben om circussen met wilde dieren te weren. Dat kan op twee manieren. Allereerst met een beroep op openbare orde en veiligheid. Een circusolifant kan zo maar een ommetje gaan maken. Dat gebeurde pas nog in Goes. In de tweede plaats kan een gemeente een voorkeursbeleid voeren en circussen zonder wilde dieren uitnodigen. Dat kan in een beleidsregel opgenomen worden. In duurzame ambities van een gemeente past dat uitstekend. GroenLinks heeft ChristenUnie en D66 voorgesteld om een initiatiefvoorstel Dierenwelzijnsbeleid in te dienen.
Ik heb een paar keer bij de behandeling van bouwverordeningen gevraagd om daarin op te nemen, dat het wenselijk is om bij nieuwbouw mussenvides aan te brengen. Nestelen is een steeds groter probleem voor vogels in steden. De mussenstand is de laatste jaren daardoor gehalveerd. Een mussenvide, een speciale dakpan met een kleine invliegopening, geeft mussen toegang tot hun nest. Ik lees net op de site van GroenLinks Rotterdam, dat die fractie in de nota dierenwelzijnsbeleid een hoofdstukje over de mussenvide heeft opgenomen.








